Minder doden door borstkanker bij intensieve controle

woensdag 30 november 2005 15:23 | Webskater | 2848 keer bekeken | 0 reacties | 0 x aanbevolen

(Novum) - Intensieve controle op borstkanker bij vrouwen met een verhoogd risico leidt bij deze groep tot veertig à vijftig procent minder sterfgevallen. Voor die groep zijn MRI-scans bovendien een kosteneffectieve aanpak. Dat concludeert Rian Rijnsberger van het Erasmus Medisch Centrum in haar proefschrift.

Intensief screenen houdt in dat vrouwen hun borsten elk halfjaar door een arts met de hand laten controleren op afwijkingen. Jaarlijks moeten ze een mammografie en een MRI-scan laten uitvoeren.

Jaarlijks krijgen elfduizend vrouwen in Nederland borstkanker. Vermoed wordt dat het in vijf tot tien procent van de gevallen gaat om vrouwen bij wie borstkanker vaak in de familie voorkomt of vrouwen met een genetische aanleg. Snelle ontdekking van borstkanker door intensieve screening blijkt een effectief middel om vroegtijdig overlijden te voorkomen.

Rijnsburger maakt onderscheid in vier risicogroepen: gemiddeld (acht tot tien procent kans), matig (vijftien tot dertig procent kans), hoog (dertig tot vijftig procent kans) en de allerhoogste risicocategorie (vijftig tot 85 procent kans). De laatste groep heeft een genetische aanleg voor het krijgen van borstkanker.

In Nederland zijn preventieprogramma's ingevoerd ter voorkoming van overlijden door deze ziekte, waarbij de kosten per gewonnen levensjaar tien- tot veertienduizend euro bedragen. In de berekening van Rijnsberger zijn de hogere behandelkosten als gevolg van het in een laat stadium ontdekken van borstkanker meegenomen. Voor de vrouwen in de allerhoogste risicocategorie is intensieve screening een effectieve aanpak. Voor de groep met een matig risico op borstkanker geldt dat minder. De uitgaven per gewonnen levensjaar bedragen voor deze groep tien- tot zestienduizend euro.

Vrouwen met een gemiddelde kans op borstkanker zijn in het onderzoek buiten beschouwing gelaten. Of de aanpak kosteneffectief is voor vrouwen in de hoge risicogroep is nog niet bekend.

Bron: NOVUM