Gilgamesj epos Deel 2

Monday 14 May 2007 17:10 | louise | 3879 keer bekeken | 0 reacties | 1 x aanbevolen








Hij die alles gezien heeft

De naam Gilgamesh betekent: “Hij die alles gezien heeft” of “Hij die de Diepte zag.

 



We zullen je belonen met vergiffenis
Of straffen met medelijden
Zeg ons niet wat je hebt gezien

We zullen zeggen:
Hij daalde af, dieper en dieper
Hij steeg, hoger en hoger,
Hij ging, verder en verder
Hij stond stil op de helling
Toen kwam hij bij ons terug
Maar hij heeft niets gezien!

Chaalan Charif


Voor het begrijpen van de inhoud van dit raadselachtige gedicht is het nodig iets te zeggen over de oude mysteriën van Hybernia. Het zal daarbij nodig zijn de inhoud in verband te brengen met de gezichtspunten die Rudolf Steiner heeft nagelaten. Gilgamesj maakt omstreeks 3000 voor Christus, zo vertelt Steiner, een inwijding door in de mysterien van Hibernia, die echter gedeeltelijk mislukt. Die mislukking heeft grote karmische gevolgen niet alleen voor Gilgamesj, maar ook voor anderen.
Het prachtige is dat die gevolgen niet alleen door Gilgamesj zelf gedragen hoeven te worden. Met behulp van zijn gestorven vriend Enkidoe kan hij als koning van het perzische Oeroek toch de band met de geestelijke wereld op een bepaalde manier bewaren.
In feite beschrijft Steiner hier een karmische wet, die als volgt kan worden verwoord: wat in vorige levens door inwijding in mysteriescholen is bereikt, is in een volgend leven niet direct beschikbaar, maar wordt gewekt door gebeurtenissen van buiten af, vaak dramatische gebeurtenissen.


Ik neem nu even het Antroposofische perspectief om een aspect van het Gilgamesj epos te belichten dat anders niet aan bod zou komen . Soms is het mogelijk door middel van verschillende invalshoeken een lacune in een verhaal aan te vullen. Behalve een historisch document, bevat het Gilgamesj epos ook archetypische elementen en diepere esoterische waarheden.
In het epos gaat het echter niet alleen over het persoonlijke lot van koning Gilgamesj, maar ook over het lot van de moderne mens in onze tijd. Zo laten de beelden van het Gilgamesj epos ons de ontwikkelingsweg van de mensheid zien. Ze beschrijven de gang die we maken vanuit de geestelijke wereld die onze oorsprong is, de afdaling naar de aarde, de reis die we als mens maken door het donker heen om vanuit een vernieuwd bewustzijn de weg naar het licht terug te vinden.
Zelfs een machtig halfgoddelijke figuur als deze koning kende perioden waarin hij tegen een muur stootte, gevangen in de onmacht om verbinding te leggen met zijn goddelijke oorsprong.
Maatschappelijk en ook in het individuele leven ervaren we tegenslagen van het lot: inperkingen van de persoonlijke vrijheid, eenzaamheid, ziekte en uitzichtloosheid. Vanuit de onmacht ontstaat boosheid en verzet, maar daaruit ontstaan juist weer nieuwe tegenstellingen, het negatieve wordt er juist door versterkt. Hoe moeten we het kwaad dan bestrijden?
Ook Gilgamesj kampt met problemen die samenhangen met het omvormen van de woede.
Angst en woede hangen met elkaar samen. Het zijn twee kanten van eenzelfde kracht: de angst trekt je als het ware naar beneden en naar binnen, de woede stuwt je juist omhoog en naar buiten. Al zijn het twee aspecten van eenzelfde kracht, ze werken in feite tegenovergesteld.
Het interessante nu is dat de omvormingen van beide aspecten, respectievelijk moed en toorn, niet meer tegengesteld zijn aan elkaar, maar juist in elkaar overvloeien.
We zien dus dat wat op het lagere niveau disharmonie schept, op een hoger niveau harmonie bewerkstelligt.
Om deze omvorming van de woede naar moed te bereiken was het nodig dat Gilgamesj op avontuur zou gaan en sterk werd geconfronteerd met de kracht van zijn eigen woede. Je kunt de woede niet omvormen zonder die woede ook daadwerkelijk door te maken.



Een ander zeer essentieel aspect is: De omvorming van angst in moed.

Door de dood van zijn vriend Enkidoe wordt Gilgamesj geconfronteerd met zijn eigen sterfelijkheid, de gouden draad die hem als goddelijk kind nog met zijn oorsprong verbond wordt nu dunner. Op zijn reis komt hij vele hindernissen tegen en moet hij vechten. Dat is niet moeilijk omdat hij nog geen angst kent. Na de dood van Enkidoe, begint hij echter angst te voelen.
Op weg naar de onsterfelijkheid moet Gilgamesj keuzes maken. Blinde woede helpt hem niet meer, hij moet nu het juiste pad vinden. Het is de weg naar de individualiteit, de weg die wij als mensheid gaan en ook individueel betreden.
Gilgamesj ontmoet het kwade in de wereld, maakt verkeerde keuzes, raakt verstrikt, betoverd, valt in een put of wordt gevangene genomen door illusies. Geestelijk geblinddoekt vervolgt hij zijn weg.


Oersjanabi zei tegen Gilgamesj:


‘’Waarom zijn je wangen ingevallen
en is je gezicht zo uitgeteerd?
Waarom ben je zo bedrukt, zijn je trekken zo afgeleefd
En is er angst in je hart?
Waarom, Gilgamesj stapel je klacht op klacht?
Jij die van goddelijke oorsprong bent! 



Dit  doet denken aan het beeld van Adam en Eva in het paradijs. Ook zij verlaten de tuin van hun Vader, komen op aarde om ook met het donker in aanraking komen. Ook Adam en Eva moesten om aardemens te worden hun recht op onsterfelijkheid verruilen door sterfelijkheid. Maar alleen door het paradijs te verlaten en door het kwaad in hun leven binnen te laten, konden zij het element van de vrijheid ontwikkelen. De mens beleeft een dieptepunt en alleen door een eigen bewuste keuze, waar heel veel moed voor nodig is, kan een omkeer komen in zijn lot en kan hij de weg terugvinden naar zijn goddelijke oorsprong. Door de aardse beproevingen en door deze te overwinnen, wordt de angst omgevormd in moed, er wordt een nieuwe kracht geboren, klimt de mens op uit zijn ellende en keert terug naar zijn heelheid want de dualiteit is dan overwonnen. Hoe kunnen wij onze angst omvormen in moed? In deze meer en meer naar agressie neigende tijd is het erg aanlokkelijk om je terug te trekken in een veilig nest. Binnen de vier muren van je kamer en het liefst in je vertrouwde omgeving. Het is ook aanlokkelijk om de confrontaties met het kwade uit de weg te gaan door die te ontkennen of door te denken dat positieve gedachten en meditaties voldoende zijn om het te laten verdwijnen. Dit zijn echter vluchtwegens! Je kunt het wezen van het kwade nooit uit je leven bannen door het te negeren omdat het dan nooit de kans krijgt te worden omgevormd. Dat is spiritueel gesproken desastreus. Je kunt ook niet zeggen ‘’ik ga mediteren en zet op die manier de angst in mezelf om in moed”. Zo gaat dat niet. Deze omvorming is een proces dat alleen samen met anderen kan worden voltooid. In zijn laatste boek Over de redding van de ziel  spreekt Lievegoed over de grote uitdaging in ons duistere tijdperk en over de strategie van de tegenmachten. Nu is het dus de taak om de tegenmachten, die er vooral op uit zijn de ontwikkeling van de mens gericht op het bereiken van individuele vrijheid en geestelijke autonomie, te dwarsbomen. Als we het over tegenmachten hebben die een bedreiging vormen voor de ontwikkeling van de mensheid dan moeten we onderscheid maken tussen de luciferische en ahrimanische krachten. Rudolf Steiner (en ook Lievegoed) hebben beklemtoond dat het van het grootste belang is beide vormen van kwaad goed te onderscheiden. In feiten hebben ze een polair karakter. Lucifer streeft altijd de illusie na, het droombeeld. Hij wil de mens weg van de aarde voeren, naar een wereld van schone beelden (holografische projecties). Ahriman echter wil de mens juist diep in de materie, in de aarde drukken, sterker verbinden met een inhoudloos computerbrein. Alle technische ontwikkelingen die het doel hebben om de mens te ontmenselijken, komen door deze Ahrimanische krachten. Bernard Lievegoed spreekt ook over een derde kracht, een infrastructuur van drie belangrijke geestesstromingen die gestalte zal krijgen in de vorm van een netwerk van mensen en instellingen die samen zullen werken op basis van exoterisch inzicht, dat betekend: inzicht dat de uitkomst is van eigen ervaring en inspanning en niet is gebaseerd op geestelijke ervaringen. De mensheid is nu over de drempel gegaan en daarmee is het innerlijk van de mensen veranderd. De geestelijke wereld is niet meer iets wat je moet gaan ervaren via visioenen of uittredingen. Nee, je ervaart haar, of je wilt of niet. Nu gaat het erom de geestelijke wereld te begrijpen! Daarom is Gilgamesj geestelijk geblinddoekt. De verbinding met het goddelijk is hem ontzegd. Hij moet de duisternis in om zijn eigen kracht te ontwikkelen en uit eigen kracht de weg naar boven terug te vinden.



De mensen die op grond van innerlijke strijd en inzicht tot nieuwe sociale vormen willen komen, zoeken elkaar op. Dat gebeurt overal; in antroposofische en in niet-antroposofische kringen.
Je kan ook in de kroeg tot mensen komen die innerlijk met elkaar zijn verbonden en samen beslissen om hun krachten te bundelen om deze spirituele infrastructuur te vormen.
Er moeten groepen van mensen zijn die zich willen inzetten, en met het oog op de toekomst bereid zijn om samen te werken in groepen. Het doet er niet toe wat voor groepen het zijn, studiegroepen, leefgroepen, actiegroepen, werkgroepen…..met elkaar op een menselijke manier met elkaar samenwerken. We hebben klaar te staan voor de dingen die gaan komen.

Dus: wakkerheid tegenover het lot. Op die manier ontstaat er een positieve infrastructuur, niet op basis van abstracte doelstellingen, maar op basis van concrete menselijke ontmoetingen.

Ten slotte wil ik deel 2 eindigen met de laatste woorden uit het laatste boek van Bernard Livegoed:

''Ik schat dat het dieptepunt van de strijd tussen 2020 en 2040 zal liggen. Dan zullen afgronden opengaan van demonie. Het nazisme en het bolsjewisme zullen daarbij verbleken. Miljoenen zullen ten gronde gaan. Maar ook zullen miljoenen weerstand bieden. En net zoals alle vorige keren zal Manoe erbij zijn om te helpen, net zoals hij ongetwijfeld ook aanwezig was bij de grote strijd in Mexico''.

Vele worden geroepen en vele zullen zich uit vrije wil scharen aan de zijde van Manoe.


Meer over Manoe in deel 3 ……

Bron: luisa
Externe link: http://www.yayabla.nl

 Quote

De pro-actieve opsporingsmethoden en controlemaatregelen die worden ingezet bij de bestrijding van het (internationaal) terrorisme zijn een voedingsbodem voor radicalisering.
Bart Schermer,