Gilgamesj: Is de mens een eenheid?

Saturday 26 May 2007 23:27 | louise | 3919 keer bekeken | 0 reacties | 1 x aanbevolen

Such fullnes in that quarter overflows

And falls into the basin of the mind

That man is stricken deaf and dumb and blind,

For intellect no longer knows

Is form the Ought, or Knower from the Known

That is to say, ascends to Heaven;



Uit: Adialogue of Self and Soul

Het conventionele denken wordt gekenmerkt door allerlei soorten dualiteiten: het zelf en de anderen, juist en verkeerd, goed en kwaad, voorkeur en afkeer, geboorte en dood, enzovoort. Deze conceptuele onderscheidingen zijn onvermijdelijk omdat het een eigenschap van het denken is dat deze de eenheid in delen verdeeld.

De vraag ontstaat of we dan, beperkt door de zintuigen, in staat zijn om inzicht in de volle werkelijkheid te verwerven.

De wijsgierige Plato zei in zijn Phaedo dat alleen het volle inzicht in het geheel van de werkelijkheid, de mens onsterfelijk maakt.



Om bij Gilgamesj terug te komen, zie we bij hem (als voorbeeld van de mens) het zich losmaken uit de goddelijke eenheid en alle daaruit voortvloeiende gevolgen.

We kunnen deze processen van individuatie zien als een inbreuk op de harmonische eenheid tussen mens en wereld en verdeeldheid van denken-handelen;psyche-natuur;mens-maatschappij maar wel als een overwinning aan vrijheid en autonomie voor de mens om als individu te groeien en zijn bewustzijn te ontwikkelen.



De vele vroege Soemerische afbeeldingen laten zien dat er een tijd is geweest, waarin de mens als primitieve werker zijn goden diende, poedelnaakt.

Hij was naakt, of hij nu de goden hun voedsel en drank aanreikte, of op het veld werkte, of bij het bouwen. Dit betekent dat de status van de mens ten opzichte van de goden niet zoveel verschilde van die van getemde dieren. De goden hadden echter een bestaand dier tot een hoger plan gebracht.

In de figuur van Enkidoe, de primitieve vriend van Galgamesj zien we de mens in het prille stadium. Bij Gilgamesj zien we hoe de mens tot diepere inzichten komt, weet kreeg van zijn goddelijke afkomst en op zoek gaat naar de onsterfelijkheid.

Om de symbiotische relatie tussen Enkidoe en Gilgamesj te begrijpen, moeten we bedenken dat beide personages twee verschillende aspecten uit een geheel zijn.

Ze zijn complementair ten opzichte van elkaar en staan voor het tweelingziel aspect. Het overlijden van Enkidoe betekende dat de mens tot een hogere plan komt in zijn ontwikkeling en als Gilgamesj verder gaat, niet langer als een stomme lijfeigene der goden, maar als iemand die voor zichzelf zorgde.

Deze zelfstandigheid werd door de scheppende-manipulerende goden gestraft: Gilgamesj werd uit het verblijf der goden verbannen en gedoemd tot een sterfelijk leven.

Toch had hij de wetenschap behouden van zijn goddelijkheid, de onsterfelijkheid, en hier ging hij naar opzoek.

Zo begon onze eigen metafysische speurtocht naar de zin van het leven: wat betekent zijn-bestaan? waardoor, waarvoor?

Een speurtocht naar datgene wat boven de materie uitgaat, de totaliteit van al het gegeven. Die eenheid kan in beginsel zowel in een buiten onze wereld liggende 'ware' ("transcendentale") werkelijkheid worden geponeerd, zoals Plato  in de vele bijzondere ervaringen zelf, in een diepere grond, waarin de gegevenheden allen zijn gefundeerd, zoals Aristoteles  deed.

 Decentrering




Bij natuurvolken en oude culturen zagen we dat de mens ingekaderd was in het geheel van natuur en natuurelementen en in het goddelijke als schepping van de goden maar ook als scheppende god omdat binnen het magisch denken het woord een scheppende kracht had en de klanken werkelijk de materie konden omvormen.

Deze gedachte onderging een verschuiving bij de oude Grieken. De voormoderne opvatting van de werkelijkheid en de kosmologie van Plato vertoonde nog duidelijk antropomorfe trekken met de mens en de aarde als centrum van de werkelijkheid maar de mens begon zich duidelijk los te maken uit de goddelijke eenheid.

De Griekse tempel was ook bedoeld als huis voor de goden en niet voor de mens.

In de voormoderne filosofie stond de mens dus centraal en de mens ging er vanzelfsprekend vanuit de werkelijkheid te kunnen ontwarren.

In de moderne filosofie heeft een proces van decentrering plaatsgevonden, analoog aan die welke plaatsvindt wanneer het kleine kind inziet dat de werkelijkheid er anders uitziet dan hij wenst en dat hij door zijn wil de gebeurtenissen niet kan bijinvloeden.



Dat betekent dat de mens zich ook bewust heeft gemaakt van zijn eigen beperkingen en onmacht om objectieve structuren en samenhangen aan te wijzen.

Welke werkelijkheden we ontwarren, hangt af van onze ervaring, leefwereld en maatschappelijke situatie.



Negentiende-eeuwse houtsnede die duidelijk maakt hoe de moderne mens zich de doorbraak van het moderne denken ten opzichte van het voormoderne denken voorstelt.

 In de tweede plaats betekent ''decentrering'' ook differentiatie van werkelijkheidsgebieden en van het subject. Het individu vat de werkelijkheid en zichzelf niet meer op als een geheel, maar maakt onderscheid tussen; natuur, maatschappij en eigen individualiteit, ofwel tussen cultuur en natuur, geest en materie.

Het proces van decentrering in zijn twee betekenissen heeft natuurlijk ook gevolgen voor ons vandaag de dag. Zo wijzen een groot aantal moderne filosofen erop dat de mens geen harmonische eenheid is, en gestuurd wordt door niet direct voor hem toegankelijke krachten, zoals maatschappelijke structuren (Marx) de wil tot macht (Nietzsche) of onbewuste driften (Freud) Deze denkers ondermijnen het vertrouwen dat de mens in zich zelf heeft, met name in zijn vermogen zichzelf te besturen.

Maar is het echt zo dat de mens net als Gilgamesj zich zal moeten neerleggen bij zijn sterfelijkheid, of zullen we de weg terug vinden naar de eenheid en oorspronkelijke goddelijkheid met behoud van onze, door eigen inspanning verworven individualiteit?



Involutieproces



Als we als mens onze evolutieproces hebben afgerond en door de confrontatie met dualiteit tot de ware eenheid komen en ons bewust zullen zijn van het feit dat wij de goddelijke scheppers zijn, zullen we beseffen dat we deze extreme dualiteit niet hoeven door te zetten. We zullen ontwaken door Involutie.

Dit is een verheugend perspectief dat iets beters belooft dan vernietiging, verdriet en dood. Het is een beweging naar een hogere trillingsfrequentie. Aan de basis van zo'n beweging bevindt zich het inzicht dat we als mensen samen hetzelfde lot delen, en dat afgescheidenheid illusie is. Dit brengt met zich mee het besef deel van een gemeenschap te zijn. Een gemeenschap die de eigen nabije omgeving overstijgt, en de hele wereld en de hele mensheid kan omvatten.



Bevrijd van het beklemmende wereldbeeld gebaseerd op dualistisch denken (Descartes), onthuld niet- tweeheid het onbegrensde universum van onderlinge verbondenheid en onderlinge afhankelijkheid. Dit is essentiëler dan om het even wat de mens intellectueel zou kunnen bevatten of zich zou kunnen inbeelden:



Onderlinge afhankelijkheid is een fundamentele natuurwet. Vele van de kleinste insecten zijn sociale wezens die, zonder enige religie, wet of opvoeding, overleven dank zij onderlinge samenwerking gebaseerd op een aangeboren erkenning van hun onderlinge verbondenheid.



Dalai Lama



Het individuatieproces was een individuele weg waar de mens antisociale impulsen moest ontwikkelen om zich als persoonlijkheid te profileren. Het involutieproces is een niet-dualistische weg waarbij de mens integraal deel uitmaakt van de onderling verbondenheid maar waarbij de mens tevens ook verantwoordelijk is voor het transformeren van de wereld in overeenstemming met deze visie, want onderlinge verbondenheid met iedereen en alles, met de aarde en met de kosmos, is geen abstract concept, maar moet belichaamd en beleefd worden in het leven van alledag.


''Waarachtig vertrouwen betekent dat je in staat bent werkelijk verbinding te maken met een ander wezen. Niet alleen met menselijke wezens maar net zoals we vroeger konden, met planten en dieren en ook met natuurwezens.

Zelfs van de dingen die niet kunnen spreken, kun je horen wat hun gevoelens zijn''.



Namu-amida-butsu



Dat we als aardse mens ons bewust worden van onze goddelijke oorsprong en dat we vanuit een egocentrische individuatie tot het besef komen van onze onderlinge afhankelijkheid, betekent ontwaken, betekent involutie. Gilgamesj had zich verzoend met zijn sterfelijke lot maar wij gaan een stap verder en worden ons weer bewust dat wij de scheppende manipulerende goden waren en dat de conditionering nodig was om tot zelfstandigheid te komen.



Onderlinge afhankelijkheid is een elementaire waarheid. Wanneer we ontwaken voor dit feit, raakt het mededogen dat ons diep ondersteunt ons met volle kracht

en vervolgens worden we ertoe gebracht met hetzelfde onbegrensde mededogen op de wereld te reageren.

En tot slot:

Wat mij, Gilgamesj, betreft, ik heb jullie niets uitzonderlijks te melden.

Ik kan alleen datgene herhalen wat ikzelf in vol vertrouwen heb aanvaard van het leven:

Mij afgewend hebbende van kleine paden

Van talloze dwaalwegen en grote daden,

Keer ik terug naar de ene ware werkelijkheid.


Bron: luisa
Externe link: http://www.yayabla.nl