Gloeilampen eruit - energiespaarlampen erin?

vrijdag 9 november 2007 16:35 | venry | 11013 keer bekeken | 0 reacties | 2 x aanbevolen

Een artikel uit het vaktijdschrift "Wohnung+gesundheit", een vakblad uitgegeven voor woon- en bouwbiologen. In dit artikel worden de spaarlampen is onder de loep genomen. Is de spaarlamp wel zo energiezuinig, minder milieubelastend en een bijdrage aan de vermindering van de uitstoot van CO2? Of is dit het zoveelste item waaraan miljarden verdient gaan worden? Een schokkende en aangrijpende film van Al Gore en we kopen allemaal spaarlampen om onze gemoedsrust te waarborgen. Sterker nog, vanaf 2010 zijn we verplicht om spaarlampen te kopen omdat gloeilampen dan verboden zijn. Lees onderstaand artikel en laat dan nogmaals je licht schijnen over de spaarlamp. Ik doe in elk geval niet meer mee!

Gloeilampen eruit – energiespaarlampen erin?

We moeten allemaal iets doen. Bij de energiespaarlampen speel ik niet mee!

De voordelen van energiespaarlampen:
- weinig stroomverbruik bij een hogere lichtsterkte
- langere levensduur
- weinig warmteverlies

De nadelen van energiespaarlampen:
- sterke elektromagnetische velden
- irriterende flikkerfrequenties
- slecht, onnatuurlijk licht
- ecologisch, kritische samenstelling
- giftig kwikzilver
- verwijdering van giftige/gevaarlijke stoffen
- lichtprestatie neemt in de loop van de tijd af
- levensduur neemt door het aan/uit schakelen aanzienlijk af
- duur

Voordelen

Weinig stroomverbruik bij hogere lichtsterkte
Ja/nee. Inderdaad gebruikt de spaarlamp minder stroom als de gloeilamp. Maar de lichtopbrengst is lang niet altijd van die kwaliteit die wordt aangegeven. Wanneer van 11 Watt spaarlampen wordt gesproken die de 60 Watt gloeilamp vervangen, faalt die berekening nogal eens, ook naar situatie en toepassing, pakt dit vaak veel slechter uit.
Wij, van de Bouwbiologie Maes hebben dat onder praktijk omstandigheden onderzocht, bijvoorbeeld met burolampen met reflectorscherm en lichtgeleiding op het werkoppervlak en hieruit kwam duidelijk naar voren dat nog niet de helft van de beloofde lichthoeveelheid gevonden werd en daarvoor dus eigenlijk meer stroomverbruik nodig is als door de ontwikkelaars aangegeven wordt. Bovendien functioneren TL-lampen alleen bij hogere bedrijfs- en ruimtetemperaturen optimaal. Al bij een normale kamertemperatuur wordt de lichtopbrengst minder, in een koude kamer nog minder.
De lichtsterkte laat snel van zich afweten met de levensduur van de lamp. Dat alles bij elkaar gezien laat de beloofde lichtsterkte de spaarlamp al snel verschrompelen, tot de helft of nog minder. Dit in tegenstelling tot de gloeilamp, die blijft even helder, of het nou koud of warm is, jong of oud, zolang de levensduur is.

Langere levensduur?
Ja en nee. Zeker houdt de spaarlamp het langer uit dan de gloeilamp. De industrie zegt tienduizend uur, tienmaal zolang dan de gloeilamp. Maar dat hangt ook van de toepassing af. Veel schakelingen verdraagt de spaarlamp ook niet. En hij zal mogelijk langer schijnen wanneer je hem voor de volgende inschakeling eerst laat afkoelen. Wanneer dit niet gebeurt zal de houdbaarheid ook omlaag gaan. Veel spaarlampen halen niet eens eenderde van de aangegeven tijd, sommige zelfs nog geen vijfde deel. Maar wie onderzoekt dat en gaat naar de winkel, wie heeft nog aankoopbon van vorig jaar?
En: ze is veel duurder, de spaarlamp. Berekent men dat in de houdbaarheidsberekening in, dan komt de gloeilamp nog altijd goed uit de bus.

Weinig warmteverlies?
Ja en nee. Zeker wordt de spaarlamp niet heet als de gloeilamp. Maar minder verlies? De warmte van de gloeilamp komt ook weer tot gebruik in de woonkamer. En omdat gloeilampen, zoals alle verlichting in huis, vooral in donkere en koude jaargetijden intensief gebruikt worden, kun je niet met recht spreken van warmteverlies, misschien zelfs eerder van warmtewinning.

Nadelen

Sterke elektromagnetische velden
Spaarlampen stoten, sterkere, meer en andere elektrische en magnetische velden uit dan gloeilampen, zowel laagfrequent alsook hoogfrequent. Daarom staat voor ons naar vele metingen vast; een spaarlamp hoort niet in de buurt van hoofd- of lichaamsnabijheid te staan, niet aan een buro- of nachtkastje, een goede meter afstand zou minimaal gehanteerd moeten worden.
Computerbeeldschermen gelden sinds vijftien jaar als stralingsarm, zijn uit terechte gezondheidsonderzoeken met betrekking tot straling gereduceerd en opeens komt de spaarlamp om de hoek kijken. Die maakt aan het buro evenveel of nog meer elektrosmog als de oudere typen beeldschermen. Meer elektrosmog als PC-normen veroorloven? Ja.
De wereldwijd aangenomen PC-norm TCO heeft de grens bepaalt voor elektrische velden, in de voor spaarlampen typische frequentiebereik, op tweeeneenhalve Volt per meter. Dat bereiken de meeste spaarlampen met gemak en overschrijden het zelfs.

Irriterende flikkerfrequenties
Gloeilampen functioneren met de netfrequentie van vijftig Hertz. Hierdoor ontstaat geen geflikker, het licht blijft gelijkmatig, continue, natuurlijk, terwijl de gloeidraden in de gelijknamige gloeilamp te traag zijn, om op de netfrequentie te reageren, een tijdje nagloeit, wat flikkeren voorkomt.
Anders is het bij naar TL-voorbeeld gebouwde spaarlamp: de stof in de buis is niet traag en gaat met het veranderen van de frequentie mee aan en uit. Periodieke aan- en uitschakelingen in deze vorm komen in de natuur niet voor. In het medisch lexicon worden TL-buisstoffen en daarmee spaarlampen als zijnde een “stressfactor” aangegeven. Osram waarschuwt bij het houden van dieren: “Deze ontwikkeling kan bij veel verschillende dieren, onrust tot vegetatieve zenuwverstoringen ontaarden. Experts waarschuwen en gezondheidsministeries stellen vast dat mensen die epileptie hebben, vergelijkbare symptomen kunnen vertonen als bij een aanval.”
Ook daarom heeft men voor een elektronische schakeling gekozen, die de frequentie, tot tienduizend Hertz opschroeft en men beweerd dan dat het niet meer flikkert. Wat klopt is dat de hoogfrequente flikkeringen door de ogen niet meer worden waargenomen omdat de ogen zulke snelle wisselingen niet meer volgen kan. Dat betekent nog lang niet dat de flikkeringen weg zijn en dat het biologisch niet irriteert, hoe dan ook, misschien juist nog erger.

Duizeligheid, zwakte, problemen
Na onze ervaring zou de invloed van spaarlampen en andere TL-verlichting vaker beschreven bezwaren, zich dominerend op de flikkerfrequentie geconcentreerd mogen zijn. Veel mensen leidden aan druk op het hoofd, duizeligheid, onwelvoelen, zwakte, misselijkheid, trillen, nervositeit, angst, koudegevoel, neurologische storingen, etc.
Neemt men in een experiment de flikkerfrequentie weg, bijvoorbeeld door een gelijkstroomvoorschakelapparaat(wat technisch alleen bij grotere verlichting functioneert), blijven de klachten weg.
Komen meerdere aspekten samen, zoals veldbelasting door de nabijheid van de lamp, plus flikkerfrequenties, plus slecht lichtspectrum, dan schijnen de negatieve reacties erger te worden. Elk mens reageert anders en de elektrosensibele lijken bijzonder getroffen te worden.

Slecht, natuurvreemd licht
Het lichtspectrum, de verdeling van een enkele kleurdeel, is bij de mini-tl-verlichting en spaarlampen belaberd, belaberde als bij alle andere kunstverlichting. Het beste licht is daglicht. Gloei- en halogeenlampen zijn inzake tot de spectrale verdeling van het licht het meest uitgewogen en benaderen het natuurlijk licht het meest.
De in opspraak geraakte spaarlampen geeft net als zijn grote broer de TL-lamp, slecht natuurlijk licht, is het lichtspectrum inhomogeen, vallen de belangrijke kleurdelen uiteen, sommige kleuren komen erg op de voorgrond en andere worden juist achtergesteld, waardoor je dus geen gezond harmonisch licht krijgt.
De eerste wetenschappers en artsen maken de slechte, onuitgebalanseerde lichtsamenstelling, verantwoordelijk voor de gezondheidsbezwaren zoals, koppijn, aantasting immuniteit en hormoonproblemen tot aan epilepsie vergelijkbare aanvallen.

Ecologische, kritische samenstelling
Vaak spreken fabrikanten en winkeliers van “milieuvriendelijke, energiebesparende lampen” en vergeten dat de compacte spaarlamp ongeveer tweemaal zoveel energie verbruikt bij de vervaardiging, dan de gloeilamp. Bestaat de gloeilamp uit glas, draad, gloeispiraal, houder en blik, komt er juist bij de spaarlamp enige milieubelastende energieverbruikende Hightech om de hoek kijken: voorschakelapparaat, platina, condensator, generator, elektrode, thermozekering, kleefstof, chemische lichtstoffen en coating, tinsoldeer, kunststofhuis……en kwikzilver.

Giftig kwikzilver
Elke spaarlamp bevat giftig kwikzilver, gemiddeld vijf milligram. Onschuldigen noemen dat “sporen”. Kwikzilver behoort tot de giftigste en zwaar milieubelastende zwaarmetalen, werkt op mens en dier als zenuwgif.

Afvoeren als chemisch afval
Vanwege het kwikzilver behoort de zogenaamde milieuvriendelijke straler bij het chemisch afval. Daar belandt hij in negentig procent van de gevallen niet, maar gewoon bij het huisvuil en vanhieruit op het afvaldepot, in de bodem, grondwater en in de lucht. Gaan we uit van twintig miljoen huishoudens per jaar die één lamp weggooien dan komen we op honderd kilo kwikzilver per jaar.

Duur
Een spaarlamp kost in de aanschaffing ongeveer tienmaal zoveel als een gloeilamp.

Eco en Bio
Dat klinkt goed, een lampenwissel, en we hebben weer iets voor de CO2-uitstoot gedaan. Beter kan men zijn geweten niet tot rust brengen. Is het zo simpel? Waarbij het aandeel voor het energieverbruik voor het licht in het huishouden onder één procent ligt? Of zou hier weer van belangrijkere zaken afgeweken moeten worden? Domineren hier weer industriële belangen?
In de kelder, tuin of als nachtelijke buitenverlichting kunnen ze blijven, de spaarlampen. Maar voordat ik mijn gloeilampen allemaal wissel, douch ik liever twee minuten korter, plaats ik een zonnecel meer op het dak, schuif mijn bureau iets dichter naar het raam en verban ik alle huishoudelijke stroomverbruikers, standby-apparaten en haal ik opladers uit de stopcontacten, die zijn nutteloos, onzinnig en schelen uiteindelijk weer een hele kerncentrale. En ik kijk vanaf mijn fiets naar mijn tijdgenoten, die het niet laten kunnen om in pantserachtige en brandstofverslindende terreinwagens te bewegen, nog grimmiger aan.
Er zijn veel mogelijkheden, energie, effectief en zonder nadelen te besparen. De spaarlamp hoort daar niet bij!

Bron: Wohnung+Gesundheit Nr. 124 Herfst 2007 Jaargang 29, auteur Wolfgang Maes, Baubioloog IBN/Journalist DJV, Baubiologie Maes, Neuss

Bron: http://www.gigihertz.ch/1187



Energie-spaarlampen: een gevaar voor epileptici

De epileptische-vereniging zegt, dat de getroffene over duizeligheidsgevoel, concentratieproblemen en onwelvoelen klagen na het aanbrengen van een energiespaarlamp. De oorzaak is niet bekend, omdat de lampen niet voor de massa flikkeren, waardoor ze op een ziekte zouden kunnen wijzen.

Het debat wordt bekend, nu de EU plannen maakt, om binnen twee jaar alle voorkomende lampen uit de handel te nemen en te verwisselen voor spaarlampen. In Groot-Britannie lijdt ongeveer een half miljoen mensen aan epileptie, en de regering bevestigd, dat het een probleem zou kunnen zijn.

Bron: www.dailymail.co.uk/pages/

Bron: http://www.gigahertz.ch/1180/
 

Bron: Vaktijdschrift Wohnung + gesundheit nr. 124 Herfst 2007 jaargang 29 bladzijde 26