AIVD is spoor bijster

maandag 19 december 2005 17:10 | Frank | 3436 keer bekeken | 0 reacties | 0 x aanbevolen
Roger Vleugels volgt nauwlettend de verrichtingen van de geheime dienst die
over onze veiligheid waakt. Het wordt volgens hem tijd dat de blunderende AIVD
wordt opgeheven, waarna de spionage wordt ondergebracht bij politiediensten.
,,De aard van het beestje is dat de dienst zich niet laat controleren.
Dus moet het beestje weg.''


Het gesprek met Roger Vleugels (49) over de rol van de AIVD wordt overruled
door de moord op de Nijmeegse activist Louis Sévèke. Vleugels kent Sévèke
uit de begintijd van de jaren negentig. Ze hebben met elkaar gemeen dat
ze de werkwijze van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)
en andere inlichtingendiensten kritisch volgen en over hun bevindingen
publiceren.

De dood van Sévèke heeft Vleugels geschokt, maar hij ziet de zin er niet van
in om te gaan gissen naar de motieven van de dader of daders. ,,Ik vind het
niet interessant om te gaan speculeren of de kogel van rechts, van de politie
of wegens privéomstandigheden kwam'', zegt Vleugels. Hij wil wel kwijt dat
het uitgesloten is dat de aanslag in direct verband kan worden gebracht met
de staat. ,,Al was het maar dat we dit al zestig jaar niet hebben meegemaakt.''

Het uit 32 personen bestaande rechercheteam van het korps Gelderland-Zuid
dat de zaak onderzoekt, heeft ruim twee weken na de moord tijdens mijn
gesprek met Vleugels ogenschijnlijk nog niets bereikt. Op basis van de
spaarzame berichtgeving zou je kunnen opmaken dat men het onderzoek
amateuristisch aanpakt, zo vindt ook Vleugels.

,,Zie het sporenonderzoek op straat. Na de eerste afzetting werd later een groter
gebied afgezet voor een nieuw onderzoek, maar wel nadat de reinigingsdienst
de straat had schoon geveegd. Ik wil dit niet boven gemiddeld krakkemikkig
noemen, het is het standaard kwaliteitsniveau van de Nederlandse politie,
helaas'', aldus Vleugels.

Monitoring
Dat ook de teamleider van de recherche van mening is dat het onderzoek
niet helemaal vlekkeloos verloopt, kun je opmaken uit de versterking met twee
rechercheurs uit het korps Gelderland-Midden. ,,Dit zijn rechercheurs met een
'hoger dan gemiddeld oplossingspercentage', zoals ze worden omschreven.
Oftewel, ze zijn beter dan de gemiddelde teamleden.''

Deze sombere constatering maakt het volgens Vleugels noodzakelijk dat het
onderzoek gemonitord wordt en dat er een schaduwonderzoek plaatsvindt.
Het monitoren van een strafrechtelijk onderzoek vindt in Engeland plaats op
experimentele basis en wordt in de regel uitgevoerd door een onafhankelijk
strafrechtgeleerde. Zo'n monitor, ook wel auditor genoemd, heeft volledig
toegang tot de processtukken gedurende een lopende zaak en checkt
het sporenonderzoek, de tactische recherche, de zoekrichtingen,
het forensisch instituut, enz.

De auditor tekent vooraf een geheimhoudingsplicht, maar kan zijn bevindingen
bespreken met de persoon die het onderzoek leidt. Vleugels: ,,Het gaat om een
second opinion. Een deskundige pottenkijker kan preventief werken op het ontstaan
van een tunnelvisie. We hebben in Nederland regelmatig gezien dat er binnen het
strafrechtelijk onderzoek bedrijfsongevallen plaatsvinden waardoor de zaak niet
wordt opgelost, of de verkeerde persoon wordt veroordeeld.''

Daarnaast zou er door deskundige mensen in kringen van Sévèke een
schaduwonderzoek kunnen worden uitgevoerd. ,,Een probleem hierbij is dat
je niet precies weet op welke wijze de politie het onderzoek aanpakt. Maar als je
goed je oor te luister legt, bronnen bestudeert en de advocaat toegang krijgt tot
het strafdossier, kan je aan de slag. Doe bijvoorbeeld navraag bij de nabestaanden
en collega's van Louis die eerder door de politie zijn verhoord. Vindt uit waar de politie
aandacht voor had tijdens de verhoren.''

Vanaf dag een heeft de teamleider van de recherche het accent gelegd op
sporenonderzoek, weet Vleugels. ,,Het sporenonderzoek heeft weliswaar prioriteit,
maar omdat politieke motieven van de dader niet mogen worden uitgesloten, moet
je het onderzoek ook tactisch uitvoeren.''

Een aantal collega's van Louis heeft direct na de moord contact opgenomen met
het rechercheteam met de vraag of ze zich ook wilden verdiepen in het werk waar
Louis zich in de weken voorafgaande de moord heeft bezig gehouden. Op dit vlak
zijn ook concrete tips aangeleverd. Men kreeg als antwoord dat er nog wel
teruggebeld zou worden. Een week later was dit nog niet gebeurd.

Actieverleden
De begrafenis van Louis Sévèke ervaarde Vleugels als een reünie. Hij liep hierbij
vele bekenden uit het activistische milieu tegen het lijf. Vleugels was onder meer
actief voor de Bond van Dienstplichtigen, de antimilitaristische luis in de pels van
de Vereniging voor Dienstplichtige Militairen (VVDM).

Tot 1987 zette hij zich in voor het Antimilitaristische Onderzoeks Kollektief
(AMOK). In dat actiemilieu is hij zich gaan verdiepen in het functioneren van
de inlichtingendiensten. Dit groeide uit tot zijn dagelijkse werk in dienst van
advocaten en activisten. Gaandeweg is hij steeds meer gebruik gaan maken
van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om voor activisten, journalisten
en advocaten informatie boven tafel te krijgen. (zie kader)

Vleugels heeft een gezond wantrouwen tegen macht, tegen overheden. ,,Ik ben
een rabbiate democraat. Het bestuur heet niet voor niets openbaar bestuur, het
dient transparant te zijn, hetgeen niet altijd zo is.'' Gedurende de jaren negentig,
toen de activiteiten bij de BVD/AIVD op een laag pitje kwamen te staan, was
Vleugels voornamelijk aan het 'Wobben'. Sinds 11 september 2001 is het
kritisch volgen van de AIVD weer zijn hoofdactiviteit.

Dat de geheime dienst na het wegvallen van het Rode Gevaar in het Oostblok
stil is blijven staan in haar ontwikkeling, bleek de afgelopen tijd overduidelijk.
Blunder na blunder stapelt zich op, met de moord op Theo van Gogh als
meest trieste voorbeeld. Volgens Vleugels komt dat voornamelijk doordat
de dienst niet gecontroleerd wordt.

De geheime dienst heeft specifieke taken als het veldwerk ook een beetje
verwaarloosd. ,,Er is in tien jaar tijd weinig tot niets aan velwerk gedaan.
Men specialiseerde zich in economische spionage en op
screeningsonderzoeken waar een kwart van het personeel zich
mee bezighield. Bij de nieuwe vijand, die veelal een kleurtje heeft,
is het veldwerk ook lastiger geworden voor witte spionnen'', aldus Vleugels.

Dataverkeer
Intussen hebben de inlichtingendiensten in de jaren '90 enorm geïnvesteerd
in het gebruik van computers. Het accent is komen te liggen op 'sigint', signals
intelligence. ,,Ga maar dataverkeer aftappen luidde het credo. Het daadwerkelijk
schaduwen van personen en het interpreteren van wat de potentieel verdachte
(of objecten van onderzoek) doet is hierdoor sterk verwaarloosd.''

Momenteel moet de dienst dit soort spionnen weer creëren, vindt Vleugels.
,,Het liefst Arabieren die de vele Arabische talen machtig zijn. In het proces rond
Outman Ben A., een tolk/vertaler van de AIVD die ervan wordt verdacht geheime
informatie te hebben doorgesluisd naar de Hofstadgroep, werd gezegd dat hij
op een gegeven moment de enige Arabische tolk op de afdeling was. Dat is
natuurlijk waanzin op een afdeling die potentieel verdachten bespioneert
waarvan de overgrote meerderheid niet van Nederlandse afkomst is.''

Met het onderzoek naar de moord op Theo van Gogh kwam aan het licht dat
de getapte telefoongesprekken van Mohammed Bouyeri door een overdaad
aan data-informatie en gebrek aan vertalend personeel niet tijdig werd
afgeluisterd. ,,Men geilt op sigint. Er wordt zoveel getapt en bewaard
dat men niet voldoenden vertalers heeft om alles snel uit te kunnen werken.''

In Amerika hebben ze na de aanslagen van 11 september ingezien dat er vooraf
al tien redenen zijn geweest om de daders te arresteren als ze de getapte informatie
tijdig hadden verwerkt. Deze kennis kwam pas maanden na de aanslagen naar buiten.
Na onderzoek is gebleken dat de getapte informatie in Amerika gemiddeld pas na drie
maanden wordt uitgewerkt.

Aan de hand hiervan heeft men een nieuwe wet aan genomen waarin staat dat
alle informatie die getapt en gebugd wordt (met afluisterapparatuur in woning,
AvV) binnen twaalf uur beluisterd moet zijn. ,,Leuk zo'n wet, maar de achterstand
is nu twee in plaats van drie maanden. Je kunt in Amerika dus een aanslag
via de telefoon voorbereiden, als je deze maar binnen twee maanden pleegt.''

Orkestratie
Deze praktijk kwam eveneens naar voren na de inval in de woning in het Haagse
Laakkwartier, daags na de moord op Van Gogh. Hierbij raakte een lid van de AT
(Arrestatieteam) gewond nadat hij door een handgranaat werd getroffen. ,,Ook
hier is men pas na de inval de getapte informatie gaan beluisteren en bekijken.
Als dat in real-time was gebeurd, had men er geen AT maar een BBE
(Bijzondere Bijstands Eenheid) op af gestuurd.''

Het feitenrelaas over de moord van Van Gogh, dat lang op zich deed wachten, is
het meest curieuze dat Vleugels ooit heeft ingezien. ,,Men presteert het drie weken
na de moord om gedane observaties op twee manieren te interpreteren; een door
de bril bezien van de politie en een van de AIVD. Dit betekent dat drie weken na de
moord politie en AIVD het nog steeds niet met elkaar eens zijn over interpretaties
van gegevens die ze in wezen geïnterpreteerd hadden moeten hebben
voorafgaande de moord!''

Uit het feitenrelaas blijkt ook dat Bouyeri de spil van de Hofstadgroep is geweest,
terwijl in de begeleidende brief door de ministers op advies van de AIVD wordt
gesteld dat hij een bijrol had. Dit was in de Tweede Kamer de onderbouwing
van het feit dat Bouyeri niet meer afgeluisterd werd, etc.

Vleugels: ,,Bouyeri leverde z'n woning, z'n auto, z'n gsm uit aan de Hofstadgroep.
Kortom, hij leverde logistieke steun. Dat is veel belangrijker dan het werk van
Samir A., die door de ministers en AIVD belangrijker wordt gemaakt dan hij in
werkelijkheid is. De woning en de auto van Bouyeri worden misschien ook door
andere groepen en personen gebruikt. Door enkel deze objecten te observeren
hou je in elk geval de Hofstadgroep in de gaten, en mogelijk ook andere groepen.''

Minister Remkes bagatelliseerde het feit dat Bouyeri slechts z'n woning ter
beschikking stelde. ,,Deze opvatting staat haaks op de beginselen van elke
inlichtingendienst. Dat heeft niemand in de Tweede Kamer en in de pers bekritiseerd
en bloot gelegd. De AIVD heeft het betoog van Remkes georkestreerd, om onderbouwd
te krijgen waarom men Bouyeri gemist heeft.''

Aansturingsproblemen
In de documentaire 'Prettig weekend, ondanks alles' wordt de vraag opgeworpen
in hoeverre Bouyeri voor de moord contact zou hebben gehad met de AIVD.
Volgens Vleugels niet zo vreemd, aangezien de AIVD de afgelopen jaren met álle
leden van de Hofstadgroep contact heeft gehad. Om meerdere redenen: als onderdeel
van een storingsprogramma, om een idee te krijgen van de persoonlijkheid van betrokken
personen, maar ook in het kader van een voorselectie voor mogelijke werving.

Pal na de moord op Van Gogh uitten burgemeester Cohen van Amsterdam
en diens hoofdofficier van justitie De Wit kritiek op de verantwoordelijke ministers
in Den Haag over het achterwege blijven van informatie over Bouyeri. Onderdeel
van het spel, meent Vleugels. ,,De regelgeving omtrent AIVD-activiteiten is zo dat
er niet gecommuniceerd mag worden met de burgemeester en hoofdofficier van
justitie. Dus de AIVD op zich heeft niet fout gehandeld, de regelgeving klopt niet.''

Ook de Regio Inlichtingendienst (RID) van korps Amstelland mag over haar
activiteiten niet communiceren met het eigen korps. Dat is een jaarlijks terugkerende
klacht op het genootschap van hoofdcommissarissen: 'Wij betalen onze RID's maar
plukken de vruchten niet'.

Op hiërarchisch niveau valt de RID onder de AIVD in het kader van terrorismebestrijding,
een unieke situatie. Tegelijkertijd doet de RID werk op het gebied van openbare orde
en veiligheid, hetgeen onder de verantwoordelijkheid van het korps valt. ,,De scheidslijn
tussen terrorisme en openbare orde is lastig te trekken. Dit is een typisch Nederlands
gedrocht'', aldus Vleugels.

Overigens heeft de commissie-Havermans, waar Cohen zitting in heeft,
onlangs aan de regering een rapport aangeboden waarin onder andere deze
aansturingsproblematiek wordt aangekaart. ,,De aanpak van de AIVD en RID
verbetert langzaam maar zeker. Getapte informatie wordt in sommige zaken
vrijwel real-time verwerkt.''

Bewijsvoering
De uitgebreide wetgeving op het gebied van terreurbestrijding maakt het gebruik
van anonieme bewijsvoering met AIVD-materiaal in rechtszaken steeds eenvoudiger.
Dit baart Vleugels zorgen: ,,Onze rechtsgang is gebaseerd op gelijke inzage in de
bewijsvoering, zodat het openlijk in de rechtbank te controleren is. Met de nieuwe
wetgeving van Donner hoeft de AIVD voortaan niet in alle gevallen van
bewijsvoering openheid van zaken te geven.''

Hier zit volgens Vleugels het oude adagium van de AIVD achter: 'Wij geven onze
bronnen en werkwijze niet bloot'. ,,We krijgen een situatie dat de bewijsvoering
van de AIVD die in de rechtszaak wordt gebruikt niet gecontroleerd wordt.
De komende maanden zal blijken of deze nieuwe wijze van bewijsvoering
door de rechters gepikt wordt. Ik vrees van wel, gelet op alle commotie
van de laatste tijd over eerdere vrijspraken in zaken rond de Hofstadgroep.
Daarmee doet de gemanipuleerde rechtspraak ook zijn intrede in dit land.''

Vleugels beschouwt de geheime dienst niet als zijn vijand. ,,Ik maak
bezwaar tegen de geringe controle op het functioneren van deze dienst.
Bij de reinigingsdienst is er meer controle op het werk van het personeel
dan bij deze dienst die zich voornamelijk bezighoudt met privacygevoelige
gegevens. De aard van het beestje AIVD is dat de dienst zich niet laat
controleren. Dus moet het beestje weg.''

Vleugels ziet dan ook geen reden om de geheime dienst te laten
voortbestaan. ,,Waarom wordt dit privacygevoelige werk niet gewoon
gedaan door politiediensten?'', vraagt hij zich af. ,,Maar versterk dan meteen
ook de democratische controle bij de politie, want daarmee is het, zeker sinds
de invoering van de regiopolitie, abominabel gesteld.''

Wet openbaarheid bestuur
Naast het volgen van de inlichtingendiensten is Roger Vleugels juridisch adviseur
voor met name persorganen op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur
(Wob). Hij heeft de afgelopen vijftien jaar al zo'n 2.000 keer geWobt, van
actiegroepen tot tv-rubrieken, hetgeen hem de reputatie Wob-goeroe opleverde.

Op grond van de Wob hebben burgers toegang tot veel informatie over het
bestuur van rijk, provincies en gemeenten. Het uitgangspunt van de wet is dat
overheidsinformatie openbaar is. Tenzij voor een van de weigergronden, en daar
zitten forse knelpunten, geldt dat de gevraagde informatie niet geschikt is om openbaar
te worden gemaakt. Vooral journalisten maken van het Wob-verzoek gebruik.

De overheid hoeft niet alle informatie openbaar te maken. Uitgezonderd zijn
bijvoorbeeld de inhoud van contacten tussen, hoe kan het ook anders, de koningin
en bewindslieden en bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk zijn meegedeeld.
Ook mag openbaarmaking de veiligheid van de staat niet schaden of de privacy van
personen aantasten.

,,Zo'n tachtig landen hebben dit soort, doorgaans 'freedom of information acts'
genoemde wetten'', zegt Vleugels. ,,In Engeland is begin dit jaar een dergelijke wet
ingevoerd. Sindsdien zijn er al 200.000 verzoeken ingediend. In Nederland bestaat
de Wob al 25 jaar, maar in al die tijd is er slechts 20.000 keer gebruik van gemaakt.''

Dat Nederland zo weinig Wobt komt volgens Vleugels doordat dit ,,het enige land
ter wereld is waar Calvijn nog niet overleden is.''

Hij constateert in omringende landen een gezond wantrouwen tegen de macht,
hetgeen geïnstitutionaliseerd is in allerlei denktanks en waakhonden.
In Nederland heb je dat niet.

,,De jongste geschiedenis in dit land ontsnapt op universiteiten aan de aandacht,
in het buitenland is dat de grootste vakgroep'', vervolgt Vleugels. ,,Parlementaire
enquêtes komen hier nauwelijks voor. We hebben hier in dit land vrijwel geen
onderzoeksjournalisten. Tel je ze allemaal bij elkaar op dan zijn het er minder
dan de voltallige onderzoeksredactie van Der Spiegel, die er zestig in dienst heeft.''

Bijkomend probleem van het Wobben is dat slechts 4 proent van de verzoeken
binnen de wettelijke maximumtermijn van 28 dagen gehonoreerd wordt. In ruim
95 procent van alle zaken gaat de overheid daar fors (weken) tot zeer fors (maanden)
overheen. In 15 procent van alle zaken ontvangt een aanvrager op basis van het
verzoek het gewenste resultaat. Dit percentage stijgt tot 35 procent na het indienen
van een bezwaar en tot 65 procent na een beroep bij de rechter (termijn van een
tot twee jaar). Sinds de kabinetten Balkenende is er sprake een afname van
de openbaarheid. Zo blijven allerlei databestanden, die voorheen onder de
Wob openbaar waren, nu gesloten.

Op verzoek van GroenLinks beschreef Vleugels zijn ervaringen met het Wobben,
en legde haarfijn uit waar het in de praktijk aan schort. In de nota 'Open de Oester'
bepleit de partij onder meer een snellere reactie op een aanvraag via de Wob.
Termijnoverschrijdingen dienen te worden aangepakt en bestraft. De Wob
moet ook weer een lekenwet worden. Het moet veel eenvoudiger worden
om verzoeken in te dienen.

Vrij onverwacht werd de nota op 30 november jl. behandeld in de Tweede Kamer.
,,Minister Pechtold vindt de nota dermate interessant dat hij een voorontwerp
voor een nieuwe wet gaat opstellen welke voor de zomer wordt ingediend.
De meerderheid van ministers is overigens tegen, en waarschijnlijk
ook de meerderheid van de Kamer. Maar de intentie is opmerkelijk
en interessant'', vindt Vleugels.


Door: Alex van Veen
Bron: Ravage