Brussel eist opheldering CIA-kampen

Tuesday 22 November 2005 09:28 | Frank | 2571 keer bekeken | 0 reacties | 0 x aanbevolen
De Europese Unie wil dat de VS opheldering geven over de mogelijke aanwezigheid van CIA-detentiekampen in Europa en over tussenlandingen van vliegtuigen die Al Qa’ida-verdachten zouden vervoeren. Wat minister Bot van Buitenlandse Zaken betreft, kunnen de Amerikanen maar beter ‘geen verstoppertje spelen’ als er inderdaad geheime gevangenissen zijn in Europa. ‘Zoiets komt altijd uit, en dan heb je bonje.’

Bot zei dit maandag in Brussel na beraad van de Europese ministers van Buitenlandse Zaken. ‘Maar als de Amerikanen het ontkennen, dan is het wat mij betreft einde verhaal’, voegde hij eraan toe. ‘Zelf heb ik er echt geen idee van of ze bestaan en geen van mijn collega’s beschikt over informatie.’

Bots Britse collega Jack Straw neemt als EU-voorzitter contact op met de Amerikaanse autoriteiten. Hij zal in een brief opheldering vragen over wat Bot nog ‘geruchten’ noemt: ‘Het is een verhaal dat blijft rondzingen, maar waar niemand de vinger achter krijgt.’

The Washington Post berichtte onlangs dat de CIA Al Qa’ida-verdachten zou vasthouden op voormalige Sovjet-bases in Oost-Europa. De mensenrechtenorganisatie Human Right Watch zegt CIA-documenten te bezitten over vluchten met terrorismeverdachten van Afghanistan naar geheime kampen in Roemenië en Polen.

Bot heeft nog geen informatie over het veronderstelde CIA-toestel dat vorige donderdag en vrijdag op Schiphol stond. Het tweemotorige passagiersvliegtuig is volgens diverse bronnen eigendom van Path Corporation, een bedrijf dat zou fungeren als CIA-dekmantel.

Vooralsnog wil Bot daar niet in geloven. ‘Straks is er iets aan de hand met elke ballon die langs vliegt.’ Niettemin verlangen PvdA en SP uitleg van de minister, als hij deze week in de Tweede Kamer de begroting van zijn departement verdedigt. Bot zegt ‘nog geen enkele substantiële bevestiging’ te hebben dat het vliegtuig in opdracht van de CIA vliegt. De CIA zelf weigert te reageren.

Bron: ANP