8 December persconferentie Sandew Hira/Bloed, vuur en straffeloosheid

donderdag 17 december 2015 03:23 | Astrid Essed | 1299 keer bekeken | 0 reacties | 0 x aanbevolen
8 DECEMBER PERSCONFERENTIE SANDEW HIRA/BLOED, 
VUUR EN STRAFFELOOSHEID

UPDATE:
Zojuist mogen constateren, dat Hira mij op zijn Facebookpagina
''De Getuigenis van president Bouterse'' heeft geblokkeerd.
Ik beschouw dat als een compliment, omdat Hira mij kennelijk
als een lastige criticus beschouwt......
SAMENVATTING:
''
Uitgerekend op 8 december, de dag waarop 15 critici van het militaire regime
Bouterse werden geexecuteerd zonder vorm van proces, geeft journalist
en econoom Sandew Hira opnieuw een ''persconferentie'' over zijn gesprekken met
hoofdverantwoordelijke president D Bouterse. Hira tracht buiten de rechtszaal via
deze ''gesprekken'' straffeloosheid voor Bouterse en co tot stand te brengen, waarbij
hij laster en intimidatie niet schuwt.''
ZIE OOK




Vooraf:
In dit stuk ga ik in op de persconferentie, die Sandew Hira op
8 december 2015 heeft gehouden naar aanleiding van zijn gesprekken
met president Bouterse in Brokobaka. Hira verwijst in zijn persconferentie
naar de uitzendingen van deze gesprekken op TV. Ik ga slechts in op zijn persconferentie, om zijn straffeloosproject wederom te bestrijden.
Daarvan zijn die gesprekken slechts een illustratie.
Ik zal ter toelichting stukken uit Hira's persconferentie citeren.
Geheel onderin de tekst van de persconferentie van Hira.
8 December is de Dag waarop rechtgeaarde Surinamers en anderen
de foltering
en buitengerechtelijke executies van 15 critici van het militaire regime
Bouterse herdenken, de Decembermoorden [1].
Onder deze slachtoffers was ook John Baboeram, broer van Sandew
Hira [nom de plume voor Dew Baboeram], de man achter het
straffeloosheidsproject ''De Getuigenis van President Bouterse. [2]
Het was op deze Dag van Rouw, 8 December 2015, dat Sandew Hira zijn
zoveelste [zesde] ''persconferentie'' hield, deze keer tegen het licht van de
gesprekken, die hij met president Bouterse, ex dictator/legerbevelhebber,
in Brokobaka heeft gevoerd. [3]


Maar voordat ik de persconferentie van 8 December tegen het licht ga'
houden, eerst enkele algemene opmerkingen over de persconferenties
van Hira, om te laten zien, hoe Hira werkt:
Wat zijn strategie is.

HIRA'S ''PERSCONFERENTIES'' IN HET ALGEMEEN
AFLEIDINGSTRUCS VAN STRAFFELOOSHEIDSPROJECT:
''ELLENLANGE BESCHOUWINGEN''
In het algemeen kenmerken persconferenties van Hira zich door ellenlange
beschouwingen en uitweidingen [4], waardoor luisteraars/lezers dreigen
ondergesneeuwd te worden en door de bomen het bos niet meer zien.
Dit is geen toeval, maar heeft als doel:
De aandacht afleiden van waar het werkelijk om gaat:
Het verschaffen van een straffeloosheidsticket aan de hoofdverantwoordelijke
voor de Decembermoorden, de Surinaamse president Bouterse, ex dictator/
legerleider en alle andere verantwoordelijken.
Met andere woorden: Hira doet er alles aan om de berechting van de December
moorden tegen te gaan, door aan Bouterse vragen ''getuigenis'' af te leggen. [5]
Just like that.
Waarmee de ergste mensenrechtenschendingen, folteringen en
buitengerechtelijke executies, door internationale juristen ''misdriijven
tegen de menselijkheid'' genoemd [6], maar middels ''getuigenissen''
en wat Hira nog meer in petto heeft, ongestraft moeten blijven.
Opgemerkt zij, dat Hira, sinds zijn bezoek aan Zuid-Afrika [7], zijn
''getuigenis'' drift heeft uitgebreid en nu te pas en onpas mensen,
die hij voor zijn ''Nationale Verzoeningsshow'' [waarover straks meer]
denkt te kunnen gebruiken, lastig valt met het verzoek ''getuigenis''
af te leggen. [8]
Is Hira soms rechter?
Officier van Justitie?
Niets van dat alles.
HIRA'S ''PERSCONFERENTIES'' IN HET ALGEMEEN

AFLEIDINGSTRUCS VAN STRAFFELOOSHEIDSPROJECT
''AANTIJGINGEN EN INTIMIDATIE''

Een andere afleidingstruc is intimidatie en aantijgingen tegen diegenen,
die WEL ijveren voor gerechtigheid, dus de berechting van de Decembermoorden
en andere [oorlogs]misdrijven.
Vooral richt Hira daarbij zijn giftige pijlen op zijn critici 
advocaat Hugo Essed en Theo
Para, bestrijder van het militaire regime van het eerste uur, die altijd
heeft geijverd voor de berechting van de Decembermoorden en dus het recht .
doen aan de slachtoffers, waaronder Hira's eigen broer, John Baboeram. [9]

Zo werd Para, samen met academica en directeur van het Bijlmerparktheater,
Ernestine Comvalius [ook een critica van Hira] en journaliste Biemla Gajadin
[die na de eerste persconferentie van Hira een of meer kritische vragen stelde],
er door Hira van ''beschuldigd'', de links radicale activist Bram Behr, een van de
8 december slachtoffers, in 1982 middels een ''coup'' te hebben afgezet als partijleider. [10]
Op niet mis te verstane wijze diende Para Hira van repliek [11] en trapte niet
in zijn afleidingsmanoevre, door bij de zaak zelf te blijven:
Hira's ''getuigenis'' poging, het Decembermoordenproces te torpederen. [12]


Naast de aantijgingen, de intimidatie.
Nadat advocaat Hugo Essed Hira had gewaarschuwd in welk wespennest
hij zich stak met het in zee gaan met president Bouterse en co [13], maakte
Hira er in zijn persconferentie op 15 augustus [14] iets heel anders van, door, op 
subjectieve wijze, te suggereren, dat Essed hem bedreigd zou hebben.
Lezer, oordeel zelf over deze subjectiviteit
Ik citeer Hira op zijn persconferentie:
''Ten derde, zei hij tot twee keer in het gesprek letterlijk tegen me: “Ik waarschuw je. Je speelt met je leven.”

Als een vriend dat tegen me zegt, beschouw ik het als een waarschuwing. Als een opponent dat tegen me zegt, beschouw ik het als een bedreiging.''

[15]

Het gaat hier dus puur om een interpretatie van Hira, die niet gestaafd

wordt door doorwrochte feiten.

Maar het wordt erger, want naar aanleiding van die zogenaamde

''bedreiging'' heeft Hira Essed aangegeven bij de Veiligheidsdienst.....[16]

PERSCONFERENTIE SANDEW HIRA OP 8 DECEMBER 2015

Nu naar de ''persconferentie'', die Hira zo ''fijngevoelig'' op 8 december

2015 hield [17]

Hierbij zij uitdrukkelijk gezegd, dat ik niet in de val trap door op alle

ellenlange uitweidingen van Hira in te gaan.

Ik beperk mij tot datgene, wat ik het meest van belang vind bij

Hira´s goedpraten van zijn straffeloosheidsproject:

PERSCONFERENTIE
DE CONTEXT VAN DE GETUIGENIS
HET ''POLITIEKE GEWELD''
VERANTWOORDELIJKEN OF NATUURRAMP?


NATUURRAMP OF VERANTWOORDELIJKEN?

In zijn poging, het regime van Bouterse van haar verantwoordelijkheid
voor mensenrechtenschendingen te ontlasten, bedient Hira
zich WEER van afleidingstrucs:


A

Natuurramp?
Psychologisering ''politiek geweld''

Hira gooit alle slachtoffers van door hem benoemd
 'politiek 'geweld'' en ''coups'' en
''tegencoups'' op een hoop, met een sentimenteel verhaal,
dat ''zij allen vaders, moeders, familieleden en vrienden'' hadden [17].
Natuurlijk is dat zo, maar hiermee psychologiseert Hira de gewelddadige gebeurtenissen onder het militaire regime en krijgt men de indruk, dat er
geen oorzaak en gevolg was, geen verantwoordelijken voor
misdaden, maar een onafwendbare ''natuurramp'' Suriname heeft getroffen.
Dat dit alles Suriname is ''overkomen''

B

Verzwijging mensenrechtenschendingen militaire regime
tussen 1980-1982

In de wirwar van door Hira genoemde ''coups'', ''tegencoups''
en ander ''politiek geweld, is het opvallend, dat Hira geen melding
maakt van mensenrechtenschendingen door het militaire
regime tussen 1980-1982
Daarom een grip uit het geweld door het militaire
regime tot 1982:

Behalve de gewelddadige dood van tegencouper Fred 
Ormskerk [18], door Hira genoemd [19] en de buitengerechtelijke
executie van tegencouper sergeant Hawker [20], door Hira genoemd
[21], is het militaire regime onder Bouterse voor meer
verantwoordelijk:
Voor het inperken van de democratische rechten, waarvan
de Surinaamse bevolking als zodanig slachtoffer was [22]
Arrestaties op vage gronden en slechte detentieomstandigheden/
mishandelingen van voormalige politici en ''dissidente
militairen.'' [23]
Het mishandelen van plunderaars kort na de coup van 25
februari 1980. [24]
Waarom noemt u deze slachtoffers niet, meneer Hira?
Hebben die soms geen ''vader en moeder gehad en mensen, die hen liefhadden?'' [25]

C

Bagatellisering standrechtelijke executie Hawker

Hira's opmerking, dat tegencouper
sergeant Hawker is geexecuteerd door een '' krijgsraad te velde''
[26], is in een woord NONSENS.
Het suggereert namelijk een schijn van legitimiteit, waarvan geen sprake is:
Hawker is STANDRECHTELIJK GEEXECUTEERD, TERWIJL
HIJ GEWOND OP EEN BRANCARD LAG. [27]
Op de TV voor iedereen te zien.
Schrijfster dezes heeft dit gezien, samen met honderden,
duizenden anderen.
Het executeren van een gewonde militaire gevangene,
behoort volgens het Internationaal Humanitair Oorlogsrecht
tot een buitengewoon groffe oorlogsmisdaad. [28]

D

HIRA'S ''OVEREENKOMSTEN EN VERSCHILLEN''
TUSSEN DE 8 DECEMBERMOORDEN EN DE MOORDEN TIJDENS
DE BINNENLANDSE OORLOG''/MISLEIDING

Ik beperk mij tot de door Hira aangedragen ''overeenkomsten''
Daarvoor laat ik hem aan het woord:

''Laten we de overeenkomsten en verschillen tussen de 8 decembermoorden en de moorden tijdens de Binnenlandse Oorlog op een rijtje zetten.

De belangrijkste overeenkomst is dat mensen zijn vermoord om politieke redenen. In Fort Zeelandia hebben executies plaatsgevonden. In de Binnenlandse Oorlog hebben executies plaatsgevonden. De verantwoordelijken in beide gevallen zijn bekend, hoewel over de specifieke daders van 8 december onduidelijkheid bestaat.'' [29]

WAT EEN GROFFE MISLEIDING!

De ''overeenkomst'' dat zowel de Decembermoordenslachtoffers als

de slachtoffers tijdens de Binnenlandse Oorlog tussen D Bouterse en

zijn voormalige lijfwacht [ook iets, dat Hira niet noemt], R Brunswijk

[Jungle Commando] [30], ''om politieke redenen'' zouden zijn vermoord,

slaat nergens op!

De 15 slachtoffers van 8 december zijn gedood

omdat zij critici van het militaire regime Bouterse waren [31],

wat dit tot ''politieke'' moorden maakt.

De slachtoffers in de Binnenlandse Oorlog, zowel

de burgers als gevangengenomen militairen [de gesneuvelde

militairen aan beide zijden zijn niet ''vermoord'', maar als

combatanten gesneuveld], zijn niet om politieke redenen

vermoord, maar slachtoffer van oorlogsmisdaden. [32]

Dat is een wezenlijk verschil.

Hira heeft nog meer op te merken onder zijn punt 1 [de context

van de getuigenis], waarbij hij voornamelijk psychologiseert, terwijl; 

hij daartoe niet deskundig is. 

Kwalijk is daarbij, dat hij de verschillende groepen nabestaanden

van slachtoffers  tegen elkaar uitspeelt.

Want niemand heeft ooit beweerd, dat de slachtoffers van de Binnenlandse Oorlog minder aanspraak zouden maken op sympathie

of dat er niet geijverd zou moeten worden voor gerechtigheid voor hen.

Wrong is wrong.

Maar Hira's intentie is duidelijk:

Het afleiden van de aandacht van en het houden van een pleidooi 

voor straffeloosheid.


PERSCONFERENTIE

ENKELE OPMERKELIJKE ZAKEN UIT HET GESPREK

MET DE PRESIDENT

In dit hoofdstuk, waarin Hira ingaat op de gesprekken met president Bouterse,
passeren de revu, de Decembermoorden, de coup van 25 februari 1980, de
Rambocus coup en de relatie met Nederland.
Om te blijven bij Hira´s straffeloosheidsproject, en mij niet te verliezen in
alle uitweidingen van Hira, behandel ik  alleen  het gedeelte, ´´Decembermoorden´´
en wat Bouterse daarover te zeggen heeft, met een aanvulling van Hira.
Echt veel nieuws komen we niet te weten.
A
Bouterse ontkent, iemand te hebben vermoord, al geeft
hij toe (hij kan ook niet anders, als bevelhebber van het leger), verantwoordelijk
te zijn voor de moorden. (33)
Nu was het niet te verwachten, dat Bouterse het zou hebben toegegeven, iemand
persoonlijk vermoord te hebben, want dat is een zware beschuldiging tegen
zichzelf, ook al is dat ´´getuigenis project´´ dan geen strafproces.
Nu zijn er twee getuigenverslagen, die het tegendeel beweren.
Namelijk, dat Bouterse wel degelijk mensen vermoord zou hebben,
namelijk vakbondsleider Daal (34) en tegencouper Rambocus. (35)
De eerste getuigenverklaring komt van tweede man R Horb (36), die zijn verslag doet in het boek ´´De Decembermoorden in Suriname, verslag van een ooggetuige`
(37)
Tweede getuigenverklaring is die van medecouppleger en medeverdachte in het Decembermoordenproces, Rozendaal, die zijn verklaring heeft afgelegd
voor de Krijgsraad, die het Decembermoordenproces voerde.
Ook Roozendaal stelt, dat Bouterse Daal en Rambocus zou hebben
doodgeschoten. (38)
Het zou interessant zijn en voor Hira´s ´´waarheidsvinding´´
onontbeerlijk, als de heer Hira ook het getuigenis van Rozendaal
in zijn project meeneemt.
Volgens criticus Theo Para heeft Rozendaal dat wel aangeboden,
maar heeft Hira de boot afgehouden. (39)
Als dat het geval is, is het op zijn zachtst gezegd, merkwaardig te noemen.
B
Bouterse beweerde tegenover Hira, geen voorstander geweest te zijn
van de executies, dus van de Decembermoorden. ¨(40)
Slappe praatjes en hoogst onwaarschijnlijk!
Want als dat het geval was, waarom heeft Bouterse die executies dan
verdedigd als een reactie op een vermeende ´´CIA coup´´ (41)
Afgewisseld met het verhaal, dat zij ´´op de vlucht waren
neergeschoten´´ (42) 
Met kogels in hun borst......(43)
Waarom dan niet de verantwoordelijken berecht.
Bovendien
In een leger is een strict autoritaire bevelsstructuur.
Ingrijpende beslissingen als executies worden niet genomen
zonder uitdrukkelijke opdracht van de bevelhebber.
Het is dus hoogst onwaarschijnlijk, dat Bouterse geen voorstander zou
zijn geweest van deze executies en zij toch hadden plaatsgevonden.
C
AANVULLING HIRA
VERTROUWENSBAND MET MILITAIRE TOP
Ik laat Hira in hoofdstuk 2 [Decembermoorden] aan het woord:
´
Bouterse stelt met 100 procent overtuiging vast dat hij niemand heeft doodgeschoten en ook geen voorstander was om dat te doen. Hij vindt wel dat hij verantwoordelijk is voor de moorden. Maar hij vindt dat diepgaand onderzoek nodig is naar wie het wel gedaan zou kunnen hebben en zegde zijn volledige medewerking hiervoor toe.
´Onze methode van onderzoek is echter niet het politieverhoor, omdat veel mensen dichtklappen. Onze methode is die van het opbouwen van relaties met sleutelfiguren in het militaire apparaat die beschikken over relevante informatie en bereid zijn die te verschaffen als ze niet in een positie van verdachte komen te staan. Waarheidsvinding staat soms haaks op de methode van het verhoor waar een vertrouwensrelatie niet de primaire basis is om informatie los te krijgen.

We gaan de komende maanden relaties opbouwen in het leger en inlichtingenapparaat om deze informatie te zoeken. De president heeft zijn medewerking hiertoe toegezegd.´´ [44]


Met bovenstaande uitspraken bevestigt Hira zijn pleidooi

voor straffeloosheid.

Want in feite zegt hij, in zijn onderzoek naar de ''waarheidsvinding''

vertrouwensbanden te willen opbouwen met mogelijke verdachten

van de Decembermoorden [hetzij reeds verdachten in het afgeblazen

Decemberproces, hetzij nieuwe verdachten], om achter de ware

toedracht van de Decembermoorden te komen, met medewerking

van de hoofdverdachte van het Decembermoordenproces,

president D. Bouterse.

Nogmaals samengevat:

In ruil voor ''eerlijkheid'' wil Hira  mogelijke verantwoordelijken

voor misdrijven tegen de menselijkheid [45] vrijuit laten gaan, na

een ''vertrouwensband'' met hen te hebben opgebouwd.

Een grotere minachting voor gerechtigheid is haast ondenkbaar.

En niet te vergeten:

Lieden, die mogelijk ook verantwoordelijk zijn voor de dood

van Hira's eigen broer.......

PERSCONFERENTIE 
3
DE GEVOLGEN VAN HET GESPREK VOOR HET VERDERE ONDERZOEK
A
VOLGENS HIRA:
STRIJDERS VOOR GERECHTIGHEID WILLEN ''OORLOG''
Ten eerste valt mij dit staaltje van de demagogie en
manipulatie van Hira op.
Hira aan het woord:
''
Er zijn twee antwoorden mogelijk: vrede of oorlog. Wil je oorlog dan is het doel van het onderzoek om belastend materiaal te vinden waarmee Bouterse kan worden veroordeeld in een rechtszaal. Bouterse zelf beschouwt de rechtszaak als een politieke manoeuvre en niet als een objectief proces van waarheidsvinding. De acht decembermoorden worden geïsoleerd van de processen die zich ervoor en daarna hebben afgespeeld. De honderden moorden in de Binnenlandse Oorlog worden vanwege politieke redenen verzwegen en toegedekt.'' [46]

Leest u het goed, lezer?
Wat Hira in feite zegt is dat diegenen, die van mening zijn, dat
de Decembermoorden, gecategoriseerd
als misdrijven tegen de menselijkheid, [47]
moeten worden vervolgd in een eerlijk en onafhankelijk proces,
met inachtneming van alle rechten van verdachten, ''oorlog''
zouden willen.
''Vrede'' is volgens Hira,  het ''opbouwen
van een vertrouwensband'' met mogelijke misdadigers
tegen de menselijkheid en ''gesprekken'', verantwoordelijken
voor misdaden tegen de menselijkheid vrijuit te laten gaan.
Waarbij Hira nog op demagogische en misleidende manier
eraan toevoegt, dat de voorstanders van berechting van de
Decembermoorden ''om politieke redenen'', de misdaden in
de Binnenlandse Oorlog [en natuurlijk doelt hij alleen op
het Jungle Commando, aan de Moiwana misdaden besteedt HIRA
weinig aandacht!], verzwijgen en toedekken.

PURE LASTER!

Is Hira op de laatste herdenking van de Decembermoorden
geweest?
Natuurlijk niet.
Hij had het te druk met zijn straffeloosheidsdrift.

Was hij er WEL geweest, dan had hij gezien, dat er geen 15, maar
meer kruizen waren geplaatst, voor de ANDERE slachtoffers,
zoals Romeo Hoost zoon van de op 8 december vermoorde
advocaat Hoost [48] ook in zijn toespraak zei.

Samengevat:
Hira draait alles om.
Het zijn immers de militaire [en mogelijk burgerlijke] verantwoordelijken voor 8 december en de
andere misdrijven daarvoor en daarna, die de oorlog hebben
verklaard aan fundamentele normen van menselijkheid en
beschaving, niet hun bestrijders.
B
''WAARHEIDSVINDING'' BIJ DE
DECEMBERMOORDEN
RATIONELE'' BESLUITVORMING
BIJ DE DECEMBERMOORDEN OF NIET, VERANTWOORDELIJKEN
MOETEN VERVOLGD WORDEN.
Nog dit over hoofdstuk 3:
Hira erkent, dat gecontroleerd dient te worden, of Bouterse
al dan niet de waarheid gesproken heeft in zijn gesprek met Hira.
Daarover zegt Hira:
''Ik wil nu de vraag behandelen: hoe weten we dat Bouterse de waarheid spreekt?

Het antwoord is eenvoudig: dat weten we niet, althans voorlopig niet. De belangrijkste stap is gezet: we hebben nu uit zijn mond een aantal belangrijke verhalen gehoord. Dat hebben we niet eerder gehad.

De vraag is nu: hoe kunnen we met deze gegevens een traject opzetten om zijn verhaal te controleren? Dat is niet zo gemakkelijk.

We hebben toegang nodig tot bronnen die gesloten zijn zoals de logboeken van de Nederlandse ambassade of de communicatie tussen veiligheidsdiensten. En zelfs dan kun je niet met zekerheid stellen wat er is gebeurd in een gesprek tussen twee mensen waar niemand verder bij was. Als de ene persoon ontkent, dan betekent dat dat één van de twee liegt, maar je weet niet wie.

''Als het antwoord niet te vinden is in kant-en-klare bronnen, hoe ga je dan tewerk in de wetenschap? Dat is ons niet vreemd.

Laten we kijken naar een mogelijke aanpak over de Decembermoorden. In een wetenschappelijk traject kun je de zaak in een aantal hapklare brokken kappen, bijvoorbeeld het besluitvormingsproces, de karakters van de hoofdrolspelers, en de tijdlijn van gebeurtenissen.

Per onderdeel kun je verschillende methoden en technieken toepassen om de puzzel te maken. Daarbij heb je een stevige theoretische basis nodig. Neem het vraagstuk van de besluitvorming. Vaak nemen mensen aan dat besluiten genomen worden in een sfeer van rationele overwegingen waarbij alle deelnemers hun argumenten voor en tegen op tafel leggen en vervolgens criteria gebruiken waarmee de argumenten worden gewogen om gemeenschappelijke doelen te bereiken. Maar in een situatie als de decembermoorden is het heel goed mogelijk dat besluiten niet op basis van redelijkheid worden genomen en in goed overleg en dat er geen gemeenschappelijke doelen waren. In een militaire situatie is denkbaar dat de besluitvormers gewapenderhand met elkaar in confrontatie kunnen komen en dat machtsverhoudingen en emoties minstens zo belangrijk zijn als argumenten en gemeenschappelijke doelen.

Als je uitgaat van de theorie van rationele besluitvorming en gemeenschappelijke doelen dan ziet je puzzel er anders uit dan als je ervan uitgaat dat de partijen verschillende doelen hebben en in een ongemakkelijke balans zitten die ieder moment uit evenwicht kan raken en zelfs uitmonden in een gewapende confrontatie. De besluitvorming ziet er anders uit en je puzzel wordt dan anders.'' [49]

Nu is dat allemaal best mogelijk, maar onverlet blijft,
dat Bouterse als bevelhebber van het leger verantwoordelijk
was en blijft en dat hoe de besluiten ook tot stand gekomen zijn,
de verantwoordelijken voor de Decembermoorden, misdrijven tegen de menselijkheid, berecht  moeten worden, of de besluitvorming nu
''rationeel'' of ''minder rationeel'' tot stand is gekomen.
En tenslotte nog dit over hoofdstuk 3
Hira beweert, dat voor zijn ''waarheidsvinding'' allerlei bronnen
ontbreken, zoals de logboeken van de Nederlandse ambassade en
de communicatie tussen veiligheidsdiensten. [50]
Klopt, hoewel ik betwijfel of een op handen zijnde executie van
15 critici van een regime in de documentatie van veiligheidsdiensten
te vinden is....
Maar los daarvan, Hira's bewering van ''het ontbreken van kant
en klare bronnen'' is niet geheel juist.
Bronnen zijn ook:
Het ooggetuigeverslag van tweede man R Horb en vooral het
getuigenverslag voor de Krijgsraad [die het Decembermoorden
proces leidde] van medecouppleger en medeverdachte in het December
moordenproces, R Rozendaal, die beiden de bewering van Bouterse
aan Hira, dat hij niemand heeft vermoord, tegenspreken. [51]
Waarom negeert Hira deze getuigenverklaringen?
PERSCONFERENTIE
4
MIJN REACTIE OP HET BESLUIT VAN HET HOF VAN JUSTITIE OM
HET OM TE VRAGEN OM DE STRAFVERVOLGING DOOR TE ZETTEN
A
VOLGENS HIRA/DECEMBERMOORDEN EEN ''POLITIEK PROBLEEM''
VOLGENS ASTRID ESSED/DECEMBERMOORDEN, GROVE MISDADEN
In hoofdstuk 4 zegt Hira
''Ik heb eerder uitgebreid aangegeven hoe ik aankijk tegen een juridische oplossing voor een politiek probleem. Ook heb ik aangegeven hoe het gesprek met de president van invloed is op het verdere onderzoek. Het besluit van het Hof heeft geen enkel invloed op mijn onderzoek. Ik neem kennis van materiaal dat de rechter commissaris heeft verzameld en betrek dat bij mijn onderzoek. Ons materiaal zal gepubliceerd worden en als het proces nog loopt zal de rechterlijke macht daar ongetwijfeld kennis van nemen.

Voor de rest is het proces een aangelegenheid van juristen. Daar doe ik geen uitspraken over. Ik beoordeel het proces op basis van de vraag wat het bijdraagt aan waarheidsvinding, dialoog en verzoening.'' [52]

  1. Mijn reactie op het besluit van het Hof van Justitie om het OM te vragen om de strafvervolging door te zetten
In de eerste plaats:
Hulde aan het Hof van Justitie, dat het OM bevolen heeft,
de strafvervolging tegen de verdachten van het Decemberproces
nieuw leven in te blazen! [53]
Advocaat Hugo Essed heeft gelijk:
Een grote overwinning voor de rechtsstaat! [54]

Nu Hira's commentaar:
Over de manier waarop Hira aankijkt tegen de juridische oplossing
van wat hij als ''een politiek probleem'' ziet, de Decembermoorden, heeft
hij zelf meer dan genoeg gezegd in zijn zes [deze meegeteld]
persconferenties. [55]

Ook in een kort NOS interview, gehouden voordat
Hira naar Brokobaka ging voor de eerste ontmoeting
met Bouterse, herhaalde hij zijn aversie tegen de juridischwe
weg:
Hira aan het woord:

''Ik vind, dat een politiek probleem niet op een juridische
manier moet worden opgelost, maar op een politieke
manier.''
.....
......
''Dus ik vind die benadering, dat een rechtszaak een politiek probleem oplost, een verkeerde benadering. '' [56]


Wie de terminologie ''politiek probleem'' hoort, denkt doorgaans
aan een kwestie zoals een begrotingstekort, crisis in een
kabinetsformatie, geschillen tussen politieke partijen over het
buitenlandbeleid of juist het binnenlands beleid.
Enzovoort, enzovoort.

Het benoemen van ernstige mensenrechtenschendingen
als de Decembermoorden als ''politiek probleem'', is
niet alleen schokkend, maar flagrante nonsens.

Het gaat hier immers niet om een ''politieke kwestie''
waarover gedebatteerd kan worden, maar om POLITIEKE
MOORDEN EN FOLTERINGEN.
OM BUITENGERECHTELIJKE EXECUTIES.

En in een beschaafde samenleving is de enige manier,
waarop ernstige mensenrechtenschendingen worden
benaderd, een gang naar de rechter.

HOLOCAUST VOLGENS HIRA ''POLITIEK PROBLEEM''
HOLOCAUST VOLGENS ASTRID ESSED/MISDADEN
TEGEN DE MENSELIJKHEID EN GENOCIDE
Trouwens, als grove misdaden zoals de Decembermoorden
als ''politiek probleem'' gezien worden, dan kan dat a la
Hira worden
doorgetrokken naar alle politieke misdaden.
Waarom dan de Neurenberger processen [57] geweest voor
de berechting van de nazi oorlogsmisdaden en misdaden
tegen de menselijkheid?

In Hira's redenatie, zou dan de Holocaust [58] ook een politiek
probleem zijn, dat had moeten worden opgelost met ''gesprekken''
met de verantwoordelijken om tot waarheidsvinding te komen
en het ''opbouwen van een vertrouwensband'' met hoge nazi 
militairen om te controleren of dictator Hitler en zijn directe
bende wel ''de waarheid'' gesproken hadden.
En natuurlijk onder voorwaarde, dat die hoge nazi's niet
als verdachte worden vervolgd.

TE KOLDERIEK VOOR WOORDEN!

B

GEEN BERECHTING DECEMBERMOORDEN?/DAN OOK
GEEN BERECHTING  CRIMINALITEIT IN SURINAME

Met al zijn mooie frasen over ''vrede'', ''verzoening'' en
''dialoog'' met verdachten van oorlogsmisdaden en misdaden
tegen de menselijkheid [59] moet Hira maar eens zien
uit te leggen, waarom  Bouterse en co met gesprekjes
en ''waarheidsvinding'' weg zouden moeten komen en
de doorsnee Surinaamse verdachte van misdaden WEL
berecht zou moeten worden. [60]
Dat is niet alleen een travesty of justice en oneerlijk,
het creeert een maatschappij waarin met twee maten wordt
gemeten.
De Decembermoorden verantwoordelijken komen
met gepsychologiseer [61] en een zogenaamde ''dialoog''
weg, en een Surinaamse verdachte van dubbele moord
wordt wel vervolgd. [62]
Dit meten met twee maten is een grove schending van het
gelijkheidsbeginsel, zoals vastgelegd in de Grondwet van
Suriname. [63]
PERSCONFERENTIE
5
DE AANKONDIGING VAN DE OPRICHTING VAN EEN COMITE VAN
NABESTAANDEN EN SLACHTOFFERS VAN ALLE PROCESSEN
VAN GEWELD SINDS 1980
Is zijn schaamteloze geflirt met de hoofdverdachte van de Decembermoorden
al niet erg genoeg, nu wil Hira ook nog een ''Comite van nabestaanden
en slachtoffers van alle processen van geweld sinds 1980'' [lekkere
vrijblijvende en neutrale term] oprichten!
Kijk:
Natuurlijk verdient het aanbeveling,  dat alle slachtoffers van mensenrechtenschendingen
en '[oorlogs] misdaden, gepleegd door zowel het Surinaamse leger als het
Jungle Commando, erkenning krijgen.
Wat dat betreft ZIJN er al twee comite's, het Comite Herdenking Slachtoffers
Suriname, dat naast de Decembermoorden alle andere slachtoffers van het
militaire Bouterse regime herdenkt en de Moiwana Mensenrechtenorganisatie,
dat de massaslachting in Moiwana door het Surinaamse leger [onder bevelhebber
Bouterse] herdenkt, waarbij 39 burgers werden gedood. [64]
Dat er daarnaast ook een Comite wordt opgericht, dat aandacht vraagt voor
de misdaden van het Jungle Commando, jegens burgers en krijgsgevangen
militairen [65], is van belang.
Ook een Comite van misdaden tegen gevangengenomen strijders van
het Jungle Commando zou aanbevelenswaardig zijn.

PUNT IS ECHTER, DAT NIET HIRA DIE KAR MOET TREKKEN,
WANT HET GAAT HEM NIET OM MENSENRECHTEN, MAAR OM
ZIJN STRAFFELOOSHEIDSSHOW MET
BOUTERSE TE RECHTVAARDIGEN, WAARBIJ HIJ DE
GROEPEN NABESTAANDEN TEGEN ELKAAR UITSPEELT!


Hira waagt het, het volgende op te merken

´´We willen ook graag deelnemen aan de herdenkingsbijeenkomsten voor 8 december, omdat we als nabestaanden de pijn voelen van andere nabestaanden.´´ (66)
Is Hira dan GEEN nabestaande van 8 December, waarbij zijn
broer onder verantwoordelijkheid van zijn gesprekspartner
D Bouterse werd vermoord.
De man met wie hij in zo´n ´´goede verstandhouding´´
praat.......(67)

HIRA, SHAME ON YOU!
EPILOOG
RECHT EN WAARHEID MAKEN VRIJ
Laster en intimidatie naar critici (68), het op een hoop gooien
van de ´´slachtoffers van alle processen van geweld sinds
1980´´, het gepsychologiseer rond de verdachten van het
Decembermoordenproces (69), het zogenaamde traject van
´´dialoog en verzoening´´, dit alles dient slechts een doel
Een pleidooi van straffeloosheid voor de Decembermoorden,
de ergste politieke misdaden in het post koloniale Suriname.
Het oppakken, folteren en buitengerechtelijk executeren van 15
critici van het Bouterse regime, nadat de radiostations ABC en
Radika in brand waren geschoten en ook de drukkerij van de krant
de Vrije Stem.(70)
Foltering, meervoudige moord, brandstichting.
Wat moet daarmee gebeuren.
Dat moet voor de rechter worden gebracht.
Iedereen, die dergelijke misdrijven middels gesprekjes,
gepsycholigiseer en ´´getuigenissen´´ wil oplossen,
brengt de democratische rechtsstaat en de principes
van humaniteit en beschaving onherstelbare schade toe.
Hira mag doorgaan met recht te praten wat krom is.
Het zal hem, zijn aanhangers en zijn nieuwe ´´bondgenoten´´
niet baten.
De 8 Decembermoorden staan internationaal te boek als 
misdrijven tegen de menselijkheid (71) en ook al zou door
allerlei machinaties geen proces plaatsvinden, ze blijven
een postkoloniale schandvlek in Suriname, evenals de andere
misdaden van het militaire regime.
Moeten de misdaden van het Jungle Commando aandacht krijgen
en vervolgd worden.
Jazeker.
Maar dat kan niet als excuus gebruikt worden, om Bouterse en co
vrijuit te laten gaan.
Zoals ik al eerder opmerkte naar aanleiding van mijn commentaar
op de eerste persconferentie van Hira (72)
RECHT EN WAARHEID MAKEN VRU. (73)
Astrid Essed
ZIE VOOR NOTEN


OF






TEKST PERSCONFERENTIE SANDEW HIRA


TEKST UITGESPROKEN DOOR SANDEW HIRA OP ZIJN
PERSCONFERENTIE VAN 8 DECEMBER 2015
LINK
TEKST

[De video van de persconferentie is op Youtube te bekijken via: https://www.youtube.com/watch?v=xGCApMs1B8s]

Goedemiddag dames en heren,

Ik zal u een analyse geven van de getuigenis van president Bouterse.

Ik zal de volgende onderwerpen met u doornemen in 40 minuten.

  1. De context van de getuigenis.
  2. Enkele opmerkelijke zaken uit het gesprek met de president.
  3. De gevolgen van het gesprek voor het verdere onderzoek.
  4. Mijn reactie op het besluit van het Hof van Justitie om het OM te vragen om de strafvervolging te vervolgen.
  5. De oprichting van een comité van slachtoffers en nabestaanden van alle processen van geweld sinds 1980.
  1. De context van de getuigenis.

Om de betekenis van de getuigenis van president Bouterse goed te kunnen beoordelen is het van essentieel belang om de geschiedenis van politiek geweld in Suriname te begrijpen.

In januari 1979 begonnen onderofficieren van het Surinaamse leger te midden van grote sociale onrust met demonstraties tegen de regering en legerleiding. Ondanks de miljardensteun aan ontwikkelingshulp was de armoede en ongelijkheid toegenomen en werd het protest van onderofficieren in de loop van het jaar deel van een groter protest tegen de regering. Het had een haartje gescheeld of de eerste doden sinds de onafhankelijkheid zouden zijn gevallen toen gewapende eenheden van de politie de Memre Boekoe kazerne wilde ontzetten en hun geladen wapens richtten op ongewapende militairen.

De eerste slachtoffers van politiek geweld vielen op 25 februari 1980. Luitenant Van Aalst, sergeant majoor Comvalius en politieagent Sultan kwamen om het leven bij de eerste coup sinds de onafhankelijkheid. Ze hadden een vader, een moeder en mensen die hen lief hadden. In de euforie van het moment en de massale steun voor de coupplegers verdween hun leed in de voetnoten van de geschiedenis. In plaats van een gerechtelijk vooronderzoek, forensisch bewijs en getuigenverklaringen naar drie moorden, werd amnestie verleend en iedereen ging over tot de orde van de dag. Toen was de grote massa met de sleutelfiguren van het moment er het over eens dat politiek boven mensenleed komt. Niks rechtszaak, geen poeha over de rechtsstaat.

De coup had een impopulaire regering omver geworpen. Maar dat maakte geen einde aan de politieke tegenstellingen. Integendeel. Geweld had haar intrede in de politiek gedaan en zou sindsdien lange tijd doorwerken.

Twee maanden na de coup ondernam Fred Ormskerk een poging tot een staatsgreep, de tweede coup sinds de onafhankelijkheid. Hij moest het met de dood bekopen. Hij had een vader, een moeder en mensen die hem lief hadden. Maar zijn dood werd geaccepteerd als een ongelukkig resultaat van zijn eigen handelen. Want Ormskerk had ook zijn dodenlijst opgesteld met 53 namen. Had hij gewonnen, dan waren anderen vermoord.

Elf maanden later, op 15 maart 1981, ondernam Wilfried Hawker een couppoging. De derde coup sinds de onafhankelijkheid mislukte. Voor Hawker was dit zijn tweede coup, want hij zat ook in de groep van zestien. Maar Hawker werd niet gedood. De tegenreactie was deze keer niet executie, maar gevangenschap. Zijn vader, moeder en mensen die hem lief hadden waren waarschijnlijk blij. De mensen die op zijn dodenlijst stonden en hun familieleden wisten van niets.

Een jaar later stelde een groep militairen onder leiding van sergeant Sheombar zich tijdens de Phagwa viering verdekt op in een Hindoetempel aan het Pad van Wanica. Ze hadden de instructie om de gasten die uitgenodigd waren – Bouterse en zijn aanhang – te vergiftigen of dood te schieten als ze in de tempel waren aangekomen. Iedereen had een vader, moeder en mensen die hen lief hadden. Niemand kon weten wie zou treuren en wie zou juichen, want de vierde coup sinds de onafhankelijkheid ging niet door omdat de gasten niet kwamen opdagen.

Twee dagen later ondernam Surendre Rambocus de vijfde coup sinds de onafhankelijkheid. De coup was bijna geslaagd. Hij bevrijdde Hawker, die aan zijn derde coup begon, uit de gevangenis. Hawker had bij het afschieten van een granaat zichzelf verwond. Hij werd gevangen genomen en geëxecuteerd door een krijgsraad te velde. Militair Badal liet het leven bij de coup.

Ze hadden een vader, moeder en mensen die hen lief hadden. Zij moeten hun verdriet dragen met het vreselijke adagium: wie wind zaait, zal storm oogsten.

Rambocus werd gevangen genomen, maar opvallend genoeg niet geëxecuteerd. Hij kreeg een gevangenisstraf, maar bleef doorgaan met het organiseren van nieuwe acties. Hij heeft een vader, moeder en mensen die hem liefhebben. Die moeten blij zijn geweest dat hij heelhuids uit zijn coup is gekomen.

Een intellectuele steunpilaar van de Rambocus coup, Baal Oemrawsingh, vluchtte naar Nickerie en pleegde daar zelfmoord. Hij heeft een vader, moeder en mensen die hem liefhebben. Een moord is al moeilijk te dragen. Een zelfmoord is misschien nog zwaarder.

Na één gelukte en vier mislukte coups sinds de onafhankelijkheid was de situatie in 1982 naar een kookpunt gegroeid en leek de zesde coup in de maak te zijn. In de nacht van 7 op 8 december werden zestien tegenstanders van het militaire regime opgepakt. Vijftien werden geëxecuteerd in de nacht van 8 op 9 december. John Baboeram, mijn broer, was één van de slachtoffers. Ze hebben allen een vader, moeder en mensen die hen liefhebben. Ik weet uit ervaring hoe groot de impact van 8 december is geweest op mijn familie en mij.

In februari 1984 ondernamen Bottse en Mahabier met steun van huurlingen een poging om vanuit Frans-Guyana een coup te plegen in Suriname. Ze werden gefilmd en de film werd vertoond op de Surinaamse televisie. De Franse autoriteiten zette hen uit waardoor de zevende couppoging mislukte en daardoor leed werd bespaard voor een onbekend aantal vaders, moeders en mensen die de mogelijke slachtoffers lief zouden hebben gehad.

Twee jaar later pleegde Ronnie Brunswijk bankovervallen in Moengo en Commewijne en toonde daarmee zijn vermogen om gewelddadige acties te kunnen ondernemen. Een half jaar daarna, op 21 juli 1986, worden 12 militairen op de militaire post te Stolkertsijver gevangen genomen. Later op de dag wordt de militaire post op Albina aangevallen. De Binnenlandse Oorlog was begonnen. Kort daarvoor had Bouterse aangekondigd dat het jaar daarop vrije verkiezingen zouden worden georganiseerd na aanname van een grondwet via een referendum.

Een week later, op 28 juli, werd in New Orleans een groep huurlingen aangehouden die met financiering van een Surinaamse ondernemer George Baker en een zakenman uit Curaçao een coup wilde plegen in Suriname. Ze zouden zich voordoen als bankiers die wilden investeren in Suriname. Tijdens een ontmoeting met Bouterse zouden ze hem doodschieten. Het zou de achtste couppoging sinds de onafhankelijkheid zijn.

Het is niet duidelijk of alle tegencoups ook dodenlijsten hadden, maar iedereen die coups en tegencoups bestudeert, zal niet verbaasd zijn als dat wel het geval zou zijn geweest.

De Binnenlandse Oorlog was andere koek voor vaders, moeders en familie van nabestaanden en slachtoffers. De oorlog werd uitgevoerd door het Jungle Commando, maar de sturing, steun en financiering kwam vanuit de Nederlandse regering en het verzet in Nederland. De Nederlandse staat is verantwoordelijk voor de wreedheden die begaan zijn tijdens de Binnenlandse Oorlog. Premier Lubbers heeft persoonlijk de woordvoerder van het Jungle Commando gebeld om een bijeenkomst te organiseren over de vraag hoe een paar miljoen kon worden doorgesluisd naar het Jungle Commando om de oorlog te kunnen voeren.

De regels voor oorlogsvoering – arrestatie, krijgsraad al dan niet te velde, advocaten en verdediging, schieten en beschoten worden – waren verdwenen.

De oorlog die tot 1991/92 duurde werd gekenmerkt door ongekende wreedheden. De 39 moorden bij Moiwana zijn breed uitgemeten in de media en bij internationale instanties omdat ze uitgevoerd zijn geweest door het Nationaal Leger.

Op mijn eerdere persconferentie heb ik de voorbeelden genoemd van soldaat Tjokrodirjo die gevangen genomen werd en op bevel van de leiding van het Jungle Commando in stukjes werd gekapt. Een andere gevangene, Ewout Leeflang, is onthoofd en zijn lichaam en hoofd gescheiden geplaatst om gevonden te worden. Twee soldaten die in een omgekantelde voertuig gevangen genomen werden, zijn op wrede wijze vermoord. De ene soldaat zijn hoofd werd met een bijl gespleten. De andere soldaat zijn hoofd werd met een pikhouweel verbrijzeld. Ze hebben allen een vader, moeder en mensen die hem liefhebben.

Dit blijkt nu het topje van de ijsberg te zijn. Ik kreeg in Nederland een telefoontje vanuit het binnenland van Suriname van de heer Eddy Weewee. Hij wilde zijn verhaal van de Binnenlandse Oorlog met me delen als ik in Suriname zou zijn. Afgelopen week was ik bij hem in Brownsweg Wakibasu 1. Hij vertelt dat op 19 juni 1989 zijn broer Gerrit Weewee, een voorman in de kerk, thuis werd opgezocht door het Jungle Commando op verdenking van sympathieën voor Bouterse. In het bijzijn van zijn kind werd hij beschoten en gevangen genomen. Hij werd met een boot weggevoerd naar Lispansi. Daar is hij met een mes bewerkt. Vervolgens werd een liter palm whisky in zijn wonden gegooid waardoor hij van de pijn bezweek. Zijn lijk werd ergens begraven. De familie weet tot de dag van vandaag niet waar hij is begraven.

Drie soldaten die gevangen genomen waren werden met snijbranders bewerkt op een zodanige manier dat de verkoolde lijken op elkaar lagen zonder dat ze afzonderlijk konden worden geïdentificeerd. Het is onduidelijk of de snijbranders gebruikt waren toen ze nog in leven waren.

Een gevangen genomen soldaat werd vermoord door kruisiging.

Op Brownsweg Wakibasu I heeft het Jungle Commando 100 huizen in brand gestoken. De bewoners werden uit hun huizen gejaagd en moesten toezien hoe hun bezittingen waar ze jaren voor hadden gewerkt in vlammen opgingen. In Pokigron overkwam dit het hele dorp.

Een basja van Brownsweg vertelt mij hoe het Jungle Commando huizen binnenviel, de mannen vastbonden en de vrouwen de kleren van het lijf rukten om in het bijzijn van hun man verkracht te worden.

In reactie op aanvallen van het Jungle Commando op dorpen van Inheemsen en andere marrons zijn gewapende groepen ontstaan al dan niet met steun van het Nationaal Leger om hun leefgemeenschappen te beschermen. Ook daar zijn doden gevallen.

Al deze slachtoffers hebben een vader, moeder en mensen die om hen geven. Maar hun leed en hun menswaardigheid wordt doodgezwegen en niet erkend. Waarom?

Laten we de overeenkomsten en verschillen tussen de 8 decembermoorden en de moorden tijdens de Binnenlandse Oorlog op een rijtje zetten.

De belangrijkste overeenkomst is dat mensen zijn vermoord om politieke redenen. In Fort Zeelandia hebben executies plaatsgevonden. In de Binnenlandse Oorlog hebben executies plaatsgevonden. De verantwoordelijken in beide gevallen zijn bekend, hoewel over de specifieke daders van 8 december onduidelijkheid bestaat.

De verschillen zijn als volgt. De schaal is verschillend. Bij 8 december ging het om 15 moorden. Bij de Binnenlandse oorlog ongeveer 450.

De sociale samenstelling is verschillend. De slachtoffers van 8 december worden gepresenteerd als de intellectuele elite. De slachtoffers van de Binnenlandse Oorlog zijn eenvoudige mensen zowel in het leger als bij de Marrons.

De amnestiewet voor de Binnenlandse Oorlog staat niet ter discussie. De amnestiewet die de decembermoorden omvat staat wel ter discussie.

Het niet berechten van de moorden van de Binnenlandse Oorlog wordt niet beschouwd als een aantasting van de rechtsstaat. Het niet berechten van de 8 decembermoorden wordt wel beschouwd als een aantasting van de rechtsstaat.

Wat betekent deze dubbele moraal voor de nabestaanden en slachtoffers van de Binnenlandse Oorlog en 8 december?

Dat hangt af van je eigen moraal, je eigen waarden en normen. Laat mij voor mezelf spreken.

Jarenlang hebben slachtoffers van de 8 decembermoorden van het publiek sympathie gevraagd voor hun lijden. Nu we de feiten van de Binnenlandse Oorlog kennen, vind ik dat we onze sympathie moeten uitstrekken naar de nabestaanden en slachtoffers van de Binnenlandse Oorlog. Het is immoreel om te vragen dat zij zich inleven in ons lijden terwijl wij weigeren hetzelfde te doen voor hun lijden. Het gaat niet alleen om inleven, maar ook om het samen verwerken van het leed. Want 8 december is niet uit de lucht komen vallen. Zo heeft ook de Binnenlandse Oorlog een voorgeschiedenis.

Wat gebeurt er als we het gesprek met elkaar voeren? Ik heb dat meegemaakt vorige maand en weet dat het niet gemakkelijk is. Sommige nabestaanden van 8 december denken uitsluitend in termen van pro of contra Bouterse en willen de dialoog niet eens aangaan. Sommige nabestaanden en slachtoffers van de Binnenlandse Oorlog vinden dat menselijk leed uitsluitend gebruik wordt voor politiek gewin en hebben geen enkele sympathie voor het lijden van de nabestaanden van 8 december.

Ik heb geleerd dat dialoog bruggen kan slaan tussen wat onoverbrugbare standpunten leken te zijn. Maar de wil moet aanwezig zijn.

Die wil vertaalt zich in de manier waarop je een moord benadert. Als je dit los ziet van politieke omstandigheden, dan vind je dat de rechter het laatste woord heeft. Dan ben je tegen amnestie en dus ook tegen de vrede van de Binnenlandse Oorlog.

Als je een moord in een politieke context plaatst, dan probeer je een politieke oplossing te vinden. Amnestie is zo’n oplossing.

Mijn probleem met de beide amnestiewetten is niet dat er een politieke oplossing gezocht moet worden, maar de wijze waarop omgegaan is met de verwerking van het leed van nabestaanden en slachtoffers. Ik vind dat een essentieel onderdeel van amnestie moet zijn waarheidsvinding en erkenning van het leed dat geleden is.

Daarom ben ik tegen beide amnestiewetten.

De tweede amnestiewet heeft Bouterse vrijgesteld van rechtsvervolging. Bovendien heeft hij de verkiezingen van dit jaar met een meerderheid gewonnen. En hoewel nu vanwege de economische crisis de kritiek op hem toeneemt, heeft hij geen reden om mee te willen werken aan een onderzoek naar waarheidsvinding. Hij had nee kunnen zeggen tegen mijn verzoek om deze medewerking. Dat zou verder niets veranderen aan zijn positie. Door in te stemmen heeft hij zich kwetsbaar opgesteld. Dat is ook gebleken in de tweede aflevering van de serie waar we een harde confrontatie hadden over de decembermoorden.

Maar waarheidsvinding is een essentieel element in amnestie en in verzoening en dialoog.

Het gesprek met de president is een onderdeel van een politieke oplossing voor spanningen in de Surinaamse gemeenschap. Ik zet me in voor een samenleving waarin er geen plaats is voor een dubbele moraal t.a.v. de rechtsstaat. Een samenleving waarin we moeilijke emotionele problemen niet uit de weg gaan, maar open en bloot op tafel leggen om te verwerken. Het gesprek met de president is een stap in dit proces.

Ik zal daarom meer vertellen over de inhoud van het gesprek met de president.

  1. Enkele opmerkelijke zaken uit het gesprek met de president.

Het gesprek met de president heeft ongeveer 6 uur geduurd verspreid over zaterdag en zondag. Van dit materiaal zijn vier uitzendingen gemaakt die vanaf vanavond om 22.00 uur in vier afleveringen bij de STVS te zien zullen zijn. Van dinsdag tot en met vrijdagavond wordt een aflevering vertoond om 22.00 uur en herhaald op de volgende dag om 12.00 uur ‘s middags.

Ik zal u eerst iets vertellen over hoe we met elkaar omgingen in Brokobaka alvorens dieper in te gaan op enkele inhoudelijke kwesties.

Toen ik aankwam in Brokobaka voelde ik een grote spanning in mijn lichaam. De president heeft mij en mijn vrouw op een warme wijze verwelkomd. We hebben eerst gesproken over de omgeving. De president is bezig met sjamanen om de waarde te beoordelen van hun traditionele geneeskunst in relatie tot de westerse geneeskunde, met name rond kankerbestrijding. Hij vroeg of ik pattas had voor een wandeling, maar ik had sandalen. Die waren ook goed. De sfeer werd minder gespannen en gemoedelijker.

We gingen toen een wandeling maken door het oerwoud. We gingen zitten op een boomstronk. Al vrij snel begon de inhoudelijke discussie: wat willen hij en ik bereiken met dit gesprek. Ik nam het voortouw en vertelde dat ik, die hem 33 jaar gehaat heb, op zoek ben naar vrede en dat waarheidsvinding een instrument is om vrede te bereiken. Waarheidsvinding betekent eerlijkheid en respect voor elkaar. Het betekent dat we diepgaande meningsverschillen niet moeten verhullen, maar voor de camera moeten blootleggen zonder dat het gesprek stokt. Hij was het er mee eens.

Eigenlijk was het inhoudelijk gesprek vrij snel afgerond. Daarna zijn we gaan wandelen en hebben geen inhoudelijke zaken besproken. Hij legde me uit hoe het oerwoud werkt en welke wandelwegen hij gebruikt.

Toen we terugkwamen bij de hut waren we bezweet. Na de lunch zijn we in de middag begonnen met het interview en hebben doorgetrokken tot de avond.

De volgende dag zijn we vroeger in de ochtend begonnen.

Ik zal nu enkele hoogtepunten uit ons gesprek behandelen. Ik heb met de president een interview voor de camera afgenomen. In de pauzes gingen we door met onze discussies. Tijdens de lunch en avondeten hebben we in de hut uitgebreid gesproken niet alleen met hem maar met de mensen uit zijn veiligheidsteam. Dit alles staat niet op camera omdat we geen reality tv hebben gemaakt. Maar ze hebben wel bijgedragen tot de inzichten in wat er de afgelopen 35 jaar is gebeurd in Suriname.

Ik zal nu enkele onderwerpen behandelen uit ons gesprek.

Decembermoorden

In de tweede aflevering zult u een scherpe confrontatie zien tussen mij en de president over 8 december. We hadden felle discussies over lijst van de slachtoffers, de aard van de tegencoup, de verhouding Cuba Grenada en zijn rol in de moorden. Ik heb in mijn column van vorige week daar kort over bericht. De conclusie is dat we grote meningsverschillen hebben die eindigden met de vraag: als hij niet moorden heeft gepleegd, wie dan wel?

En die vraag heeft vervolgens een nieuwe richting geopend in de discussie. Bouterse stelt met 100 procent overtuiging vast dat hij niemand heeft doodgeschoten en ook geen voorstander was om dat te doen. Hij vindt wel dat hij verantwoordelijk is voor de moorden. Maar hij vindt dat diepgaand onderzoek nodig is naar wie het wel gedaan zou kunnen hebben en zegde zijn volledige medewerking hiervoor toe.

Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Om dat uit te zoeken moeten we diep gaan graven in het militaire apparaat. Volgens Bouterse hadden burgers geen rol gespeeld in de besluitvorming tot arrestatie. Onze methode van onderzoek is echter niet het politieverhoor, omdat veel mensen dichtklappen. Onze methode is die van het opbouwen van relaties met sleutelfiguren in het militaire apparaat die beschikken over relevante informatie en bereid zijn die te verschaffen als ze niet in een positie van verdachte komen te staan. Waarheidsvinding staat soms haaks op de methode van het verhoor waar een vertrouwensrelatie niet de primaire basis is om informatie los te krijgen.

We gaan de komende maanden relaties opbouwen in het leger en inlichtingenapparaat om deze informatie te zoeken. De president heeft zijn medewerking hiertoe toegezegd.

De coup van 25 februari 1980

We zijn ons gesprek begonnen met een historisch overzicht van de coup van 25 februari 1980. Volgens Bouterse vond de coup wel plaats in een situatie van sociale onrust en een falende regering, maar was het geen uit de hand gelopen vakbondsconflict. Ook heeft kolonel Valk geen enkele rol van betekenis gespeeld bij de coup. Valk onderhield contacten met hem en andere militairen, maar van een adviserende of sturende rol was geen sprake. Bouterse voerde eerst gesprekken met kolonel Elstak om hem over te halen om mee te doen, maar die weigerde. Opvallend genoeg heeft hij Bouterse ook niet aangegeven bij de autoriteiten als potentiële couppleger. Vervolgens probeerde hij een samenwerking aan te gaan met Rambocus, maar die bleek van plan te zijn om Bouterse te elimineren in het proces van de coup. Het plan was dat Bouterse het wapendepot op Zanderij zou overnemen. Bouterse had, zonder dat Rambocus het wist, toevallig gehoord hoe die opdracht gaf aan zijn soldaten om te schieten op iedereen die naar de bunker zou komen.

De groep van zestien is niet door hem maar door Horb gerekruteerd. Hij kende veel van de mensen oppervlakkig. Hij was pas in 1975 teruggekeerd uit Nederland.

De Rambocus coup

Bouterse had bij sommige onderdelen moeite om de exacte gegevens te herinneren van gebeurtenissen van 30 jaar geleden. Daarom hebben we Kenneth Slooten, een ex-militair met een encyclopedisch geheugen en naaste medewerker van de president samen met Melvin Linscheer, directeur Nationale Veiligheid, bij het gesprek gehaald. Eén van de interessante onderdelen was een analyse van de Rambocus coup. Eén analyse is dat de coup al was gelukt, maar Rambocus had dat niet door. Rambocus concentreerde zich op het versterken van de kazerne en steunpunten in de stad en liet achterwege om Fort Zeelandia met massale mankracht en vuurkracht in te nemen. Had hij dat gedaan, dan had hij de macht overgenomen. Het is de vraag of hij een dodenlijst had en die zou gaan afwerken.

Door die strategische fout wist de legerleiding vanuit Fort Zeelandia het initiatief naar zich toe te trekken. De politie steunde de legerleiding door karabijnen te brengen om haar te bewapenen. De leiding herstelde de communicatielijnen. De YP die Lachman had gebracht om het fort te beschieten werd overgenomen. Toen de militairen begrepen dat de legerleiding niet dood was, lieten ze Rambocus als een blok vallen en liepen massaal over naar Bouterse.

Rambocus vluchtte met een YP naar Saramacca en werd later gearresteerd.

De relatie met Nederland

De president vertelt het volgende over de relatie met Nederland.

Aanvankelijk leek het erop dat Nederland twijfelde welke houding het moest aannemen ten aanzien van de coup. De vaste steunpunten in het machtscentrum waren weggeschoten. Een belangrijk besluit dat de nieuwe leiders moesten nemen betrof het Kabalebo project, een project van ruim een miljard. Bouterse had in 1980 een vergadering belegd met voor- en tegenstanders van het project en na een lange vergadering nam hij het besluit om het project te stoppen. Hij kreeg vervolgens een uitnodiging van Bram Peper die in Suriname was om in de Nederlandse ambassade een gesprek te voeren over dit project. Peper sprak namens de Nederlandse regering. Hij gaf aan dat het Nederlandse bedrijfsleven in de startblokken stond voor het Kabalebo project en enorm teleurgesteld was in het besluit van Bouterse. Hij bood toen Bouterse aan om 30 miljoen NF aan smeergeld aan te nemen en te verdelen onder zijn mensen om het project door te laten gaan. Toen Bouterse weigerde, werd de ontwikkelingshulp stopgezet. Volgens Bouterse was de hulp niet stopgezet na de Decembermoorden, maar veel eerder.

In 1996 bood Nederland opnieuw smeergeld aan aan Bouterse. Deze keer ging het via vice-premier Pertap Radhakishun die namens Nederland zes miljoen dollar aanbood als Bouterse Suriname zou verlaten. Hij zou zich in Monaco kunnen vestigen waar Bouterse een kasteel zou kunnen krijgen en hij zijn buurman zou worden.

Nederland speelde een belangrijke rol in de Binnenlandse Oorlog. Eddy Jozefzoon vertelde mij in een apart interview hoe premier Lubbers hem had benaderd als woordvoerder van het Jungle Commando met de vraag hoe het Jungle Commando gesteund kon worden met geld. Een ambtenaar voerde vervolgens namens Lubbers de onderhandelingen. Er werd besloten om enkele miljoenen via de Zeister Zending te sluizen naar Frans-Guyana. Een deel werd besteed aan hulpgoederen en een ander deel aan wapens voor het Jungle Commando.

Dit verhaal werd door Bouterse bevestigd.

  1. De gevolgen van het gesprek voor het verdere onderzoek.

Ik kan uren doorgaan met vertellen, maar het beste is dat u uren gaat kijken naar de uitzendingen die vanavond beginnen.

Ik wil beginnen met de vaststelling dat het materiaal van groot historisch belang is. Bouterse heeft nooit zo openhartig gesproken, ook niet tegenover zijn intimi. Sommige dingen zijn nooit eerder verteld.

Ik wil nu de vraag behandelen: hoe weten we dat Bouterse de waarheid spreekt?

Het antwoord is eenvoudig: dat weten we niet, althans voorlopig niet. De belangrijkste stap is gezet: we hebben nu uit zijn mond een aantal belangrijke verhalen gehoord. Dat hebben we niet eerder gehad.

De vraag is nu: hoe kunnen we met deze gegevens een traject opzetten om zijn verhaal te controleren? Dat is niet zo gemakkelijk.

We hebben toegang nodig tot bronnen die gesloten zijn zoals de logboeken van de Nederlandse ambassade of de communicatie tussen veiligheidsdiensten. En zelfs dan kun je niet met zekerheid stellen wat er is gebeurd in een gesprek tussen twee mensen waar niemand verder bij was. Als de ene persoon ontkent, dan betekent dat dat één van de twee liegt, maar je weet niet wie.

Als het antwoord niet te vinden is in kant-en-klare bronnen, hoe ga je dan tewerk in de wetenschap? Dat is ons niet vreemd.

Laten we kijken naar een mogelijke aanpak over de Decembermoorden. In een wetenschappelijk traject kun je de zaak in een aantal hapklare brokken kappen, bijvoorbeeld het besluitvormingsproces, de karakters van de hoofdrolspelers, en de tijdlijn van gebeurtenissen.

Per onderdeel kun je verschillende methoden en technieken toepassen om de puzzel te maken. Daarbij heb je een stevige theoretische basis nodig. Neem het vraagstuk van de besluitvorming. Vaak nemen mensen aan dat besluiten genomen worden in een sfeer van rationele overwegingen waarbij alle deelnemers hun argumenten voor en tegen op tafel leggen en vervolgens criteria gebruiken waarmee de argumenten worden gewogen om gemeenschappelijke doelen te bereiken. Maar in een situatie als de decembermoorden is het heel goed mogelijk dat besluiten niet op basis van redelijkheid worden genomen en in goed overleg en dat er geen gemeenschappelijke doelen waren. In een militaire situatie is denkbaar dat de besluitvormers gewapenderhand met elkaar in confrontatie kunnen komen en dat machtsverhoudingen en emoties minstens zo belangrijk zijn als argumenten en gemeenschappelijke doelen.

Als je uitgaat van de theorie van rationele besluitvorming en gemeenschappelijke doelen dan ziet je puzzel er anders uit dan als je ervan uitgaat dat de partijen verschillende doelen hebben en in een ongemakkelijke balans zitten die ieder moment uit evenwicht kan raken en zelfs uitmonden in een gewapende confrontatie. De besluitvorming ziet er anders uit en je puzzel wordt dan anders.

Neem de kwestie van de karakters van de sleutelfiguren Bhagwandas, Horb en Bouterse. Hoe zijn hun karakters? Zijn ze in staat om zonder pardon mensen neer te schieten of zoeken ze eerst naar oplossingen die niet gewelddadig zijn. Wat is hun historie in het omgaan met geweld? Een beoordeling van de karakters kun je doen door ze gedurende langere periode te volgen in hun gedrag en de omstandigheden waaronder ze besluiten nemen te bestuderen. Je doet het niet voor middel van een goed psychologisch gesprek.

Neem ten slotte het maken van een tijdlijn. Als ik de verklaringen bestudeer die afgelegd zijn in het 8 Decemberproces dan valt me op dat veel verklaringen tegenstrijdig zijn. Een tijdlijn maken betekent dat je in een database vastlegt wie waar was en wanneer en ook wie welke handelingen pleegde. Vervolgens moet je de tegenstrijdigheden beoordelen en criteria vaststellen om de waarde van ieder getuigenis te kunnen beoordelen.

Het is niet gemakkelijk, maar wel te doen. Maar de centrale vraag zal zijn: wat willen we met dit onderzoek bereiken? Die vraag bepaalt hoe het onderzoek verder uitgevoerd zal worden.

Er zijn twee antwoorden mogelijk: vrede of oorlog. Wil je oorlog dan is het doel van het onderzoek om belastend materiaal te vinden waarmee Bouterse kan worden veroordeeld in een rechtszaal. Bouterse zelf beschouwt de rechtszaak als een politieke manoeuvre en niet als een objectief proces van waarheidsvinding. De acht decembermoorden worden geïsoleerd van de processen die zich ervoor en daarna hebben afgespeeld. De honderden moorden in de Binnenlandse Oorlog worden vanwege politieke redenen verzwegen en toegedekt.

Daarom wil hij niet meewerken aan een rechtszaak. Maar tegelijkertijd wil hij wel meewerken aan een traject van waarheidsvinding als dat leidt tot vrede in plaats van oorlog.

En dat is het doel van ons onderzoek. Het is een manier om te kunnen zeggen: op basis van alle gegevens die we hebben kunnen verzamelen weten we nu met grote zekerheid er gebeurd is. We vinden met zijn allen dat dit niet meer mag gebeuren. We willen de mechanismen kennen die het mogelijk hebben gemaakt en mechanismen introduceren waardoor het in de toekomst niet meer mogelijk zal zijn. We willen het leed van vaders, moeders en mensen die de slachtoffers lief hebben erkennen en een plek geven in ons nationaal geheugen en bewustzijn.

We kijken niet alleen naar 8 december maar naar alle processen die geleid hebben tot 8 december en de gebeurtenissen daarvoor en daarna hebben beïnvloed.

Deze benadering leidt tot een ander klimaat die waarheidsvinding vergemakkelijkt. Mensen weten dat hun bijdrage aan het onderzoek een positieve bedoeling heeft.

We zullen ons onderzoeksteam in de komende maanden verder versterken en breed inzetten. Ik heb met de president afgesproken dat ik nadere gesprekken met hem zal voeren.

Ik heb een goed gevoel overgehouden van het gesprek met de president. Ondanks onze harde confrontatie en misschien dankzij die confrontatie is de verstandhouding tussen ons er beter op geworden. Ik probeer me in te leven in zijn wereld en beleving en ik heb het gevoel dat hij begrijpt dat ik geen genoegen wil nemen met oppervlakkige antwoorden en in de diepte wil gaan, hoe pijnlijk dat proces ook kan zijn. Het interview in Brokobaka beschouw ik niet als een afronding van het onderzoek, maar het toevoegen van een nieuwe dimensie.

Ons onderzoeksteam van voornamelijk Adek studenten in het Nationaal Archief zullen de komende tijd deze dimensie uitwerken in het onderzoek.

  1. Mijn reactie op het besluit van het Hof van Justitie om het OM te vragen om de strafvervolging door te zetten

Ik heb eerder uitgebreid aangegeven hoe ik aankijk tegen een juridische oplossing voor een politiek probleem. Ook heb ik aangegeven hoe het gesprek met de president van invloed is op het verdere onderzoek. Het besluit van het Hof heeft geen enkel invloed op mijn onderzoek. Ik neem kennis van materiaal dat de rechter commissaris heeft verzameld en betrek dat bij mijn onderzoek. Ons materiaal zal gepubliceerd worden en als het proces nog loopt zal de rechterlijke macht daar ongetwijfeld kennis van nemen.

Voor de rest is het proces een aangelegenheid van juristen. Daar doe ik geen uitspraken over. Ik beoordeel het proces op basis van de vraag wat het bijdraagt aan waarheidsvinding, dialoog en verzoening.

  1. De aankondiging van de oprichting van een comité van nabestaanden en slachtoffers van alle processen van geweld sinds 1980

Ik heb ook tijdens dit bezoek gesprekken gevoerd met nabestaanden en slachtoffers van alle processen van geweld. Mevrouw Flemming, intussen gepensioneerd, heeft zich bereid verklaard om samen met mij een comité op te richten van slachtoffers en nabestaanden van alle processen van geweld. Haar man is vermoord tijdens de Binnenlandse Oorlog. Zij was vanuit het leger één van de mensen die belast om de boodschap te brengen aan nabestaanden van de militairen die zijn omgekomen. Op de eerste bijeenkomst was zij uitgesproken kritisch naar mij toe als deel van de groep van nabestaanden van 8 december. We hebben drie keer uitgebreid gesproken met elkaar. Ik ben blij dat ze bereid is om samen met mij het Comité van Nabestaanden en slachtoffers van alle processen van geweld sinds 1980 op te zetten en te trekken.

Het doel van het comité is tweeledig:

Ten eerste, we willen een gezicht geven aan alle mensen die vermoord zijn en de nabestaanden een hart onder de riem steken. We willen dat hun leed erkend wordt door hun verhalen te verzamelen en te publiceren.

Ten tweede, we willen een aanspreekpunt zijn voor de overheid en internationale organisaties voor beleid. We moeten nog nadenken over wat voor beleid we willen voorstellen, maar onderwerpen waarover we in de toekomst zullen praten zijn:

  • De instelling van een dag van nationale rouw, waarbij alle doden en slachtoffers van politiek geweld worden herdacht. We zijn in de beginfase van het denkproces hierover.
  • De verbinding van families van slachtoffers van politiek geweld om ervaringen uit te wisselen en het leed erkend te krijgen.
  • De mogelijkheid van compensatie voor het leed.
  • De kwestie van herdenken, gedenken en vastleggen in de geschiedenisboeken.
  • En andere zaken die naar boven zullen komen.

We willen ook graag deelnemen aan de herdenkingsbijeenkomsten voor 8 december, omdat we als nabestaanden de pijn voelen van andere nabestaanden. Maar we willen voorkomen dat onze aanwezigheid als ongemakkelijk kan worden ervaren. We hopen dat we van de organisatoren een signaal kunnen krijgen dat onze aanwezigheid op prijs wordt gesteld.

We gaan de komende tijd dit netwerk opbouwen en zullen daarover regelmatig berichten. Ik wil mevrouw Flemming hartelijk dank zeggen voor haar bereidheid om de kar met mij te trekken.

Ik dank u voor uw aandacht.

Externe link: www.astridessed.nl

Meer van Astrid Essed