Jan Wijenberg en Arnon Grunberg/Continuiing Story/Brief Astrid Essed

dinsdag 22 februari 2022 03:20 | Astrid Essed | 63 keer bekeken | 0 reacties | 0 x aanbevolen
JAN WIJENBERG EN ARNON GRUNBERG/CONTINUING STORY/BRIEF
ASTRID ESSED AAN STICHTING PC HOOFT
WAT HIERAAN VOORAF GING:
Weet u het nog lezers?
In 2020 ontbrandde een verhitte discussie tussen Jan Wijenberg, oud ambassadeur en voorvechter voor een op het Internationaal Recht gebaseerde
rechtvaardige vrede in het Midden-Oostenconflict en schrijver Arnon Grunberg.
De directe aanleiding vormde een brief van de heer Wijenberg aan premier Rutte en de voorzitter Nationaal Comite 4 en 5 mei, met kritische kanttekeningen over de jaarlijkse wijze van herdenking, de Israelische bezettings en terreurpolitiek jegens de bezette Palestijnse bevolking, alsook
kritische kanttekeningen over de 4 mei lezing van genoemde schrijver, de heer Grunberg. [1]
Daarop ontstond een discussie tussen Wijenberg en Grunberg, die niet
alleen fel was [dat zou geen probleem geweest zijn], maar van de kant
van Grunberg ronduit beledigend, waarbij hij zich niet ontzag de heer
Wijenberg, die hem inhoudelijk beleefd van repliek diende, uit te
maken voor neo nazi en sympathisant van de Waffen SS [2]
Naar aanleiding daarvan heb ik actie ondernomen
Zie onder noot 3
Aangezien Grunberg dit jaar de PC Hooft literatuurprijs uitgereikt krijgt,
heeft Wijenberg de Stichting PC Hooft benaderd
Zie zijn brief onder noot 4
Om de heer Wijenberg te steunen, heb ik eveneens de Stichting PC Hooft aangeschreven.
De lezer zal zien, dat Wijenberg en ik het niet helemaal eens zijn [Wijenberg
wil, dat de prijs Grunberg niet wordt uigereikt, ik ben niet tegen een uitreiking op
zich, maar verzet mij tegen een openbare], maar op hoofdpunten steun ik
hem en fel ook.
Grunberg's gedrag kan niet door de beugel en daaraan moeten consequenties worden verbonden
Zie onder de noten, mijn brief aan de Stichting PC Hooft
ASTRID ESSED
NOTEN
[Brieven/correspondentie van de heer Wijenberg zijn op mijn website
gepubliceerd met zijn uitdrukkelijke toestemming]
[1]
OUD-AMBASSADEUR JAN WIJENBERG/KRITISCHE BRIEF AAN PREMIER RUTTE EN DE VOORZITTER VAN HET NATIONAAL COMITE 4 EN 5 MEI OVER 4 MEI HERDENKING/”HET VERDRIET MONOPOLIE VAN DE JOODSE SLACHTOFFERS]
[2]
TER HERINNERING/CORRESPONDENTIE TUSSEN JAN WIJENBERG, OUD-AMBASSADEUR EN SCHRIJVER ARNON GRUNBERG
ZIE OOK
[3]
ASTRID ESSED/DE KWESTIE GRUNBERG/BRIEF AAN NRC
ASTRID ESSED/DE KWESTIE GRUNBERG/BRIEF AAN DE VOLKSKRANT
ASTRID ESSED/DE KWESTIE GRUNBERG/BRIEF AAN AMNESTY
INTERNATIONAL
ASTRID ESSED/DE KWESTIE GRUNBERG/BRIEF AAN WORDT VERVOLGD,
MAANDBLAD AMNESTY INTERNATIONAL
[4]
BRIEF VAN JAN WIJENBERG AAN DE STICHTING PC HOOFT OVER
DE KWESTIE GRUNBERG
AAN
STICHTING P.C. HOOFT-
PRIJS VOOR LETTERKUNDE
De heer A. Meinderts
Ambtelijk Secretaris
Onderwerp:
De aan uw Stichting dd 29 december 2021 toegezonden brief van de heer
J.J. Wijenberg met als titel: ''Oeuvreprijs 2022"
 
Geachte heer Meinderts,
Zou u zo vriendelijk willen zijn om deze brief, compleet met
noten en bijlagen te doen toekomen aan de leden en Bestuur van uw Stichting?
Ik ben u zeer erkentelijk.
Dan ga ik nu over tot mijn aan het Bestuur gerichte brief:
Geachte leden van het Bestuur van de Stichting PC Hooft,
[Bijlagen in Word:
Brief van de heer Wijenberg aan de Stichting PC Hooft
Correspondentie tussen de heren Jan Wijenberg en Arnon Grunberg]
[Aanbeveling:
Mocht u in tijdnood zijn, dan raad ik u aan slechts te lezen:
III
''CORRESPONDENTIE JAN WIJENBERG/ARNON GRUNBERG
DE ONSMAKELIJKE AD-HOMINEM BAGGER VAN SCHRIJVER ARNON 
GRUNBERG JEGENS JAN WIJENBERG:
EN  V CONCLUSIE EN UW OPDRACHT]
Hierbij wil ik graag uw aandacht vragen voor het volgende:
Op 29 december 2021 hebt u, via de ambtelijke secretaris van uw Stichting,
de heer Meinderts, een schrijven ontvangen van de heer J.J. Wijenberg, oud ambasadeur, getiteld ''De Oeuvre Prijs 2022'', compleet het bijlagen,
correspondentie tussen hem en schrijver Arnon Grunberg [die deze brief, samen
met andere betrokkenen, cc ontvangt], een brief van de Israelische ambassadeur in Nederland en rapportages.
In deze brief formuleerde de heer Wijenberg aan u de eis, niet over te gaan
tot de toekenning van de PC Hooft lteratuurprijs 2022 aan de heer Grunberg [1]
U hebt het vast gelezen, ik hoef dat niet meer toe te lichten, maar voor uw gemak een bijlage van de brief van de heer Wijenberg aan u.
Alvorens verder te gaan mijn verzoek, om de heer Wijenberg zo snel mogelijk
van een reactie te voorzien, aangezien hij deze tot op heden niet van u
heeft ontvangen.
I
ACHTERGRONDINFORMATIE BIJ HET SCHRIJVEN VAN DEZE BRIEF:
MIJN BETROKKENHEID
Graag wil ik u in het kort toelichten, hoe ik bij deze zaak betrokken geraakt
ben.
Ik ben al jaren een zeer goede bekende van de heer Wijenberg, die ik heb leren
kennen toen wij beiden bestuursleden waren van de in 2004 door
mevrouw Gretta Duisenberg opgerichte Stichting Stop de Bezetting.
In die periode en daarna heb ik de heer Wijenberg leren kennen als een zeer
integer en betrokken medestrijder voor een op het Internationaal Recht gebaseerde rechtvaardige vrede in het Israelisch-Palestijnse conflict.
Zijn rapporten en analyses getuige mijns inziens van een grote maatschappelijke betrokkenheid en worden door mij en belangrijkere mensen
dan mijzelf, zeer gewaardeerd.
II
BRIEF DE HEER WIJENBERG AAN HET NATIONAAL COMITE 4 EN 5 MEI,
IN VERBAND MET DE 4 MEI HERDENKING IN 2020
In dit verband neem ik regelmatig kennis van zijn rapportages en publicaties,
zo ook van een brief, die de heer Wijenberg in 2020 heeft gestuurd aan premier
Rutte en de voorzitter van het Nationaal Comite 4 en 5 mei, over ''het verdriet
monopolie'' van de Joodse slachtoffers van de nazi's [noot 2, op
mijn website gepubliceerd met uitdrukkelijke toestemming van de heer Wijenberg], waarbij hij van mening was, dat de nadruk bij herdenking lag
bij de joodse slachtoffers.
Ook stond Wijenberg in die brief kritisch stil bij de 4 mei lezing van de schrijver de heer Arnon Grunberg [3], alsmede bij de volgens Wijenberg bestaande  verwevenheid van het Nationaal Comite 4 en 5 mei
met het pro Israel Centrum CIDI [Centrum voor Informatie en Documentatie
Israel], aangezien volgens de informatie van Wijenberg een van  de leden
van het Nationaal Comite [de heer Onno Hoes], voorzitter van het CIDI is geweest [4], waardoor de pro Israel houding van het CIDI, alsmede die van de Nederlandse Staat, via een achterdeur de 4 Mei Herdenking zou beinvloeden. [5]
III
CORRESPONDENTIE JAN WIJENBERG/ARNON GRUNBERG
DE ONSMAKELIJKE AD-HOMINEM BAGGER VAN SCHRIJVER ARNON 
GRUNBERG JEGENS JAN WIJENBERG:
Van de hier  bovengenoemde Wijenberg brief was ik dus op de hoogte en eveneens heeft de heer Wijenberg mij op de hoogte gesteld van de tussen hem en de heer Arnon Grunberg ontstane verhitte discussie [6] met als basis en achtergrond de reeds genoemde
Wijenberg brief aan premier Rutte en de voorzitter van het Nationaal
Comite 4 en 5 mei, waarin o.a.  Wijenberg's kritische opmerkingen over Grunberg [7]
Voor ik daar verder op in ga, eerst dit.
Ik heb groot respect en waardering [en dat mag hij gerust weten] voor de
onverbloemde anti-racistische opstelling van de heer Grunberg, die in
diverse publicaties duidelijk tot uiting is gekomen, zoals in
zijn Volkskrant column ''Een slordig excuus voor haat'' [8], maar ook in
zijn op 4 mei 2020 gehouden 4 mei voordracht
Zijn woorden:
''Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen
hebben, dan hebben ze het over mij.''[9]  hebben op
mij grote indruk gemaakt en daarin verschil ik met de heer Wijenberg van opvatting, zoals ik hem ook
heb meegedeeld.
Grunberg blijft waarschuwen tegen het gevaar van het oprukkende fascisme,
waarvan hij door zijn achtergrond helaas maar al te goed weet heeft en dat is
byzonder waardevol.
Deden maar meer schrijvers en intellectuelen als hij!
Wat zijn columns en vooral stukken in Amnesty's maandblad Wordt Vervolgd
betreft:
Daar ben ik niet altijd stuk van.
In vele gevallen zeker vanuit een goede intentie geschreven, maar vaak wat 
[mijn mening hoor] verward en onsamenhangend.
Over zijn literair Oeuvre heb ik persoonlijk geen mening [ik wil zonder meer aannemen,
dat hij een goede schrijver is, want anders kreeg hij uw prijs niet],
omdat ik-ik beken het- nooit eerder een boek van hem gelezen heb.
MAAR DAAR STOPT MIJN WAARDERING!
Want de weerzinwekkende bagger, die Grunberg over Wijenberg heeft uitgestort
tijdens hun correspondentie [10], vind ik met geen pen te beschrijven!
Kijk, je kunt het in een discussie nog zo ONeens zijn, maar er zijn grenzen,
gesteld door beschaving en normaal fatsoen, waarvan IK vind, dat je ze niet overtreedt.
Dat Grunberg het met Wijenberg's gezichtspunten niet eens was, allemaal
prima, maar weet wat je zegt!
Ik haal een paar voorbeelden aan uit de correspondentie tussen de heren
Wijenberg en Grunberg:
EERSTE VOORBEELD
ARNON GRUNBERG:
''U bent een antisemiet. Het spijt me zeer dat u net iets te laat bent geboren om lid te
worden van de Waffen-SS om eigenhandig Joden in Oost-Europa te fusilleren, dat
spijt u zelf kennelijk ook.''
UIT  MAIL
[MAIL ARNON GRUNBERG DD 1 AUGUSTUS/REACTIE OP MAIL JAN WIJENBERG
DD 31 JULI]
TWEEDE VOORBEELD:
ARNON GRUNBERG
''Ik raad u bijvoorbeeld aan het werk van Carl Schmitt te lezen.
U weet ongetwijfeld wat Nietzsche zei, word wie je bent.
Er zijn op het internet vinden nog wel SS-uniformen te vinden, die kunt u aantrekken
en daarmee kunt u door het huis en wellicht uw tuin paraderen.
Als u wordt aangevallen zal ik u als uw hulpverlener verdedigen. Noodzakelijke en
alternatieve therapie neemt soms curieuze vormen aan.
Het zou u ook buitengewoon helpen als u onder uw mails vanaf nu consequent Sieg
Heil schrijft.''
UIT MAIL
MAIL ARNON GRUNBERG DD 1 AUGUSTUS/REACTIE OP MAIL JAN WIJENBERG
DD 31 JULI
DERDE VOORBEELD 
ARNON GRUNBERG
''Het uitventen van uw antisemitische
onwetendheid en het jengelen orn mijn aandacht zijn kennelijk uw levensopgave. Soit. Merkwaardig toch,
dat u meent mij te moqen omschrijven als Jood' wonend in een stad met yeel Joden, ik parafraseer,, maar
dat u er niet tegen kunt te worden aangernerkt als antisemiet- Het zou van zelfinzicht getuigen als u
ophield in ontkenning te leven.''
IN DIEZELFDE MAIL, DUS OOK DERDE VOORBEELD:
''Nu geef ik toe, ik ben een Jood, maar niet zo maar een Jood. Ik ben Christus, zoals u ongetwiifeld weet
anders zou u niet zo om mijn aandacht jengelen. Zoals u eveneens vermoedelijk weet misschien hebt u
de biibel wel gelezen, was de valse Christus een vriend van hoeren en tollenaars.
Welnu de echte Christus is dat ook.
lk vermoed dat u geen oud-diplomaat bent maar een gepensioneerde sekswerker die door Christus wil
worden gezalfd en vergeven. Dat zou dat niet aflatende gejengel om aandacht verklaren.
Als u mij erkent als Heiland is uw virutente antisemitisme u vergeven. Zo ben ík.
lndien gewenst kom ik van de herfst op huisbezoek. Laat mij weten of dat nodig is- U mag opendoen in uw
uniform. Àls Heíland vergeef ik graag en veel, zeker voormalige antisemilsche sekswerkers zoals u.
Misschien kunnen we dan ook onderzoeken waar uw virulente antisemÍtisme vandaan komt, maar als u
dat te veel is laten we het gewoon bij het ritueel. u zegt; 'Dag Heiland.'En ik antwoord:'lk vergeef je Jan.'''
UIT MAIL:
GEPENSIONEERDE SEKSWERKER'' MAIL VAN ARNON GRUNBERG AAN JAN WIJENBERG, DD 9
AUGUSTUS 
VIERDE VOORBEELD
ARNON GRUNBERG
''Kennis nemen is niet genoeg, Jan.
Eerst Christus erkennen als Heiland dan vergeven worden en eeuwig leven. Dat is de volgorde,
En biechten.
Wanneer moet de Heiland bij Jan Wijenberg langskomen? Dan regelen we de vergiffenis en het eeuwige
leven-
En kan dat gejengel om aandacht tot die tijd stoppen? Er zijn meer  mensen die weinig tot niets van hun
leven hebben gemaakt  en die toch niet zo om aandachtt jengelen als u.''
UIT MAIL
REACTIE VAN ARNON GRUNBERG OP DE MAIL VAN JAN WIJENBERG DD 9 AUGUSTUS
VIJFDE VOORBEELD
ARNON GRUNBERG
''U begrijpt niet dat iemand van gejengel om aandacht kan worden beschuldigd zonder dat daarmee zijn
vrijheid van meningsuiting met voeten wordt getreden. Dat u zelfs dat niet begrijpt lijkt me ernstig.
Waarom uw uitlatingen antisemitisch zijn heb ik u meerdere malen uitgelegd. Maar u gaat daar liever
niet op in. Of u bent niet bij machte daarop in te gaan.
Hebt u kinderen, een partner, familieleden? Wie zorgt voor u? Misschien kan ik bij hen embedded
gaan? Het lijkt me interessant om de omgeving van een ''oud-ambassadeur'' met antisemitische
obsessies die hij graag antizionistische obsessies noemt nader te bestuderen.
Kunt u me in contact brengen met hen? 
Ook zou ik een week of zo bij u kunnen komen wonen. Misschien is dat nog beter. Ik wilde altijd al
eens embedded gaan bij neonazi’s - maar het is misschien wel zo aardig te beginnen bij u —ik hoor
graag wanneer het schikt. We moeten niet te lang wachten. Ik wil u zeker niet reduceren tot uw
antisemitische uitlatingen, u bent veel meer dan uw antisemitische uitlatingen. Misschien kunt u me
een lijstje sturen met wat u nog meer bent. Mens natuurlijk, oud-ambassadeur, beweert u. Wat hebt u
allemaal bereikt als oud-ambassadeur? Behalve wat relletjes? Wat had u willen bereiken? Et cetera.
Misschien kunt u me een lijstje sturen met de mensen die zich om u bekommeren?  Dan kan ik ook
deze mensen interviewen. Allicht zijn uw artsen bereid met uw toestemming ook met mij te spreken,
dat lijkt me nuttig voor het project.
Graag dus ook een lijstje met namen en contactgegevens van uw artsen. 
Hoe dan ook heb ik van een arts een schriftelijke verklaring nodig dat u wilsbekwaam bent anders zou een
dergelijk project immoreel zijn. Het gaat mij erom uw leven en uw opvattingen recht te doen, hoe beperkt
en antisemitisch uw uitlatingen ook moge zijn, ik wil u nogmaals graag recht doen.
Ook ben ik benieuwd naar uw ouders. Was uw vader lid van de NSB en/of van de waffen-SS? Bent u
misbruikt door uw ouders of door andere familieleden? Hebt u uw ouders of andere familieleden
misbruikt? Zo ja, in beide gevallen, hoe lang duurde het misbruik? Graag gegevens over de aard van
het misbruik. Wie waren ervan op de hoogte? Hebt uw zussen, broers, die nog leven? Kunt u mij met
hen in contact brengen?  Hoe zijn uw ouders gestorven? Hebt u partners gehad? Hoeveel? Et cetera?
Contactgegevens van de partners die nog leven.
Maar graag eerst even een officiële bevestiging van de arts die u behandelt dat u handelings- en
wilsbekwaam bent en daarna zetten we dit in de steigers.
Ik zie uit naar onze ontmoeting en naar de week of tien dagen die ik bij u zal doorbrengen. En vooral
ook naar de gesprekken met de mensen in uw omgeving.
Maar graag eerst, nogmaals, dit is echt belangrijk, omdat ik voor alle betrokkenen dit project graag
correct wil uitvoeren, een verklaring van de behandelend geneesheer.''
UIT MAIL:
LAATSTE MAIL VAN ARNON GRUNBERG AAN JAN WIJENBERG, DD 12 AUGUSTUS
REACTIE OP MAIL JAN WIJENBERG DD 11 AUGUSTUS
EINDE CITATEN ARNON GRUNBERG UIT CORRESPONDENTIE
JAN WIJENBERG/ARNON GRUNBERG
Schrijf ik dit out of context?
Leest u dan de gehele correspondentie [11] en vormt
u zich zelf een indruk/mening
IV
AD HOMINEM 
Hoezeer je het ook met elkaar ONeens bent, hoe fel de discussie
ook kan oplopen, er zijn dingen, die je niet zegt, tenzij je er een rotsvaste
onderbouwing en keihard bewijs voor hebt.
Om aan de eigen woorden te refereren, die Grunberg tijdens de 4
mei voordracht 2020 uitsprak:
''Censuur en uitstoting zijn geen antwoord op die vruchtbaarheid, het is een
verworvenheid dat wij in een land leven waar de overheid ons niet vertelt wat
zedelijk en onzedelijk denken is. Maar dat betekent niet dat elke grens
overschreden moet kunnen worden'' [12]
PRECIES!
Er zijn grenzen:
En zonder keihard bewijs zeg je niet, ook niet in de felste discussies ''
''Het spijt me zeer dat u net iets te laat bent geboren om lid te
worden van de Waffen-SS om eigenhandig Joden in Oost-Europa te fusilleren''
EN
''Er zijn op het internet vinden nog wel SS-uniformen te vinden, die kunt u aantrekken
en daarmee kunt u door het huis en wellicht uw tuin paraderen''
EN
''Bent u
misbruikt door uw ouders of door andere familieleden? Hebt u uw ouders of andere familieleden
misbruikt? Zo ja, in beide gevallen, hoe lang duurde het misbruik? Graag gegevens over de aard van
het misbruik''
Waar haalt Arnon Grunberg de brutaliteit vandaan, om op deze laffe, 
onsmakelijke wijze, een ad hominem aanval uit te voeren op iemand,
die het niet met hem eens is en zich WEL aan de regels van een
beschaafde discussie houdt? [13]
En zich zelfs niet ontziet, er de VADER van Wijenberg bij te betrekken?
''Was uw vader lid van de NSB en/of van de waffen-SS?'', zoals Grunberg villein
opmerkte [14]
U mag rustig weten, leden van het Bestuur, dat ik Jan Wijenberg heb geadviseerd, Arnon Grunberg aan te klagen, vooral wat die Waffen SS opmerking betreft,maar daarvan heeft hij afgezien.
Hij is edelmoediger dan ik zou zijn geweest
V
CONCLUSIE EN UW OPDRACHT
Mijn conclusie dus:
In de eerste plaats dient u, leden van het Bestuur, de heer Jan Wijenberg
onverwijld antwoord te geven op zijn mail dd 29 december, los
van uw mening over de inhoud van zijn mail.
Dat vereist de beschaving en de zorgvuldigheid, waarvan ik uitga, dat uw
Stichting die bezit.
En in de tweede plaats dit:
In tegenstelling tot de heer Wijenberg [daarvan is hij ook op de hoogte]
ben ik niet zozeer van mening, dat de heer Grunberg de prijs niet zou
moeten worden toegekend, omdat die nu eenmaal niet gaat
over zijn karakter of zijn mi onzindelijke wijze van discussieren en 
moddergooierij, maar over zijn Oeuvre.
Bovendien ben ik ook van mening, dat u, in dit stadium,
nu alles al bekend is [15], toch niet meer kunt afzien van de prijs. 
Maar daarmee bent u NIET van mij af!
Want wat ik namelijk WEL vind, is dat de heer Grunberg, die blijk gegeven
heeft van een dergelijke onsmakelijke, onbeschaafde en onzindelijke
mentaliteit, deze prijsuitreiking NIET in het openbaar dient te ontvangen.
Ik ben van mening, dat hij in het geheel geen Feestje verdient, maar
dat de prijs hem gewoon, onopvallend kan worden toegestuurd.
Daarbij dient u, zo is mijn mening, daarvan ook de reden bekend te maken,
namelijk de onzindelijke, ad hominem aanvallen op de heer Jan Wijenberg.
Aan u laat ik over, of u deze correspondentie [wel na toestemming
van de heer Wijenberg uiteraard] bekend maakt, of dat u een
andere formulering kiest, die duidelijk is, maar meer anonimiserend.
Ook dient de heer Grunberg, publiekelijk of via de mail, zijn excuses aan
te bieden aan de heer Wijenberg, niet voor zijn afwijkende standpunt
natuurlijk [daar heeft hij uiteraard recht op], maar wel voor zijn misselijke,
ad hominem ''Waffen SS'' aanval en de manier, waarop hij Wijenberg's vader,
die er al helemaal niets mee te maken heeft, posthuum nog een trap
na geeft.
BAH! BAH! DRIEWERF BAH!
Ik ben benieuwd of u ook bereid bent te handelen naar de normen
van beschaving waarvan ik overtuigd bent, dat u ze wil uitdragen en
aan mijn eis en opdracht voldoet.
Ik hoop hiermee een zinvolle bijdrage te hebben geleverd bij
de afhandeling van deze nare kwestie
Vriendelijke groeten
Astrid Essed
Amsterdam 
NOTEN
[1]
DE PC HOOFTPRIJS IS TOEGEKEND AAN ARNON GRUNBERG.
DE OEUVREPRIJS IS DIT JAAR BESTEMD VOOR PROZA.
HET LITERATUURMUSEUM ORGANISEERT IN MEI DE FEESTELIJKE UITREIKING
[2]
''[Gepubliceerd met toestemming van drs JJ Wijenberg, oud-ambassadeur]''
OUD AMBASSADEUR JAN WIJENBERG/KRITISCHE BRIEF AAN
PREMIER RUTTE EN DE VOORZITTER VAN HET NATIONAAL COMITE
4 EN 5 MEI OVER 4 MEI HERDENKING/''HET VERDRIET MONOPOLIE
VAN DE JOODSE SLACHTOFFERS''
WEBSITE ASTRID ESSED 
[GEPLAATST OP 25 AUGUSTUS 2020
[3]
4 MEI VOORDRACHT ARNON GRUNBERG
NEE

NEE

Vaak heb ik me afgevraagd wat het nut is van herdenken, van bijeenkomsten
als deze. Herdenken wij omdat de traditie ons dat voorschrijft, of staat er
meer op het spel?

Verleden voorjaar tijdens een lezing over het werk van Marga Minco en de
oorlog – ik weet niet of de oorlog míj achtervolgt of dat ík het ben die de
oorlog achtervolgt – merkte ik op dat herdenken meer zou moeten zijn dan
een ritueel, dat het een verlangen naar kennis in zich zou moeten dragen, en
dat gemeenplaatsen daarom de vijand zijn van betekenisvolle
herdenkingsrituelen. Ik besefte ook dat die andere gemeenplaats, dat we het
verhaal over de oorlog en de Joden nu wel kennen, steeds luider is gaan
klinken; een hoogmoedige gemeenplaats, die uitgaat van de gedachte dat
onze kennis volmaakt is, dat we kunnen scheiden van het betrekkelijk
recente verleden.

Zeggen het verleden nu wel te kennen is veelal een weigering om er kennis
van te nemen. En wie zijn verleden niet kent, is niet zozeer gedoemd het te
herhalen, als wel is hij gedoemd niet te weten wie hij is. Niets doet mensen
zozeer naar een onwrikbare identiteit verlangen als het knagende vermoeden
dat ze geen idee hebben wie ze zijn. En het is vaak de onwrikbare eigen
identiteit, de weigering er speels mee om te gaan die ertoe leidt dat de ander
als een volstrekte vreemde en een absolute vijand wordt gezien.
Na afloop van die lezing over Minco kwam een psychotherapeut naar me toe
die zei dat we rituelen en gemeenplaatsen nodig hebben om niet ziek te
worden van het herdenken, dat we het verleden op afstand moeten houden
om er niet aan onderdoor te gaan. Zeker, maar als we helemaal niet ziek
worden van die twintigste eeuw vrees ik dat er niets herdacht is en al
helemaal niets begrepen.

Niet ziek worden zou weleens een symptoom kunnen zijn van wegkijken, van
ontkenning. Als we ontkennen dat de ziektes van de vorige eeuw, die van het
geïndustrialiseerde totalitarisme, van het tot genocide verworden
antisemitisme, van het biologisch racisme, diep in onze cultuur zitten, dan
weten we niet wie we zijn. En juist dan zijn wij vatbaar voor verleiders die ons
komen vertellen wie wij zijn en wie wij moeten vrezen.
Herdenken is altijd ook een manier om aan te geven wie je níet wenst te zijn,
maar wie je toch meent te kunnen worden. Geen herdenken zonder dit
angstige vermoeden, geen betekenisvol herdenken zonder gegronde vrees
dat wij de toekomstige daders en hun helpers zijn.

Herdenken gaat uit van de vaststelling dat het verleden niet voltooid is, van
het besef dat de buik die het Derde Rijk baarde nog vruchtbaar is.
Censuur en uitstoting zijn geen antwoord op die vruchtbaarheid, het is een
verworvenheid dat wij in een land leven waar de overheid ons niet vertelt wat
zedelijk en onzedelijk denken is. Maar dat betekent niet dat elke grens
overschreden moet kunnen worden. Bepaalde taboes hebben zich geleidelijk
aan na 1945 met goede redenen in onze cultuur genesteld; de taboebreuk is
niet altijd een bevrijding, soms is die taboebreuk slechts een terugval.
Deze herdenking is altijd ook een waarschuwing.
Het verhaal van de overlevenden, van degenen die uit de concentratiekampen
terugkeerden, Joden, Roma en Sinti, politieke tegenstanders, onder wie veel
communisten en sociaaldemocraten, is een verhaal van uitzonderingen. De
meeste slachtoffers hebben het kamp door de schoorsteen verlaten. Mijn
moeder was een uitzondering; haar ouders, mijn grootouders, niet.

Herdenken is tevens namens de doden spreken, en namens de doden spreken
kan alleen door de ooggetuigen aan het woord te laten. Ik wil een ooggetuige
aan het woord laten die zeer dicht bij de doden is geweest, Filip Müller, een
Slowaakse Jood, lid van het Sonderkommando van Auschwitz-Birkenau.
Het Sonderkommando bestond voornamelijk uit Joden en was belast met het
uit de gaskamers halen van de lijken, het knippen van de haren van de lijken,
het trekken van gouden tanden uit de lijken, het verbranden van de lijken. De
meeste leden van het Sonderkommando werden na enkele maanden
vermoord. Het laatste Sonderkommando in Auschwitz kwam in de herfst van
1944 in opstand, waarbij vrijwel alle leden van dat Kommando zijn vermoord.
Müller schrijft in zijn memoires over enkele Joodse gezinnen die onder
erbarmelijke omstandigheden ondergedoken hebben gezeten in bunkers
nabij het Poolse plaatsje Sosnowiec. Door het huilen van de kinderen is de SS
hen op het spoor gekomen.

Ze zijn naar Auschwitz gebracht. De vrouwen en kinderen wordt gevraagd
zich uit te kleden, de normale procedure. Ze worden echter niet vergast maar
doodgeschoten, wat uitzonderlijk is. Müller verklaart niet waarom.
Misschien waren er even niet genoeg mensen om de gaskamers mee te vullen,
het Zyklon B mocht niet worden verspild. De moordmachine van de nazi’s
was naast al het andere ook een economische aangelegenheid, een
gigantische roofpartij waarbij het doden en wegwerken van de lijken zo
efficiënt mogelijk moest gebeuren.

De naakte vrouwen staan met hun kinderen voor de executiemuur. Dan
schrijft Müller over een vrouw met haar kind in haar armen: ‘Ondertussen
liep Voss, de beul, met zijn kleinkalibergeweer nerveus om hen heen, om bij
het kind een geschikte plaats te vinden waarop hij het wapen kon richten.
Toen de wanhopige moeder dat merkte wrong ze zich in alle bochten om haar
kind uit het schootsveld van het dodelijke wapen te houden. Wanhopig
probeerde ze elke plek op het lichaam van haar kind met haar armen en
handen te bedekken.

Toen knalden er opeens een paar schoten door de stilte. Het kind was van
opzij in de borst getroffen. De moeder, die voelde dat het bloed van haar kind
langs haar lichaam liep, verloor haar zelfbeheersing en smeet de moordenaar
het kind in het gezicht, toen die de loop van zijn wapen al op haar had
gericht. Oberscharführer Voss was van zijn stuk gebracht en stond daar als
versteend. Toen hij het nog warme bloed in zijn gezicht voelde, liet hij zijn
geweer vallen en wreef met zijn hand over zijn gezicht.’
Veelzeggend dat we de naam van de Oberscharführer nu kennen, maar de
naam van die vrouw en dat kind niet weten en vermoedelijk nooit te weten
zullen komen.

Als herdenken ook verlangen naar kennis is, dan zijn details belangrijk,
kennis bestaat uit details, dan kunnen we het ons niet permitteren te zeggen
dat wij bepaalde details niet wensen te horen omdat ze onze nachtrust
verstoren.

Aan deze vrouw die haar halfdode kind in het gezicht van Oberscharführer
Voss gooide, gingen verkiezingen vooraf, ambtelijke orders, gewillige en
minder gewillige helpers, van wie de meesten nooit in een concentratiekamp
waren, nooit iemand gedood hebben. Waarbij het goed is te beseffen dat het
niet alleen de Duitsers waren die toen de oorlog voorbij was, zeiden dat ze het
niet hebben geweten, dat ze slechts orders opvolgden.

De literatuurwetenschapper S. Dresden schrijft in zijn studie Vervolging,
vernietiging, literatuur over een voorval waarover de schrijver K. Tzetnik,
pseudoniem van Yehiel De-Nur, bericht. Een groep levende zigeunervrouwen
en -kinderen wordt in een kuil gegooid in Auschwitz, omdat de crematoria
overbelast zijn. Een Nederlandse gevangene krijgt het bevel kerosine over de
mensen in de kuil te storten. Hij weigert en wordt daarop zelf levend in de
vlammen getrapt. ‘Het Nederlandse “Nee! Nee!” klinkt de schrijver nog steeds
in de oren,’ noteert Dresden.

Mijn moeder arriveerde in de herfst van 1944 in Auschwitz, kort na de
opstand van het Sonderkommando, waarvan ze niets heeft meegekregen.
Zelf zei ze dat ze gelukkig was in Auschwitz, omdat ze daar hoop had, hoop
verloor ze pas na de bevrijding toen de omvang van de catastrofe tot haar
doordrong.

Ze is geboren in 1927 in Berlijn, in 1939 reisde ze op het beroemd geworden
schip St. Louis met haar ouders vanuit Hamburg naar Cuba, maar Cuba sloot
de grenzen, Amerika sloot de grenzen, Canada sloot de grenzen, zo spoelde ze
met haar ouders aan in Nederland.

Mijn vader, eveneens geboren in Berlijn, in 1912, overleefde de oorlog op
diverse onderduikadressen. Vaak moest hij zich voordoen als gedeserteerde
Wehrmachtsoldaat om een onderduikadres te krijgen. Hij vertelde weinig, en
als hij dit al deed eigenlijk per ongeluk, terloops, maar een van de mensen die
hem lieten onderduiken, schijnt na de oorlog tegen hem te hebben gezegd:
‘Als we hadden geweten dat je een Jood was, was je er niet ingekomen.’
Met een familie bij wie hij in Rotterdam ondergedoken had gezeten hield hij
contact. Een keer per jaar ging hij daar met mij heen. Ze hadden witte muizen
in een kooitje.

Dan was er nog een haringman die bij de beurs stond op het Rokin in
Amsterdam. Hoewel wij in de Rivierenbuurt woonden, ging mijn vader met
lijn 25 naar die haringman omdat hij hem nog uit de oorlog kende, de
haringman had in het verzet gezeten. Ik ging weleens mee en hoewel ze
elkaar goed moeten hebben gekend uit de oorlog zeiden ze nooit echt iets
tegen elkaar, ze praatten slechts over haring.
Dat was de oorlog voor mij als kind: witte muizen in een kooitje, een
haringman bij de beurs, het geluk in Auschwitz.

Ik had toen niet gedacht dat ik een paar decennia later als columnist voor een
Nederlandse krant een reeks onbeschaamd antisemitische e-mails zou
ontvangen. Ik dacht toen dat het taboe te groot was. Dat was naïef.
En het is ook logisch dat als er gesproken wordt over bepaalde
bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere tijd
uit de twintigste eeuw, als dat gewoon is geworden, er vroeg of laat op die
manier ook weer over Joden gesproken kan worden.
Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen
hebben, dan hebben ze het over mij.

‘Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar
wat hij is, maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort,’ schreef Primo
Levi in de jaren zestig aan zijn Duitse vertaler.
Woorden die wij wekelijks, misschien wel dagelijks zouden moeten herhalen
al was het maar om ons eraan te herinneren hoe giftig woorden kunnen zijn.
Dat een Nederlander in Auschwitz kerosine over levende vrouwen en
kinderen moest uitgieten begon met woorden, met toespraken van politici.
Juist in deze geseculariseerde tijden rust, meen ik, een speciale
verantwoordelijkheid op Kamerleden, op ministers om het goede voorbeeld
te geven, om het woord géén gif te laten zijn, om altijd voor ogen te houden
dat de staat noodzakelijk is maar tevens een potentieel kwaad dat met
achteloze vanzelfsprekendheid mensen, bevolkingsgroepen kan
vermorzelen.
De vrouw die haar halfdode kind in het gezicht van Oberscharführer Voss
gooide, zij waarschuwt ons.
De Nederlander die ‘Nee! Nee!’ riep, weigerde kerosine over levende vrouwen
en kinderen uit te gieten, toen zelf het vuur in werd getrapt, hij waarschuwt
ons.

EINDE 4 MEI VOORDACHT ARNON GRUNBERG
[4]
''O. Hoes

Hoe komt het toch, dat het accent van de herdenkingen vrijwel altijd bij de joodse slachtoffers

en hun nabestaanden wordt gelegd. Waarom overheerst het”verdriet-monopolie”;? A-1

Wellicht ligt de verklaring besloten in het lidmaatschap van de heer O(nno) Hoes in het bestuur van

Nationale Herdenking 4 en 5 mei. Onder zijn meerdere kwaliteiten is:”;Van 2010 tot 2015 was hij

voorzitter van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI)''

OUD AMBASSADEUR JAN WIJENBERG/KRITISCHE BRIEF AAN
PREMIER RUTTE EN DE VOORZITTER VAN HET NATIONAAL COMITE
4 EN 5 MEI OVER 4 MEI HERDENKING/''HET VERDRIET MONOPOLIE
VAN DE JOODSE SLACHTOFFERS''
WEBSITE ASTRID ESSED 
[GEPLAATST OP 25 AUGUSTUS 2020
[5]

ZIE NOOT 1

[6]

VERHITTE DISCUSSIE TUSSEN OUD AMBASSADEUR JAN

WIJENBERG EN SCHRIJVER ARNON GRUNBERG/AANLEIDING:

BRIEF WIJENBERG OVER 4 MEI HERDENKING

[GEPLAATST OP WEBSITE ASTRID ESSED OP 25 AUGUSTUS 2020 MET TOESTEMMING

VAN OUD AMBASSADEUR DRS JJ WIJENBERG, DIE MIJ

DEZE CORRESPONDENTIE TER HAND HEEFT GESTELD]

https://www.astridessed.nl/verhitte-discussie-tussen-oud-ambassadeur-jan-wijenberg-en-schrijver-arnon-grunberg-aanleiding-brief-wijenberg-over-4-mei-herdenking/

TEKST CORRESPONDENTIE

CORRESPONDENTIE JAN WIJENBERG EN ARNON GRUNBERG [Met verwijdering van mailadressen
en andere adresgegevens]
VANAF 30 JULI 2020 T/M 12 AUGUSTUS 2020
ARNON GRUNBERG
MAIL 30 JULI 2020
uw brief aan een vandaag
Arnon Grunberg 
30 jul. 2020 17:50
aan mij
Geachte heer Weijenberg,
Ik krijg uw bericht via Een Vandaag door.
Als u mijn tekst van de 4-mei-lezing naleest zult u zien dat er vrij uitvoerig aandacht
wordt besteed aan andere groepen slachtoffers van de nazi’s.
Bronnenonderzoek kan nooit kwaad.
Vriendelijke groet,
Arnon Grunberg
JAN WIJENBERG
MAIL 31 JULI 2020
Jan Wijenberg;
31 jul. 2020 19:46
aan Arnon
Geachte heer Grunberg,
Een Vandaag heb ik dezer dagen verzocht te bemiddelen om u en mij met elkaar
in contact te brengen. Mijn bedoeling was en is om u mijn analyse toe te zenden van
de Nederlandse participatie in de herdenking van de bevrijding van Auschwitz en de
4 mei herdenking van dit jaar.
Ik waardeer de actie van Een Vandaag en uw initiatief, waarvoor dank.
Het komt mij verstandig voor dat wij ons contact niet bij voorbaat belasten met
commentaar shooting from the hip. Daarom laat ik na u op het koekje van eigen
deeg te trakteren. 
Ik volsta met enig commentaar op uw opmerking:  [...] vrij uitvoerig aandacht wordt
besteed aan andere groepen slachtoffers van de nazi’s; 
U onderbouwt daarmee, zelfs zonder kennis te hebben genomen van de bijlage van
dit bericht, één van mijn hoofdbezwaren tegen de vele 4 mei ceremonies op de Dam.
Het is aan de andere groepen slachtoffers van de nazi's [helaas met uitzondering van
de verstandelijk gehandicapte slachtoffers] voorbehouden om die op de Dam te
gedenken. De monopolie-houders van het verdriet van 1940 tot en met 1945 dienen
eindelijk eens plaats te maken voor die anderen. De datum 4 mei 2020 was zo'n
datum. Het organisatorisch comité heeft die gelegenheid volledig genegeerd.
In de bijlage treft u die analyse ter kennisneming aan. Mocht u aanleiding vinden mij
uw commentaar te zenden, zou ik dat zeer op prijs stellen.
Met belangstelling zie ik uw reactie tegemoet.
Met vriendelijke groeten,
Jan Wijenberg
ARNON GRUNBERG/REACTIE OP JAN WIJENBERG
31 JULI
Arnon Grunberg 
31 jul. 2020 20:07
aan mij
Geachte heer Wijenberg,
Ik heb uw bijlagen gelezen. De politiek van de staat Israël staat los van de
herdenkingen van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Elke poging die
twee met elkaar in verband te brengen is gecamoufleerd of minder gecamoufleerd
antisemitisme.
Ik raad u aan mijn tekst nog eens grondig te lezen.
Wat uit geen van de bijlagen blijkt dat u dat hebt gedaan.
vriendelijke groet,
Arnon Grunberg
JAN WIJENBERG/MAIL 31 JULI/REACTIE OP MAIL GRUNBERG DD 31 JULI
Jan Wijenberg 
31 jul. 2020 21:07
aan Arnon
Geachte heer Grunberg,
U raakt het juiste aspect aan. De Nederlandse overheid schendt in het Israël-beleid
het internationaal recht om redenen waar u en ik boeiend over van gedachten
kunnen wisselen. De vrijwel exclusieve Nederlandse nadruk op het joodse lijden
tijdens de herdenkingen zijn het rechtstreeks gevolg van falend Nederlands Israël-
beleid. Lees mij analyse.
Ik ben immuun geworden voor obligate beschuldigingen van antisemitisme. Mocht u
zich in mijn gedachtegoed willen verdiepen, dan kunt u vaststellen dat ik mij verzet
tegen een uiterst misdadig Israëlisch regime. Niet voor niets gaat het Internationaal
Strafhof onderzoek doen naar de meest ernstige schendingen van het internationaal
recht door Israëlische politieke en militaire leiders. Een van mijn motto's is: wie de
toekomst van de staat Israël ter harte neemt, bestrijdt het regime en zijn uitwassen,
zoals de kolonisten en de ook in Nederland opererende Israël Lobby. Het
internationaal recht is de onontbeerlijke leidraad tot vrede tussen de staat Israël en
de staat Palestina. Al het andere is ruis.
Mijn eerste indruk is dat u enig onderhoud in de noodzakelijke kennis van het
internationaal recht ter zake behoeft.
Met vriendelijke groeten,
Jan Wijenberg
MAIL ARNON GRUNBERG DD 1 AUGUSTUS/REACTIE OP MAIL JAN WIJENBERG
DD 31 JULI
Op vr 31 jul. 2020 om 20:07 schreef Arnon Grunberg 
Arnon Grunberg 
1 aug. 2020 14:01
aan mij
Waarde heer Wijenberg,
De politiek van de staat Israël staat los van de vraag hoe de Tweede Wereldoorlog in
Nederland of elders herdacht moet worden. Zoals ook de beoordeling van de huidige
politiek van de regeringen in Bolivia en Peru volledig losstaat van (onze beoordeling
van) de genocide op de oorspronkelijke bevolking in die en andere landen in die
contreien enkele eeuwen geleden.
Ik ben van mening dat vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht ook voor
neonazi’s en antisemieten gelden. Daarin verschilt het recht in veel Europese landen
van het recht in Amerika. Ik heb tot nu toe in deze veel sympathie voor de
Amerikaanse wet. 
Kennelijk weet u niet wie u bent, vermoedelijk dat u daarom zo om mijn aandacht
verlegen zit. U hebt een hulpvraag en u meent dat ik een effectieve en goedkope
hulpverlener ben.
Veel hulpvragen zijn weinig anders dan dit: wie ben ik?
U bent een antisemiet. Het spijt me zeer dat u net iets te laat bent geboren om lid te
worden van de Waffen-SS om eigenhandig Joden in Oost-Europa te fusilleren, dat
spijt u zelf kennelijk ook.
Uw quasi-juridische formuleringen wijzen noch op intelligentie noch op werkelijke
kennis van het recht, internationaal of niet.
Ik raad u bijvoorbeeld aan het werk van Carl Schmitt te lezen.
U weet ongetwijfeld wat Nietzsche zei, word wie je bent.
Er zijn op het internet vinden nog wel SS-uniformen te vinden, die kunt u aantrekken
en daarmee kunt u door het huis en wellicht uw tuin paraderen.
Als u wordt aangevallen zal ik u als uw hulpverlener verdedigen. Noodzakelijke en
alternatieve therapie neemt soms curieuze vormen aan.
Het zou u ook buitengewoon helpen als u onder uw mails vanaf nu consequent Sieg
Heil schrijft.
Laat me over een maand weten hoe het genezingsproces verloopt.
Vriendelijke groet, en sterkte
Arnon Grunberg
REACTIE JAN WIJENBERG OP DE ''ANTIMSEMITISCHE/WAFFEN SS'' MAIL VAN ARNON
GRUNBERG
Jan Wijenberg 15:58
aan Arnon
Geachte heer Grunberg,
Zeer veel dank voor uw verhelderend email bericht van heden. Samen met de bijgaande brief
van 2 februari 2018  van Z.E. Aviv Shir-On, destijds ambassadeur van de Staat Israël, vormt uw laatste
bijdrage een goede indruk van de kwaliteit van uw gedachtegoed over het vraagstuk Israël en aangaande
de herdenking van 4 mei 2020. 
Beide berichten vormen een prima vertrekpunt voor mijn verdere discussies met het bestuur van de
Stichting 4 en 5 mei, met de minister-president, de minister van buitenlandse zaken, met relevante Hoge
Colleges van Staat en andere instanties. Daarnaast onderhoud ik relaties met veel joodse en niet-joodse
medestanders, zij die met mij streven naar een rechtvaardige, dus duurzame vrede tussen de Staat Israël
en de Staat Palestina op basis van het vigerend internationaal recht.
Zij zullen uw visie over mijn persoon eveneens op haar waarde weten te schatten.
Het ga u goed.
Met vriendelijke groeten,
Jan Wijenberg
REACTIE ARNON GRUNBERG DD 9 AUGUSTUS AAN JAN WIJENBERG/OFWEL DE
''ANTISEMITISCHE SEKSWERKER MAIL"
EERST JAN WIJENBERG AAN ARNON GRUNBERG 
ter informatie
4 berichten
Jan Wijenberg 
Aan: Arnon Grunberg 
Geachte heer Grunberg,
Hierbij zend ik u kopie van de brief aan Eenvandaag die ik vandaag postte-
Met vriendelijke groeten,
Jan Wijenberg
9 augustus 2020 om 11:16
2020.08.8, aan AVROTROS EenVandaag, correspondentie Grunberg' Wijenberg'doc
''GEPENSIONEERDE SEKSWERKER'' MAIL VAN ARNON GRUNBERG AAN JAN WIJENBERG, DD 9
AUGUSTUS 
Amon Grunberg 
Aan: Jan Wijenberg 
Geachte heer Wijenberg,
9 augustus 202O am12.M
Het ziet u kennelijk erg dwars dat ik in u een antisemiet heb herkend, althans iemand die antisemitische
uitlatingen doet door de herdenkiig van de moord op Europese Joden rechtstreeks in verband te brengen
met de politiek van lsraëI, en die denkt iets van het  intemationale recht te begrijpen zonder kennis te
hebben genomen van biivoorbeeld het werk van Carl Schmitt. Het uitventen van uw antisemitische
onwetendheid en het jengelen orn mijn aandacht zijn kennelijk uw levensopgave. Soit. Merkwaardig toch,
dat u meent mij te moqen omschrijven als Jood' wonend in een stad met yeel Joden, ik parafraseer,, maar
dat u er niet tegen kunt te worden aangernerkt als antisemiet- Het zou van zelfinzicht getuigen als u
ophield in ontkenning te leven.
Nu geef ik toe, ik ben een Jood, maar niet zo maar een Jood. Ik ben Christus, zoals u ongetwiifeld weet
anders zou u niet zo om mijn aandacht jengelen. Zoals u eveneens vermoedelijk weet misschien hebt u
de biibel wel gelezen, was de valse Christus een vriend van hoeren en tollenaars.
Welnu de echte Christus is dat ook.
lk vermoed dat u geen oud-diplomaat bent maar een gepensioneerde sekswerker die door Christus wil
worden gezalfd en vergeven. Dat zou dat niet aflatende gejengel om aandacht verklaren.
Als u mij erkent als Heiland is uw virutente antisemitisme u vergeven. Zo ben ík.
lndien gewenst kom ik van de herfst op huisbezoek. Laat mij weten of dat nodig is- U mag opendoen in uw
uniform. Àls Heíland vergeef ik graag en veel, zeker voormalige antisemilsche sekswerkers zoals u.
Misschien kunnen we dan ook onderzoeken waar uw virulente antisemÍtisme vandaan komt, maar als u
dat te veel is laten we het gewoon bij het ritueel. u zegt; 'Dag Heiland.'En ik antwoord:'lk vergeef je Jan.'
Vriendelijke groet,
Arnon Grunberg
REACTIEMAIL VAN JAN WIJENBERG DD 9 AUGUSTUS, OP ''GEPENSIONEERDE SEKSWERKER''
MAIL VAN ARNON GRUNBERG, EVENEENS DD 9 AUGUSTUS
Geachte heer Grunberg,
lk heb kennis genomen van uw bericht van 23 minuten geleden.
Met vriendelijke groeten,
Jan Wijenberg
Jan Wijenberg 
eveneens ter informatie
1 bericht
Jan Wijenberg 
aan: Arnon Grunberg 
Geachte heer Grunberg,
Zie de bijlagen. Bijlage 2 is u bekend en is niet toegevoegd.
Met vriendelijke groeten,
Jan Wijenberg
4 bijlagen
9 augustus 282O om12:42
REACTIE VAN ARNON GRUNBERG OP DE MAIL VAN JAN WIJENBERG DD 9 AUGUSTUS
Amon Grunberg 
Aan: Jan Wijenberg 
9 augustus 2020 am 12:48
Kennis nemen is niet genoeg, Jan.
Eerst Christus erkennen als Heiland dan vergeven worden en eeuwig leven. Dat is de volgorde,
En biechten.
Wanneer moet de Heiland bij Jan Wijenberg langskomen? Dan regelen we de vergiffenis en het eeuwige
leven-
En kan dat gejengel om aandacht tot die tijd stoppen? Er zijn meer  mensen die weinig tot niets van hun
leven hebben gemaakt  en die toch niet zo om aandachtt jengelen als u.
En nu Carl Schmitt gaan lezen- En de bijbel.
Als altijd
uw
Heiland
REACTIE VAN ARNON GRUNBERG DD 11 AUGUSTUS OP EERDERE MAIL VAN JAN WIJENBERG 
Arnon Grunberg
di 11 aug. 10:08
aan mij
Heer Wijenberg.
Heb ik u niet vriendelijk verzocht te stoppen met uw gejengel om aandacht?
Bent u een stalker? En is uw virulent antisemitisme slechts de dekmantel voor uw
erotische obsessie met ondergetekende?
De wetgever houdt niet zo van stalkers, en ik zit, hoe vermakelijk u ook bent, niet op
u als stalker te wachten.
vr gr
LAATSTE MAIL JAN WIJENBERG DD 11 AUGUSTUS IN DE DISCUSSIE MET ARNON GRUNBERG
drs J.J. Wijenberg
Adres
Woonplaats
de heer A.Y.Y. Grünberg
aka Arnon Grunberg
via e mailadres
onderwerp afronding discussie, slotopmerkingen
Den Haag, 11 augustus 2020
Geachte heer Grunberg,
In de voorgaande correspondentie heb ik mij uitsluitend met de formele, de zakelijke aspecten van
onze discussie bezig gehouden. Nu, aan het slot van onze virtuele ontmoeting, veroorloof ik mij enige
van mijn interpretaties en opvattingen vast te leggen. De kans, overigens, dat u het onderstaande zult
lezen acht ik vrijwel verwaarloosbaar.
Achtergrond
De herdenking van de bevrijding van Auschwitz en die van 4 mei jl. gaven mij aanleiding tot kritiek.
Uw argumentatie in de Nieuwe Kerk vormde slechts een klein deel van mijn betoog. Die
waarnemingen en mijn opvattingen heb ik aan de bevoegde civiele en publieke autoriteiten
aangeboden. Zoals het burgerlijk fatsoen vereist, dienen degenen waarover kritiek wordt geuit daarvan
op de hoogte te worden gesteld. Door u kopie te verlenen heb ik daaraan voldaan.
Uw reacties waren, mild uitgedrukt, verrassend. Bovendien bevestigden die mijn bezwaren tegen
bepaalde elementen in uw toespraak.
Uw niet ter zake doende, provocerende benadering had drie effecten:
- het wijzigde mijn opvatting: van indrukken naar de vaste overtuiging dat mijn analyse over uw bijdrage
hout snijdt. Kennelijk was ik niet de enige die bezwaren koesterde;
- denkt u nu werkelijk dat u zonder gevolgen iemand bij voortduring kunt kwetsen en belachelijk maken?
- u bent kennelijk zeer onervaren in de maatschappelijke omgang met officiële instanties. U maakte mij
steeds weer, en geheel ongevraagd, duidelijk wat uw zorgelijke mentaliteit inhoudt. U legde de bal keurig
voor mij klaar. Ik hoefde alleen maar in te schieten. Wie zijn billen brandt moet nu eenmaal op de blaren
zitten.
Antisemiet
''Iemand is een antisemiet wanneer hij of zij Joden haat omdat het Joden zijn. ''  Dat is mijn werk-definitie.
Antisemitisme is een kwaad dat altijd en fel bestreden moet worden. Het is ook strafbaar, want ''smaad en
laster''
De Israel Lobby probeert wereldwijd de definitie op te rekken: wie kritiek heeft op Israël [waar het
regime is inbegrepen] is een antisemiet. De Grondwet kent de vrijheid van meningsuiting. Voor Israël
en zijn regime is geen uitzondering gemaakt. Die verwatering van een nuttig begrip ondergraaft de
bestrijding van een gevaarlijk fenomeen.
U laat na uw stelling, als zou ik een antisemiet zijn, te onderbouwen. Omdat u de door mij aangeleverde
stukken niet leest, is mijn opvatting ter zake u ontgaan. Bovendien maakt u niet duidelijk welke
interpretatie u omarmt. Niet alleen het bedrijven van antisemitisme is strafbaar. Let beter op uw
woorden, mijnheer Grunberg, tenzij u een aanklacht van ''smaad en laster'' vanwege een valse
beschuldiging op prijs zou stellen.
Consistentie
In uw argumentatie bent u zich op verschillende momenten totaal niet bewust van de innerlijke
tegenspraak. Helder en kritisch denken is een nuttige eigenschap, ook voor u die in spraak en op
schrift de openbaarheid zoekt.
Zo juicht u de vrijheid van meningsuiting in de VS ten zeerste toe, om mij die zelfde vrijheid in de
volgende zin te ontzeggen.
Mijn door u toegeschreven ''gejengel'' paste aanvankelijk in mijn ziektebeeld. Psychiater Grunberg *)
was bereid mij ten behoeve van zijn therapie ''over een maand'' thuis te bezoeken. Nu lees ik:''Heb ik u
niet vriendelijk verzocht te stoppen met uw gejengel om aandacht?'' Dat is de openingszin van uw
laatste e mailbericht. Nu, nee, zo heb ik het niet beleefd. Er sprak uit het gebruik van die kwalificatie
eerder van satanische vreugde. Nu zich dat tegen u keert, moet u niet zeuren.
*) de zoektocht naar de BIG-registratie van dokter Grunberg heeft voorlopig niets opgeleverd. Wellicht
kunt u mij nadere aanwijzingen verschaffen.
U hebt ten stelligste ontkend dat er een verband zou bestaan tussen het lot van de Joden voor en in
WOII en hedendaags Israël. Naast de onderbouwing van het tegendeel, zoals in Haaretz gesteld, valt
ook de volgende inconsistentie op. In een niet aflatende stroom berichten en programma's wordt van
zionistisch-Joodse zijde gehamerd op onze ''mede-schuld aan het Joodse lot'' [gemakshalve het lot der
anderen negerend]. Die taktiek heeft verschillende doelstellingen, zoals ook uit de toespraak van
Koning Willem Alexander op 4 mei jl. bleek. 
Een andere doelstelling is om met het aangekweekte schuldgevoel een vrijbrief voor het Israëlische
regime te creëren, een doelstelling die al decennialang politiek en maatschappelijk succes heeft. Die
steun aan een misplaatst regime zal, zo zeggen verschillende Israëlische analysten, Israël uiteindelijk te
gronde richten. De oplettende neutrale waarnemer ziet de onmiskenbare signalen in die richting.
Deze voorbeelden illustreren uw gebrek aan analytisch vermogen, uw structureel duikgedrag, uw
laakbare wendbaarheid en, per saldo, uw consistentie.
Trumpisme
Naar de mate dat onze discussie voortschreed werd mijn indruk steeds sterker, in een aantal aspecten
lijkt u vooral een Trump in de dop:
- Trump leest, tot wanhoop van zijn staf, zijn briefings nooit. U krijgt een tekst van 39 bladzijden, vol met
relevante informatie, aangeleverd. Binnen 11 minuten is uw - afwijzende - mening al gevormd. U geeft
onmiddellijk opinies, schietend van de heup, en dus meestal mis;
- de voorliefde voor New York. Die stad is best wel een leuke bestemming voor een stedentrip. Maar om
altijd omringd te zijn door geneurotiseerde workaholics - ''een obsessief-compulsieve psychische stoornis''
- is geen wenkend perspectief. Gelukkig hebben steeds meer jonge New Yorkse Joden een gezonde
afkeer tegen Netanyahu en zijn kliek ontwikkeld;
- Trump beschouwt zich als geniaal. Aanvankelijk meende u, bescheiden als u bent, psychiater te zijn.
Kort daarna werd de ambitie - voorlopig? - opgeschaald naar ''Heiland';
- ook u lijkt niet gewend te zijn aan tegenspraak, noch het te dulden;
- wanneer bepaalde vragen van journalisten de VS-president onwelgevallig zijn, breekt hij de
persconferentie af en loopt weg. Als u ongelijk blijkt te hebben, bent u niet meer beschikbaar voor verder
debat. U hebt op geen enkele van gestelde pertinente vragen een antwoord gegeven, laat staan een
begrijpelijk of zelfs een inhoudelijk antwoord. Met uw laatste bericht, dat van vandaag, loopt u weer weg;
- blijkt een bepaalde gehanteerde argumentatie niet meer geschikt, dan wordt deze onmiddellijk
ingeruild voor een andere, desnoods het tegengestelde. Zie hierboven: het lot van '';uw
gejengel'';
- zoals elke VS-presidentskandidaat, werd Trump tijdens zijn verkiezingscampagne van 2016 door casino-
baas Sheldon Adelson voor US$ 54 miljoen omgekocht. Vrijwel overal in Europa, noemen wij dat
corruptie. De prijs was en is de onvoorwaardelijke steun aan het Israëlische bewind. Sinds die tijd wordt
het VS Midden-Oostenbeleid op hoofdlijnen in Las Vegas bepaald en in detail ingevuld in Jeruzalem. Uit
dank voor deze dienstverlening wordt Israël, zoals gebruikelijk, ruimschoots met Amerikaans
belastinggeld gecompenseerd.
De redenen van uw fervente steun aan het Israëlische moordsyndicaat cum roversnest doen
mij vooralsnog in het duister tasten.
Voorstel
U hebt een solide reputatie opgebouwd in verslaglegging van leef- en werkomstandigheden van
bijzondere maatschappelijke groeperingen. U zult, gezien uw politieke oriëntatie, gemakkelijk toegang
tot de Israëlische autoriteiten kunnen verwerven.
Ik moedig u aan hen voor te stellen dat u, gewapend met een goede camera met microfoon, een weekje
meeloopt in het Israëlische martelcentrum voor Palestijnse kinderen. Vergeet vooral niet de rol van de
begeleidende Israëlische artsen in beeld te brengen. Gebruikelijk adviseren zij welke martelmethoden
mogen worden ingezet. Deze keuze is belangrijk. Wanneer het kind komt te overlijden - dat hoort nu
eenmaal bij het staand beleid - mogen de ingezette methodes niet zichtbaar waarneembaar zijn. Ook
bepalen deze specialisten in de gezondheidszorg tot hoe ver het martelen mag worden voortgezet.
Met veel belangstelling zal ik uw rapportage ter zake - bij voorkeur uit te zenden door de EO - volgen.
Ik zou u graag en van harte ''Het ga u goed''. toewensen. Zoals de zaken er uwerzijds nu voor staan
zou dat onrealistisch zijn, voor u persoonlijk, voor veel Joden en voor Israël. Wel wil ik u van harte
dank zeggen voor uw welwillende medewerking aan de inhoud van deze brief.
Met vriendelijke groeten,
Jan Wijenberg
oud-ambassadeur
LAATSTE MAIL VAN ARNON GRUNBERG AAN JAN WIJENBERG, DD 12 AUGUSTUS
REACTIE OP MAIL JAN WIJENBERG DD 11 AUGUSTUS
Van: Arnon Grunberg;
Date: wo 12 aug. 2020 om 00:30
Subject: Re: tenslotte
To: Jan Wijenberg
Heer Wijenberg,
U begrijpt niet dat iemand van gejengel om aandacht kan worden beschuldigd zonder dat daarmee zijn
vrijheid van meningsuiting met voeten wordt getreden. Dat u zelfs dat niet begrijpt lijkt me ernstig.
Waarom uw uitlatingen antisemitisch zijn heb ik u meerdere malen uitgelegd. Maar u gaat daar liever
niet op in. Of u bent niet bij machte daarop in te gaan.
Hebt u kinderen, een partner, familieleden? Wie zorgt voor u? Misschien kan ik bij hen embedded
gaan? Het lijkt me interessant om de omgeving van een ''oud-ambassadeur'' met antisemitische
obsessies die hij graag antizionistische obsessies noemt nader te bestuderen.
Kunt u me in contact brengen met hen? 
Ook zou ik een week of zo bij u kunnen komen wonen. Misschien is dat nog beter. Ik wilde altijd al
eens embedded gaan bij neonazi’s - maar het is misschien wel zo aardig te beginnen bij u —ik hoor
graag wanneer het schikt. We moeten niet te lang wachten. Ik wil u zeker niet reduceren tot uw
antisemitische uitlatingen, u bent veel meer dan uw antisemitische uitlatingen. Misschien kunt u me
een lijstje sturen met wat u nog meer bent. Mens natuurlijk, oud-ambassadeur, beweert u. Wat hebt u
allemaal bereikt als oud-ambassadeur? Behalve wat relletjes? Wat had u willen bereiken? Et cetera.
Misschien kunt u me een lijstje sturen met de mensen die zich om u bekommeren?  Dan kan ik ook
deze mensen interviewen. Allicht zijn uw artsen bereid met uw toestemming ook met mij te spreken,
dat lijkt me nuttig voor het project.
Graag dus ook een lijstje met namen en contactgegevens van uw artsen. 
Hoe dan ook heb ik van een arts een schriftelijke verklaring nodig dat u wilsbekwaam bent anders zou een
dergelijk project immoreel zijn. Het gaat mij erom uw leven en uw opvattingen recht te doen, hoe beperkt
en antisemitisch uw uitlatingen ook moge zijn, ik wil u nogmaals graag recht doen.
Ook ben ik benieuwd naar uw ouders. Was uw vader lid van de NSB en/of van de waffen-SS? Bent u
misbruikt door uw ouders of door andere familieleden? Hebt u uw ouders of andere familieleden
misbruikt? Zo ja, in beide gevallen, hoe lang duurde het misbruik? Graag gegevens over de aard van
het misbruik. Wie waren ervan op de hoogte? Hebt uw zussen, broers, die nog leven? Kunt u mij met
hen in contact brengen?  Hoe zijn uw ouders gestorven? Hebt u partners gehad? Hoeveel? Et cetera?
Contactgegevens van de partners die nog leven.
Maar graag eerst even een officiële bevestiging van de arts die u behandelt dat u handelings- en
wilsbekwaam bent en daarna zetten we dit in de steigers.
Ik zie uit naar onze ontmoeting en naar de week of tien dagen die ik bij u zal doorbrengen. En vooral
ook naar de gesprekken met de mensen in uw omgeving.
Maar graag eerst, nogmaals, dit is echt belangrijk, omdat ik voor alle betrokkenen dit project graag
correct wil uitvoeren, een verklaring van de behandelend geneesheer.
En ik wens u uiteraard veel goeds.
Vriendelijke groet,
Arnon Grunberg
EINDE DISCUSSIE ARNON GRUNBERG EN JAN WIJENBERG

[7]

ZIE NOOT 2

[8]

[VOLKSKRANT STUKJE ARNON GRUNBERG]/EEN

SLORDIG EXCUUS VOOR HAAT

[OVERGENOMEN OP WEBSITE ASTRID ESSED OP 16 AUGUSTUS 2020]

https://www.astridessed.nl/volkskrant-stukje-arnon-grunberg-een-slordig-excuus-voor-haat/

[9]

''Voor mij was het van begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen

hebben, dan hebben ze het over mij.'
[10]
 
ZIE NOOT 6
[11]
ZIE NOOT 6
[12]
ZIE VOOR GEHELE TEKST, NOOT 3
[13]

VERHITTE DISCUSSIE TUSSEN OUD AMBASSADEUR JAN

WIJENBERG EN SCHRIJVER ARNON GRUNBERG/AANLEIDING:

BRIEF WIJENBERG OVER 4 MEI HERDENKING

[GEPLAATST OP WEBSITE ASTRID ESSED OP 25 AUGUSTUS 2020 MET TOESTEMMING

VAN OUD AMBASSADEUR DRS JJ WIJENBERG, DIE MIJ

DEZE CORRESPONDENTIE TER HAND HEEFT GESTELD]

https://www.astridessed.nl/verhitte-discussie-tussen-oud-ambassadeur-jan-wijenberg-en-schrijver-arnon-grunberg-aanleiding-brief-wijenberg-over-4-mei-herdenking/

ZIE VOOR UITGESCHREVEN TEKST CORRESPONDENTIE, NOOT 6

[14]

VERHITTE DISCUSSIE TUSSEN OUD AMBASSADEUR JAN

WIJENBERG EN SCHRIJVER ARNON GRUNBERG/AANLEIDING:

BRIEF WIJENBERG OVER 4 MEI HERDENKING

[GEPLAATST OP WEBSITE ASTRID ESSED OP 25 AUGUSTUS 2020 MET TOESTEMMING

VAN OUD AMBASSADEUR DRS JJ WIJENBERG, DIE MIJ

DEZE CORRESPONDENTIE TER HAND HEEFT GESTELD]

https://www.astridessed.nl/verhitte-discussie-tussen-oud-ambassadeur-jan-wijenberg-en-schrijver-arnon-grunberg-aanleiding-brief-wijenberg-over-4-mei-herdenking/

ZIE VOOR UITGESCHREVEN TEKST CORRESPONDENTIE, NOOT 6

[15]

DE PC HOOFTPRIJS IS TOEGEKEND AAN ARNON GRUNBERG.
DE OEUVREPRIJS IS DIT JAAR BESTEMD VOOR PROZA.
HET LITERATUURMUSEUM ORGANISEERT IN MEI DE FEESTELIJKE UITREIKING
EINDE NOTEN

Meer van Astrid Essed