EU Grondwet: tegenstemmen is niet genoeg

maandag 10 oktober 2005 22:09 | Frank | 3072 keer bekeken | 0 reacties | 0 x aanbevolen
Tegenstanders van de Europese Grondwet in Spanje hebben de afgelopen maanden hun argumenten niet overtuigend genoeg weten over te brengen op het publiek. Gebrek aan kennis van de Europese eenwording en het ontbreken van een zelf opgestelde alternatieve grondwet droegen eraan bij dat de sociale bewegingen het nakijken hadden.

Op 20 februari jl. konden de inwoners van Spanje zich uitspreken voor of tegen de Europese Grondwet. Alhoewel de centrale verkiezingsraad een duidelijke stellingname van de regering had verboden, voerden de sociaal-democratische regeringspartij PSOE en de rechts-conservatieve Partido Popular (PP) in de praktijk gezamenlijk campagne voor de grondwet. Hierin werd de regering geruggesteund door de massamedia.

Elites uit allerlei sectoren voegden zich bij deze overheersende JA-campagne met als resultaat dat bijna 73 procent van de kiezers vóór de grondwet koos. Maar met de 52 procent stemgerechtigden meegeteld die niet deelnamen aan het refendum, betekent dit dat slechts 36 procent van de (stemgerechtigde) Spaanse bevolking de Europese Grondwet daadwerkelijk steunt.

Mediamanipulatie

Dit gegeven kwam na afloop in het geheel niet naar voren in de Spaanse dagbladen. Met een meerderheid van 73 procent constateerden de kranten met euforische bewoordingen 'een verrassend brede steun voor de grondwet'. Deze toonzetting ligt geheel in de lijn van de strategie die de media volgden in de maanden voorafgaande het referendum.

De gezaghebbende media lieten voornamelijk voorstanders van de grondwet aan het woord. Hierbij is het opvallend te noemen dat de wat meer centrumlinkse media veelal intellectuelen presenteerden die weliswaar kritiek uitten op bepaalde aspecten van de grondwet, maar die er niet aan dachten om tegen te gaan stemmen. Op televisie werden dagelijks spotjes vertoond met bekende gezichten die de grondwet aanprijsden.

Dat de media in deze kwestie vrijwel geheel de lijn van de politieke elite en de regering volgden, is minder vreemd dan het lijkt. Het ministerie van Binnenlandse Zaken had de media erop gewezen het thema op 'gepaste wijze' te behandelen. Zo werden de dure tv-spots volledig gefinancierd door de regering, hetgeen onwettig is daar de overheid als belanghebbende partij hooguit mag oproepen tot deelname aan het referendum.

Sociale bewegingen hebben overigens wel degelijk geprobeerd hun bezwaren tegen de grondwet kenbaar te maken. Dit tegendraadse discours wist slechts mondjesmaat tot de massamedia door te dringen. Critici die de grondwet aanvankelijk openlijk in twijfel trokken, pleitten uiteindelijk ook nog eens voor de aanname van het project met de (haast onmachtig lijkende) redenering dat anders het hele project Europa zou falen.

De progressieve bewegingen waren niet voorbereid op deze tendenzen, adequate oplossingen werden niet op tijd gevonden. Hierdoor is het kritische Spaanse discours tégen de nieuwe grondwet volledig geflopt. Misschien valt er nog een lesje uit te trekken voor actievoerend Nederland dat zich begin juni met het referendum geconfronteerd ziet.

Netwerken

In de hoofdstad Madrid werd het protest tegen de Europese Grondwet voornamelijk aangestuurd vanuit twee netwerken. Allereerst had je het netwerk 'Plataforma de Madrid Por El No A La Constitución Europea', dat hoofdzakelijk uit socialistische en communistische groeperingen was samengesteld.

'Su Europa nos destruye' ('Uw Europa maakt ons kapot') daarentegen werd ingevuld door personen afkomstig uit de achterban van de CNT (anarchistische vakbond), het meer autonome en zelforganiserende circuit en diverse onafhankelijke buurtorganisaties. Dit netwerk pleitte ervoor om in het geheel niet deel te nemen aan het referendum.

De nadruk van al deze initiatieven lag in de afwijzing van het Europese Grondwet als zodanig. Deze boodschap werd in de weken voorafgaande het referendum tot uitdrukking gebracht met manifestaties en betogingen in Madrid. Verder vonden er debatten plaats waar sprekers hun kritiek op het grondwet konden spuien.

In Catalonië en Baskenland werden vergelijkbare initiatieven genomen, waarbij het opviel dat voornamelijk de 'linksnationalistische' groeperingen en politieke partijen zich aansloten bij het verzet. In Barcelona vonden er enkele grote manifestaties plaats en kwamen er vele anti-grondwet spandoeken te hangen in de stad. Ook werden er professioneel ogende brochures geproduceerd.

Daarnaast werd er vanuit linkse organisaties nog een flink aantal onafhankelijke activiteiten georganiseerd, zoals een kaartactie door de groep 'libre expresión'. Over het algemeen gingen deze NEE-activiteiten rijkelijk laat van start, en bleek er vooral sprake van geldgebrek bij de autonome campagnes.

Valstrikken

De mobilisatiestrategie van de tegenstanders van de grondwet faalde op een aantal punten. Zo kan het organiseren van debatten en manifestaties twee weken voorafgaande de stemming niet rekenen op het bereiken van brede lagen van de bevolking. In de praktijk diende de campagne dus vooral ter mobilisering van de eigen achterban, die vaak al overtuigd genoeg is van de noodzaak van een néé tegen de Europese Grondwet.

Dit probleem zie je natuurlijk wel vaker bij campagnes die vanuit radicaal-linkse kringen worden gevoerd, maar in het geval van dit referendum kent het specifieke oorzaken. Zoals het ontbrekende inzicht in de ondoorzichtige, gecompliceerde en bureaucratische processen van de Europese 'eenwording' die zich aan het oog van de burgers onttrekken. Negentig procent van de Spaanse bevolking geeft aan de Europese Grondwet inhoudelijk niet te kennen.

Kennis van zaken over de Europese Unie is een fundamentele voorwaarde om een kritische houding te kunnen ontwikkelen ten opzichte van de argumenten van de elite. Het is blijkbaar nog niet gelukt in de haast dertig jaar lange geschiedenis van anti-Europees protest om een gefundeerde informatiestructuur aan te brengen laat staan toegankelijk te maken.

Daarnaast maakt de Europese Grondwet slechts onderdeel uit van een veel groter proces van Europese integratie die over het algemeen als ondoorzichtig en vooral onbeïnvloedbaar wordt beschouwd. Het is onmogelijk om de grondwet in zijn huidige vorm aan te vallen, zonder het over eerder gemaakte handelsafspraken en -verdragen of het structurele institutionele gebrek aan democratie te hebben.

Tenslotte klonk de boodschap 'Een ander Europa is mogelijk' van de Europese Sociaalfora in de Spaanse campagne door in de vorm van de leus 'Nee tegen de constitutie'. Was het niet logischer geweest om het te vertalen in 'Een andere Europees Grondwet is mogelijk'?

Alternatieven

De Italiaanse linkse denker Antonio Negri zei onlangs tijdens een debat in Madrid dat hij de discussies en de referenda over de Europese Grondwet afwijst. Volgens Negri gaat het om een reeds gemaakte beslissing - de landen van de EU hebben de nieuwe grondwet immers al ondertekend - die ons van bovenaf wordt opgelegd en alleen ter legitimering aangeboden wordt aan het volk, zonder dat een 'nee'-uitslag nog van invloed kan zijn. In plaats van te proberen het Europa van de elite te beïnvloeden, zouden sociale bewegingen zich eerder op een eigen progressief-links Europees project moeten richten.

Wat ik mis in de visie van Negro is het leggen van een verband tussen dat progressieve Europese project en de grondwet. Door het uitwerken van concrete alternatieven binnen de bestaande netwerken van Europese sociale bewegingen zouden ook de problemen van de Spaanse campagnestrategie kunnen worden aangepakt. Het machteloze gevoel dat Europese processen onbeïnvloedbaar zijn, kan worden tegengegaan met een concreet alternatief waarmee wordt aangetoond dat politiek ook anders kan worden gevoerd.

Daarnaast zou het uitwerken van een of meerdere alternatieve grondwetten geworteld kunnen worden in een proces van populaire educatie waar kennis van beneden af wordt opgebouwd en stoelt op de aanwezige lokale kennis en het inzicht in probleemstructuren. Dergelijke collectieve leerprocessen sluiten ook beter aan bij de groeiende behoefte om meer controle op de eigen leefomgeving te kunnen uitoefenen.

Uiteraard betekent het uitwerken van alternatieven van onderop nog lang niet dat deze ook democratisch en legitiem zijn, enkel omdat een brede laag van sociale bewegingen hieraan heeft deel genomen. Als een dergelijk project van Europese bewegingen op brede schaal wordt gedragen, dan zou dat het publieke debat kunnen beïnvloeden waarmee de legitimiteit van de huidige Europese Grondwet kan worden aangetast. Welke invulling van de grondwet de voorkeur verkrijgt zal dan moeten blijken.

Bron: Kriss Sol