Wat is er toch mis met de NS?

zaterdag 9 februari 2008 15:27 | Geenflauwekul | 2399 keer bekeken | 0 reacties | 0 x aanbevolen

Een van de bekendste slachtoffers van het privatiseringsbeleid is het openbaar vervoer in Nederland. Wat moest leiden tot een door de marktwerking gescherpte en efficiente organisatie ontaardde in een molog van vertragingen, overvolle bussen en treinen en een toegenomen onveiligheid. Natuurlijk was de gedachtegang achter de privatisering niet zo slecht. Immers, het openbaar vervoer in staatshanden -en dus gemonopoliseerd- was duur en verre van efficient. Onze overheid dacht, niet geheel onterecht. dat privatisering, het aan de markt overlaten', een gunstige invloed zou hebben op de voormalige staatsbedrijven. Niet de overheid zou meer bepalen welke treinen, bussen, trams en metro's waar wanneer zouden rijden. Dit zou voortaan door de markt bepaald worden. Omdat de betalende klant nu centraal zou komen te staan zou de klantvriendelijkheid binnen het openbaar vervoer ook nog eens toenemen. Allemaal positieve ontwikkelingen. En dus werd onze Nederlandse Spoorwegen zelfstandig gemaakt. Net als de busdiensten, die opeens in handen kwamen van buitenlandse bedrijven, die pochten er wel eens even snel een efficiente organisatie van te maken. Wat soms nog lukte ook maar meestal faalde. De tragiek van de NS is evenwel het meest bekend, en wordt hier nader toegelicht.

Het begon zo mooi met de NS: onafhankelijk en grootse plannen. Want de railinfrastructuur moest beter, er moesten meer treinstellen komen en de service moest omhoog. Helaas bleek de praktijk weerbarstiger te zijn dan aanvankelijk ingeschat. Het aantal reizigers groeide maar de capaciteit bleef achter, waardoor een staanplek in de trein normaal werd. Dit tekort aan treinstellen leidde tot nog vollere perrons waar geregeld mensen moesten achterblijven. Treinen raakten zo overvol dat machinisten soms weigerden te gaan rijden. Door deze drukte nam de agressie onder reizigers ook toe waardoor het er in de treinen en op de perrons niet veiliger op werd. De beoogde klantvriendelijkheid bleef ook uit. Conducteurs controleerden steeds minder, waardoor het gevoel van onveiligheid onder de reizigers alleen maar toenam. Het personeelstekort bleef groeien, de nieuwe treinstellen konden pas na 2002 geleverd worden en tot overmaat van ramp bleek het railnet in slechtere staat dan aanvankelijk gedacht. Overigens ligt hier de verantwoordelijkheid geheel bij de overheid die eigenaar is van het spoor.

Tot op de dag van vandaag heeft de NS met bovengenoemde ontwikkelingen te maken, en voorlopig wordt het er niet beter op. Pasgeleden werd bekend dat het percentage treinen dat landelijk gezien op tijd rijdt net beneden de 80 procent lag. Toch zijn er ook lichtpunten. Ondanks de vele kritiek werkt de NS hard aan verbeteringen. Er zijn nieuwe treinstellen besteld om de capaciteitsproblemen aan te pakken, dus over een jaar is dat pijnpunt weggenomen. Er wordt meer gedaan aan veiligheid, alhoewel er nog teveel gepraat wordt en te weinig actie is. Mensen stappen liever in de auto en nemen de files voor lief omdat dit vervoermiddel relatief veilig is en in ieder geval wel rijdt. Verder moet de maatschappij strenger worden voor criminelen en vandalen, want een slappe aanpak in het algemeen betekent ook een slappe aanpak van zwartrijders en vandalen in het openbaar vervoer. Een goed functionerend openbaar vervoer is nog steeds van groot belang: dagelijks reizen vele tienduizende mensen met trein, bus, tram en/of metro naar hun werk. Zouden zij in de auto stappen dan zou de chaos op de wegen helemaal niet meer te overzien zijn. Verder zijn er in onze samenleving grote groepen mensen die geen auto en/of rijbewijs hebben, zoals vele jongeren, of niet meer kunnen rijden (bejaarden). Deze mensen zijn aangewezen op het OV; zij hebben geen keus. De overheid heeft als plicht te zorgen voor een goed functionerend en veilig OV. Daarom mag onze overheid niet werkeloos langs de zijlijn blijven staan. Excuses dat de NS geprivatiseerd zijn gelden niet langer. Onze overheid moet eindelijk haar verantwoordelijkheid nemen.